Skip to main content
  • Home
  • Coronavirus: de meest gestelde vragen over de impact op je onderneming
  • 07/08/2020

Coronavirus: de meest gestelde vragen over de impact op je onderneming

Het aantal COVID-19-besmettingen loopt weer op, waardoor de coronacrisis niet alleen voor heel wat bedrijfsproblemen zorgt, maar ook de ongerustheid doet toenemen. Voka ontvangt heel wat vragen van ongeruste ondernemers over de concrete aanpak van deze crisis. Hieronder vatten we de antwoorden op de meest gestelde vragen voor u samen. De antwoorden werden opgesteld in samenwerking met SD Worx.

NIEUW EN IN DE KIJKER

Nu we in Vlaanderen volop in de tweede golf van de coronacrisis zitten, kondigt de Vlaamse regering bijkomende steunmaatregelen aan. Die steun gaat naar ondernemingen die in augustus en september een zwaar omzetverlies lijden (meer dan 60 procent vergeleken bij 2019). Voka wacht nu de precieze modaliteiten van de steunmaatregelen af en zal hier bijkomend informeren van zodra deze gekend zijn. Hieronder alvast een samenvatting van wat de Vlaamse regering aankondigde.

Beschermingsmechanisme

Ondernemingen die door nieuwe coronamaatregelen hun omzet fors (min zestig procent) zien dalen, kunnen voor de periode augustus-september 2020 een Vlaams beschermingsmechanisme aanvragen. De hoogte van het bedrag wordt bepaald op basis van de omzet van de onderneming. Het gaat dus niet langer om een forfaitair bedrag.

Het steunbedrag bedraagt 7,5 procent van de omzet tijdens dezelfde periode vorig jaar. De 7,5 procent is een benadering op basis van een redenering waarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde vaste kost van 15 procent ten aanzien van de omzet, en een subsidiepercentage van 50 procent van die gemiddelde vaste kost. Het maximumbedrag ligt op 15.000 euro. De subsidie wordt gehalveerd als de onderneming minder dagen geopend is dan het aantal geopende dagen in de periode van 1 augustus tot en met 30 september 2019.

Het beschermingsmechanisme kan logischerwijs pas na 30 september worden aangevraagd. Ondernemingen die door de recente verstrengde maatregelen verplicht gesloten zijn kunnen wel een voorschot van maximaal 2.000 euro aanvragen.

Witte kassa nodig

Ondernemingen die regelmatig maaltijden aanbieden of traiteurszaken kunnen alleen een bedrag van 3.000 euro of meer krijgen als ze werken met een geregistreerd kassasysteem, de zogenaamde witte kassa. Ondernemingen die sinds de start van de coronacrisis nog steeds verplicht gesloten zijn, zoals de discotheken, vallen niet onder het toepassingsgebied van dit beschermingsmechanisme omdat zij nog steeds de dagpremie van 160 euro per dag kunnen krijgen.

Handelshuurlening uitgebreid naar eventsector

De handelshuurlening wordt vanaf nu ook uitgebreid naar de eventsector. Handelshuurleningen zijn bedoeld voor huurders die moeilijkheden hebben om de handelshuur te betalen. Dat is nu zeker het geval voor ondernemingen in de eventsector. Zij huren gebouwen of loodsen om hun materiaal te stockeren. Concreet zal de Vlaamse overheid ook voor hen 2 maanden huur voorschieten, op voorwaarde dat de verhuurder ook 1 of 2 maanden kwijtscheldt. Het maximumbedrag voor de lening bedraagt 35.000 euro.

Versoepeling achtergestelde lening

Tot slot kondigde de Vlaamse regering ook een versoepeling aan in het systeem van de achtergestelde leningen. Start-ups, scale-ups en andere bedrijven kunnen zo’n lening aanvragen. Eén van de voorwaarden nu is dat het bedrijf op het moment van de aanvraag 80 procent van het personeel dat eind 2019 aanwezig was nog tewerkstelt of de 80 procent tewerkstelling opnieuw bereikt tegen eind 2020.

In de praktijk blijkt evenwel dat ondernemingen terughoudend zijn om de lening aan te vragen uit vrees dat dit hoge percentage en de korte termijn om dit te behalen, niet kan gerealiseerd worden. De Vlaamse regering vraagt PMV (Participatie Maatschappij Vlaanderen) nu om meer tijd te geven aan ondernemingen om aan de tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen en om de minimumvoorwaarde te verlagen naar 60 procent.

Bron: Vlaamse regering, Voka, De Standaard

 

Voka krijgt heel wat vragen binnen van ongeruste ondernemers over de verstrengde maatregelen in de provincie Antwerpen. We zullen deze opvolgen in deze rubriek. Ondertussen gaf de gouverneur toelichting bij de nieuwe maatregelen die de komende vier weken van kracht zullen zijn. Een samenvatting vind je hieronder. De integrale tekst van de provinciale verordening vind je hier.

  • Telewerken. Alle bedrijven gevestigd in de provincie Antwerpen moeten verplicht en maximaal overschakelen op telewerk; ongeacht of hun werknemers van binnen of van buiten de provincie Antwrpen afkomstig zijn. Alleen voor werknemers die wegens de aard van hun activiteit of hun functie fysiek aanwezig moeten zijn op de werkplek, wordt een uitzondering gemaakt. Op de werkplek blijven de bestaande regels inzake social distancing gelden. Maw: personen die naar de werkplek komen moeten zich in de kantoor- of werkomgeving strikt houden aan de regels inzake social distancing. 
  • Avondklok. Tussen 23:30u en 6:00 uur ’s ochtends geldt in de hele provincie Antwerpen een verbod op niet-essentiële verplaatsingen. Noodzakelijke woon-werkverplaatsingen van bijvoorbeeld werknemers die in een shift- of volcontinu-regime staan, blijven wél toegestaan. Ook noodzakelijke leveringen of andere professionele transporten zijn toegestaan. 
  • Attest. Voor werknemers die overdag of na het ingaan van de avondklok essentiële woon-werk- of beroepsverplaatsingen moeten maken, volstaat een eenvoudige schriftelijke verklaring van de werkgever om dit te verantwoorden. Daarvoor is momenteel geen officieel attest of format voorzien. 
  • Provinciegrenzen. De grenzen van de provincie Antwerpen blijven gewoon open. Het in- en uitrijden van de provincie is dus aan geen enkele beperking onderworpen.
  • Mondneusmaskers. In provincie Antwerpen is iedereen boven 12 jaar verplicht om een mondneusmasker te dragen op het publiek domein én op plaatsen waar de fysieke afstand van 1,5 meter niet kan worden gewaarborgd. Deze verplichting geldt niet tijdens het nuttigen van eten en drinken en in de private sfeer (thuis)
  • In alle cafés en horecazaken moet de fysieke afstand van anderhalve meter tussen de gezelschappen te allen tijden gegarandeerd zijn, tenzij de gezelschappen van elkaar gescheiden zijn met een fysieke afscheiding. Individuele registratie is verplicht. Om contactonderzoek mogelijk te maken moeten deze gegevens gedurende 4 weken worden bijgehouden.
  • In restaurants en cafés wordt het gezelschap aan een tafel beperkt tot een strikt maximum van vier personen of tot een gezelschap dat bestaat uit leden van hetzelfde gezin.
  • Voor markten gelden dezelfde regels als voor winkels: geen ‘funshoppen’: u gaat alleen naar de markt of slechts in het gezelschap van minderjarige kinderen of uw begeleider wanneer u hulpbehoevend bent, en niet langer dan 30 minuten. Kramen die ingericht zijn als een horecagelegenheid zijn niet toegelaten op markten.

 
Corona zone extra maatregelen

In de meest getroffen zone (stad Antwerpen, Zwijndrecht, Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Wijnegem, Wommelgem, Ranst, Boechout, Borsbeek, Mortsel, Hove, Lint, Kontich, Edegem, Aartselaar, Boom, Niel, Schelle en Hemiksem, Rumst) worden daarenboven nog bijkomende maatregelen genomen.

  • Alle evenementen en feesten zijn ten strengste verboden, feestzalen sluiten, behalve voor begrafenisceremonies.
  • Alle fitnesscentra sluiten.

 

Ja. In essentie is telewerk in de Antwerpse provincie verplicht, tenzij dat echt onmogelijk is. Antwerpse werknemers mogen zich bijvoorbeeld verplaatsen naar de Antwerpse haven; maar ook Oost-Vlaamse werknemers bijvoorbeeld mogen zich nog altijd van en naar de Antwerpse haven verplaatsen als thuiswerk niet mogelijk is.

Vanaf woensdag 29 juli geldt, voor minstens de komende maand:

  • De sociale bubbel wordt kleiner: een gezinsbubbel zal de komende maand maximaal contact mogen hebben met 5 andere volwassenen, kinderen niet ingebrepen. Tot nu toe mocht iedereen 15 mensen zien per week, en mochten die contacten wekelijks wisselen. Dat mag nu niet meer.
  • Niet-begeleide evenementen (denk aan uitstappen, samenscholingen of familiebijeenkomsten) zijn beperkt tot 10 personen, kinderen niet meegerekend. 
  • Ook evenementen worden opnieuw kleiner. Binnen worden er nog 100 mensen toegelaten, buiten 200 mensen. Dat is een halvering, want tot nu stonden die aantallen op 200 mensen binnen en 400 mensen buiten. Op de evenementen worden mondmaskers verplicht.
  • Telewerken wordt opnieuw sterk aanbevolen.
  • Winkelen wordt beperkt: je moet opnieuw alleen winkelen. Een uitzondering geldt voor minderjaringen of mensen die hulp nodig hebben. Je mag maximaal 30 minuten in de winkel blijven, behalve wanneer je een afspraak hebt. De solden zouden wel behouden blijven.
  • De kaart met gratis treinritten, die iedereen krijgt, wordt uitgesteld tot september.
  • Ook sportlessen en welnesscentra hebben vanaf nu een registratieplicht.
  • Tot slot krijgen lokaal krijgen de besturen de opdracht om krachtdadig op te treden als de epidemiologische situatie verslechtert. Zeker Antwerpen wordt hier expliciet krachtig toe aangespoord.

Bron: Vrt Nws

  • De mondmaskerplicht wordt uitgebreid naar drukke openbare plaatsen als markten, kermissen of winkelstraten.
  • In horecagelegenheden wordt het verplicht om een mondmasker te dragen, behalve wanneer u aan tafel zit. Bovendien moet minstens één persoon per tafel zijn contactgegevens achterlaten om in geval van een besmetting de contacten gemakkelijker te traceren.
  • Lokale overheden krijgen de mogelijkheid om extra maatregelen uit te vaardigen. Daarover vindt u meer in de aparte sectie.
  • De contactbubbel blijft behouden op 15 personen, maar met de aanbeveling om het aantal persoonlijke contacten te verminderen.
  • Al wie voor minstens 48 uur naar het buitenland gaat, moet ten laatste 48 uur voor de terugkeer naar België een formulier invullen. Er zullen extra controles komen op de snelwegen maar ook voor wie met de trein of het vliegtuig reist.
  • Nachtwinkels moeten vanaf 22 uur sluiten, voor horecazaken is er geen aanpassing van het sluitingsuur.

*UPDATE 29/07

Vanaf zaterdag 25 juli worden de algemene regels nog wat strenger en is een mondmasker verplicht op de volgende plaatsen:

  • drukke openbare plaatsen
    • winkelstraten
    • markten
    • kermissen
  • horeca-gelegenheden - bij het verplaatsen binnen de zaak. Eens aan tafel is het mondmasker niet verplicht
  • Ook op andere drukke plaatsen kan een mondmaskerplicht ingevoerd worden door lokale besturen. Dit wordt dan duidelijk aangegeven bij het betreden van de zone.
  • Op 27 juli besliste de nationale Veiligheidsraad dat het dragen van mondmaskers ook op evenementen verplicht wordt

 

Deze strengere maatregelen zijn een aanvulling op de mondmaskerplicht die op zaterdag 11 juli in voege ging voor iedereen vanaf 12 jaar in:

  • winkels en winkelcentra
  • bioscopen
  • theater-, concert- en conferentiezalen
  • auditoria
  • gebedshuizen en bezinningsplaatsen
  • musea
  • bibliotheken
  • casino’s en speelautomatenhallen
  • gerechtsgebouwen (voor de publiek toegankelijke delen)

Indien dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm gebruikt worden.

Deze lijst is een aanvulling op eerder locaties waar het dragen van een mondmasker verplicht is, zoals op het openbaar vervoer en bij contactberoepen als kappers of bij schoonheidssalons. Volgens sectorfederatie Febelfin geldt de verplichting ook voor de publiekelijk toegankelijke delen van banken.

Moeten deze ondernemingen u zelf instaan voor het naleven van de regelgeving en welke sancties zijn er?

Het is de individuele verantwoordelijkheid van de klanten of bezoekers om de mondmaskerplicht na te leven. Ondernemingen worden niet geacht politie te spelen voor hun bezoekers of klanten.

Handelaars of uitbaters die zelf de mondmaskerplicht niet naleven, riskeren een boete van 750 euro. Bij het herhaaldelijk overtreden van de regels kunnen er wel sancties opgelegd worden aan de onderneming in kwestie maar daarover moet nog meer duidelijkheid komen.
Klanten of bezoekers die geen mondmasker dragen, riskeren een boete van 250 euro. Dit kan oplopen tot 4.000 euro boete en/of een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden bij recidive of de weigering om de boete te betalen.

De politie zal vanaf 25 juli ook strenger controleren en optreden tegen mensen die de mondmaskerplicht niet naleven.

In het weekend van 6 juni nam de 'superkern' de beslissing om de toekenning van consumptiecheques mogelijk te maken. De regelgeving verscheen intussen in het Belgisch Staatsblad. Werkgevers die dit wensen, kunnen vanaf 17 juli consumptiecheques aan hun werknemers geven. 
 
Consumptiecheque
Werkgevers zijn niet verplicht om consumptiecheques toe te kennen. Dat is en blijft een vrije keuze.
 
De consumptiecheques die aan een reeks voorwaarden voldoen, zijn wel voordelig. Ze zijn immers:

•    niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen;
•    vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing voor de werknemer;
•    volledig aftrekbaar als beroepskost voor de werkgever.
 
Vrijstellingsvoorwaarden
 
Voor de vrijstellingsvoorwaarden haalt de regering inspiratie bij de maaltijdcheques en ecocheques. We zetten de belangrijkste principes op een rij.
 
De werkgever mag:
•    de consumptiecheques niet toekennen ter vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen (of aanvullingen daarbij) en dit ongeacht of deze onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen.
De werkgever is niet verplicht om de cheques toe te kennen. Maar àls hij het doet, moeten ze dus bovenop het bestaande verloningspakket komen.
•    in totaal maximum 300 EUR aan consumptiecheques toekennen per werknemer.
 
De consumptiecheque:
•    is voorlopig enkel te gebruiken in de horecasector, de culturele sector en bij sportverenigingen;
Op de valreep keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat kleinhandelszaken die verplicht langer dan één maand gesloten zijn geweest, aan dit lijstje toevoegt.
•    mag een maximale nominale waarde van 10 EUR per cheque hebben;
•    heeft een beperkte geldigheidsduur. 


De werkgever moet de cheques uiterlijk eind 2020 toekennen; ze blijven geldig tot 7 juni 2021.


De toekenning van de consumptiecheques moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) op sectoraal of ondernemingsvlak. 
De werkgever kan de toekenning ook regelen via een schriftelijke individuele overeenkomst. Dit is enkel mogelijk  wanneer er geen syndicale delegatie is of wanneer het een personeelscategorie betreft die normaal niet door een cao gevat wordt.
 
Loonnorm
De maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren 2019 en 2020 bedraagt 1,1%. Men neemt de consumptiecheques niet in aanmerking om na te gaan of de werkgever de maximale loonkoststijging respecteert.
 
Op papier
Men voorzag initieel enkel papieren consumptiecheques. 
 
Op de valreep keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat ook elektronische consumptiecheques mogelijk moet maken. Werkgevers zullen deze enkel kunnen aankopen bij erkende uitgevers.

 
Uitgevers
De uitgevers van gelijkaardige cheques zijn in beeld. Maar ook de werkgever zelf kan cheques uitgeven of  rechtstreeks aankopen bij een horecazaak, culturele instelling of een lokaal bestuur. 
 
Er bestaat echter nog geen concrete overeenkomst tussen de sociale secretariaten en de klassieke leveranciers om via ons te bestellen. 
Zodra hierover duidelijkheid is, ontvangt u de nodige info.

Wat betekent dit voor de publieke sector?
Ook werkgevers uit de publieke sector kunnen consumptiecheques toekennen aan hun personeelsleden.
 
Hier gelden grotendeels dezelfde toekennings- en vrijstellingsvoorwaarden.
Specifiek voor de publieke sector geldt dat de toekenning van de consumptiecheques moet besproken zijn in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité.

Ook moet de reglementaire handeling de hoogste nominale waarde van de consumptiecheque vermelden.



 

updates zijn consulteerbaar via de website van buitenlandse zaken.

Bij gebieden in het buitenland (dat kan gaan over een stad, een gemeente, een district of zelfs een heel land) met code groen zullen er geen speciale maatregelen zijn bij de terugkomst. Wel alle nodige, normale voorzorgsmaatregelen aangeraden. 

Gebieden die in lockdown zijn of waar er op basis van epidemiologische data een hoog risico wordt vastgesteld krijgen code rood. Voor deze gebieden geldt een reisverbod. Reizigers die uit deze gebieden terugkeren, zullen verplicht worden om een coronatest te ondergaan en 14 dagen quarantaine te gaan. Bij code rood geldt de procedure die nu al in voege is voor hoogrisico-contacten.

Code oranje betreft gebieden waar volgens de overheid een hoog gezondheidsrisico is maar waar reizen wel mogelijk is mits quarantaine, een test of andere voorwaarden.

Het is belangrijk om weten dat deze regelgeving geldt vanwege de overheid t.a.v. elke burger, op basis van zijn of haar individuele verantwoordelijkheid (en burgerzin). Bedrijven spelen hier als werkgever geen directe rol in. Uiteraard is het tegelijk wel van belang om als werkgever de werknemers hier bijkomend goed over te informeren waar nodig. Dit is niet enkel in het belang van de werknemer zelf, maar ook in het belang van de collega’s en het ganse bedrijf. Immers, de mate van veiligheid en continuïteit zijn mede afhankelijk van het correct opvolgen van deze individuele verboden, verplichtingen en (sterke) aanbevelingen. 

Vanuit Voka dringen we erop aan om de bestaande onduidelijkheid onder de vorm van code oranje verder weg te werken.

Tussen de beslissing voor een corona-hinderpremie op 20 maart en de deadline van 30 juni werden 132.000 aanvragen ingediend. Intussen werden al meer dan 100.000 dossiers goedgekeurd. Maar in sommige gevallen werd een toegekende corona-hinderpremie teruggevorderd wegens oneigenlijk gebruik. Die terugvordering is niet altijd correct en kan berusten op een misverstand of onvoldoende staving van de aanvraag.

Kaart een onterechte terugvordering aan

In geval van onterechte terugvordering omdat bijvoorbeeld niet alle gegevens bij Vlaio gekend zijn, kaart u dit best aan. Vaak gaat het over discussies met betrekking tot de fysieke vestiging, NACE-code waar men onder valt (belang van een correcte inschrijving in de KBO is wederom aangetoond), openingsuren, etc. Daarom is het in geval van discussies van belang dat u uw dossier voldoende stoffeert met eigen bewijsmateriaal zoals foto’s, folders, grondplannen, etc. Zo kan u aantonen dat u over een toonzaal beschikt, voldoende uren openhield vóór de crisis, de juiste verhouding open/gesloten gedeelte hanteert, ... 

In geval van betwisting neemt u dan ook best contact via klachten@vlaio.be of via www.vlaio.be/nl/content/klachtenformulier. Een rechtstreekse mail geniet de voorkeur aangezien daar onmiddellijk de noodzakelijke bijlages (stavingstukken) bij gevoegd kunnen worden. Vergeet zeker niet om contactgegevens, het dossiernummer en een zo duidelijk mogelijk beeld te schetsen van het probleem dat tot de klacht leidt. Vlaio heeft dan in principe 45 kalenderdagen de tijd om een antwoord te formuleren op de klacht. Houd er wel rekening mee dat men momenteel overstelpt wordt met aanvragen, controles en de verwerking ervan. Een antwoord kan dus enige tijd op zich laten wachten. 

De klacht dient uiteraard ontvankelijk te zijn. Redenen voor onontvankelijkheid zijn onder meer:

  • de klacht met betrekking tot dezelfde feiten werd al eerder door het agentschap behandeld
  • de feiten hebben betrekking op een juridisch beroep tegen een beslissing
  • je bezorgt als klager geen (correcte) contactgegevens (bijvoorbeeld als je de klacht anoniem verstuurt)
  • je kan als klager geen belang aantonen


Tweede lijn: de Vlaamse Ombudsdienst

Indien u na uw klacht bij Vlaio nog steeds geen voldoening hebt gekregen, kan u bij de Vlaamse Ombudsdienst terecht. Let wel, dit is een tweedelijnsdienst. U moet dus eerst over een afgehandelde klacht door Vlaio beschikken, zoniet zal de ombudsdienst u terug verwijzen naar Vlaio. De Vlaamse Ombudsdienst kan u bereiken via info@vlaamseombudsdienst.be of eventueel via het gratis nummer 1700. Binnen de week wordt u gecontacteerd of aangeschreven. 

De hulp inroepen van een raadsman kan in een beperkt aantal gevallen misschien nuttig zijn, maar we raden aan om eerst zelf met behulp van een voldoende gestoffeerd dossier uw klacht met Vlaio af te handelen. Een gerechtelijke procedure brengt immers extra kosten met zich mee en verloopt vaak langzaam. 

Indien men toch dient terug te betalen dan heeft men hiervoor in principe 30 dagen de tijd. Men kan met Vlaio ook een terugbetalingsplan afspreken. In geval van grotere bedragen kan dit zeker nuttig zijn. 

Voor de ondernemer die onterecht een Corona-hinderpremie aanvroeg, maar in aanmerking kwam voor de compensatiepremie, zal de aanvraag omgezet worden. In geval van eerdere uitbetaling zal u het bedrag in één keer dienen terug te betalen. Dit om te vermijden dat de compensatiepremie wordt gebruikt om de terugvordering van de Corona-hinderpremie (deels) te financieren. 

Het federaal parlement heeft op 9 juli beslist om de gewone investeringsaftrek voor kleine vennootschappen tot eind dit jaar te verhogen van 8% naar 25%. 

Situatie vandaag

Bij de hervorming van de vennootschapsbelasting (25 december 2017) werd het basispercentage van de gewone investeringsaftrek voor kleine vennootschappen tijdelijk verhoogd van 8% tot 20% voor de vaste activa die waren verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019. Sinds begin dit jaar geldt weer het basistarief van 8%.

De overdracht van de investeringsaftrek die niet kan worden toegepast bij gebrek aan voldoende winst of baten is normaal beperkt tot het volgende belastbare tijdperk. 

Wat verandert er?

De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde op 9 juli jongstleden het wetsontwerp goed waarbij het basispercentage van de investeringsaftrek tijdelijk wordt verhoogd tot 25% voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020. De maatregel geldt zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting. Ze is enkel van toepassing op kleine vennootschappen (definitie Wetboek Vennootschappen en Verenigingen). 

Voor wat betreft de vaste activa verkregen of tot stand gebracht in 2019, stemt het daaropvolgende belastbaar tijdperk geheel of gedeeltelijk overeen met het jaar 2020, getroffen door de COVID19-crisis. Om deze reden wordt de termijn voor de overdracht van de ongebruikte investeringsaftrek voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tijdens het jaar 2019 eenmalig verlengd tot de twee volgende belastbare tijdperken in plaats van enkel tot het volgende belastbare tijdperk. 

Voor wie zijn deze maatregelen bestemd?

Enkel van toepassing op kleine vennootschappen (definitie Wetboek vennootschappen en Verenigingen). Volgens dit Wetboek gaat het om vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

•    jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
•    jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 9.000.000 euro;
•    balanstotaal: 4.500.000 euro.

Wanneer uw vennootschap met een of meer andere vennootschappen verbonden is moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal berekend worden op geconsolideerde basis.  
 


 

De Kamer van Volksvertegenwoordigers besliste op 9 juli om receptiekosten tijdelijk 100 % aftrekbaar te maken. Deze tijdelijke maatregel geldt voor beroepsmatige kosten gedaan tussen 8 juni 2020 en 31 december 2020. 

Situatie vandaag

De receptiekosten die in het kader van de beroepsuitoefening worden gemaakt, kunnen worden aangemerkt als aftrekbare beroepskosten. De aftrekbaarheid van deze kosten wordt tot op heden beperkt tot 50%.

Wat verandert er? 

Om de horeca- en evenementensector in brede zin en de professionelen die een beroep doen op hun diensten te ondersteunen besliste het federaal parlement om tijdelijk de volledige aftrek van receptiekosten toe te laten. Deze maatregel geldt  voor beroepsmatig gedane receptiekosten die u betaalt of draagt tussen 8 juni 2020 en 31 december 2020. 
De kosten voor relatiegeschenken vallen niet onder deze tijdelijke maatregel. De aftrek van relatiegeschenken blijft dus 50%. 

Voor wie geldt de maatregel? 

Iedereen die in het kader van de beroepsuitoefening beroep doet op diensten van de evenementensector.

De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft op 9 juli beslist om eenmalig het “decembervoorschot” inzake btw niet toe te passen. 

Bestaande situatie

Indien uw onderneming een periodieke btw-aangifte indient moet ze in principe ook een voorschot betalen op de btw die verschuldigd is voor handelingen in de laatste aangifteperiode, het “decembervoorschot”. Deze verplichting geldt zowel indien u uw btw-aangifte maandelijks indient (voor de btw verschuldigd over handelingen van de maand december) als indien u uw btw-aangifte driemaandelijks indient (voor de btw verschuldigd over de handelingen van het vierde kwartaal). Deze maatregel dateert uit de jaren 90 en werd ingevoerd om louter budgettaire redenen. 

Wat is beslist? 

Om de liquiditeitspositie van ondernemingen te versterken heeft het federaal parlement beslist om uw onderneming – eenmalig – vrij te stellen van de verplichting om nog in 2020 het btw-voorschot te betalen voor handelingen die betrekking hebben op de maand december of op het vierde kwartaal.
De btw die verschuldigd is voor de laatste aangifteperiode zal u dan uiterlijk op de 20ste dag van de maand die volgt op deze aangifteperiode volledig moeten betalen, dus uiterlijk tegen 20 januari 2021. Het betreft dus een tijdelijk uitstel

Voor welke ondernemingen geldt deze maatregel? 

Deze eenmalige ontheffing van het voorschot in de laatste aangifteperiode is van toepassing voor alle ondernemingen die een periodieke btw-aangifte indienen (maandelijks of driemaandelijks).  Er zijn geen extra voorwaarden aan verbonden
 

 

Het federale parlement heeft op 9 juli beslist om wie voor het jaareinde een participatie neemt in het kapitaal van een kleine vennootschap een belastingvermindering in de personenbelasting toe te kennen. Via deze tijdelijke maatregel breidt men het toepassingsgebied uit van de bestaande tax shelters voor starters en “scale-ups”. Meer bepaald zullen alle kleine vennootschappen in aanmerking komen, mits ze tijdens de coronacrisis een aanzienlijke omzetdaling kenden. Met deze maatregel wil men de versterking van de solvabiliteit van kleine vennootschappen fiscaal ondersteunen.

Een rijksinwoner die naar aanleiding van een kapitaalsverhoging van een kleine vennootschap tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020 nieuwe aandelen op naam verwerft komt in principe in aanmerking voor een belastingvermindering in de personenbelasting. 

De belastingvermindering in de personenbelasting bedraagt 20 % van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek van de eventuele verbonden kosten. Een eventueel saldo is overdraagbaar naar de drie volgende belastbare tijdperken. 

Aan deze nieuwe tax shelter regeling zijn verschillende voorwaarden verbonden, zowel in hoofde van de vennootschap waarin geïnvesteerd wordt, als in hoofde van de investeerder zelf. 

Voorwaarden in hoofde van de investeerder

Een investeerder die in aanmerking wil komen voor deze corona tax shelter mag maximaal een belang van 30 procent in de kleine vennootschap aanhouden. Kleine vennootschappen zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden


-    jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
-    jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 9 000 000 euro;
-    balanstotaal: 4 500 000 euro.


Indien de inbreng tot een hogere participatie aanleiding geeft dan zal de inbreng voor het gedeelte boven de 30% geen fiscaal voordeel meer opleveren. 
De investeerder moet rechtstreeks inschrijven op de aandelen naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020. Hij/zij moet de aandelen uiterlijk op 31 december 2020 hebben volstort.   

Het bedrag waarvoor de belastingvermindering voor de Corona taxshelter kan worden bekomen bedraagt maximaal € 100.000

Ook een inbreng door de bedrijfsleider van de vennootschap zelf komt in aanmerking voor de Corona tax shelter (in tegenstelling tot de tax shelter voor startende ondernemingen en de tax shelter voor groei-ondernemingen). Echter, een inbreng gefinancierd via middelen uit de vennootschap zelf (bijvoorbeeld via een lening of via een terugbetaling van een deel van de rekening-courant) komen logischerwijze niet in aanmerking voor deze tijdelijke regeling.  

De investeerder moet de aandelen minimaal 5 jaren aanhouden. Als de aandelen eerder worden vervreemd, vindt een terugname van het genoten belastingvoordeel plaats. Deze terugname vindt plaats onder de vorm van een federale belastingvermeerdering in de personenbelasting. Deze belastingvermeerdering wordt berekend in functie van het aantal ontbrekende maanden. 
 

Voor eenzelfde participatiebedrag mag er geen cumul zijn met bestaande belastingverminderingen voor de verkrijging van werkgeversaandelen, de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds of andere reeds bestaande belastingverminderingen voor startende ondernemingen of groeibedrijven. De investeerder kan dus bij een investering van bijvoorbeeld € 100.000 in een startende onderneming niet twee maal een belastingvermindering  bekomen : één maal op basis van de tax shelter voor startende ondernemingen en één maal via de corona-tax shelter. Men kan wel € 100.000 investeren in een startende onderneming (tax shelter voor startende ondernemingen) en nog eens maximaal € 100.000 in een andere onderneming die zwaar is getroffen door de Corona-crisis (Corona tax shelter). In beide gevallen krijgt men dan een fiscaal voordeel in de personenbelasting. 

Voorwaarden in hoofde van de vennootschap

Enkel inbrengen in kleine binnenlandse vennootschappen of kleine vennootschappen waarvan de voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte komen in aanmerking voor deze Corona tax shelter. In dat laatste geval moet de vennootschap wel over een Belgische inrichting beschikken.

Het maximumbedrag van de inbreng per vennootschap bedraagt € 250.000. 

Het is wel belangrijk om op te merken dat deze maximale inbreng los staat van eventuele inbrengen in het kader van de andere tax shelters (voor startende ondernemingen of voor scale-ups). Een cumul met deze andere tax shelters is dus mogelijk. Een “scale up” kan dus bijvoorbeeld maximaal € 500.000 ophalen via de tax shelter voor groeibedrijven en nog eens € 250.000 via deze corona tax shelter. Een startende onderneming kan maximaal € 250.000 ophalen via de tax shelter voor startende ondernemingen en nog eens maximaal € 250.000 via de tijdelijke corona tax shelter. 

Enkel kleine vennootschappen waarvan de omzet in de periode 14 maart 2020-30 april 2020 met minimaal 30 % daalde ten opzichte van dezelfde periode in 2019 komen in aanmerking. Indien het om een startende onderneming gaat moet men de effectieve omzet vergelijken met de vooropgestelde omzet, beschreven in het financieel plan. 

Net zoals bij de reeds bestaande tax shelters komen een aantal aandelenparticipaties niet in aanmerking voor de belastingvermindering in de personenbelasting. Het gaat meer bepaald om het verwerven van aandelen in: 

-    Beleggings- financierings- of thesaurievennootschappen
-    Een vastgoedvennootschap
-    Een managementvennootschap
-    Een beursgenoteerde vennootschap
-    Een onderneming in moeilijkheden 

De vennootschap waarin de particulier een participatie neemt mag wel opgericht zijn in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen. 
Net zoals het geval is bij andere coronamaatregelen mag de vennootschap die de kapitaalverhoging doorvoert deze middelen vervolgens niet aanwenden voor een dividenduitkering, een kapitaalvermindering of een inkoop van eigen aandelen

Uitgesloten zijn tevens vennootschappen die een deelneming aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs (lijst opgenomen in het uitvoeringsbesluit bij het wetboek inkomstenbelasting) of die betalingen doen van € 100.000 of meer aan vennootschappen gevestigd in een belastingparadijs. In dat laatste geval kan de vennootschap wel aantonen dat de betalingen werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften. In dat geval komt de vennootschap wel in aanmerking voor toepassing van de corona-tax shelter. 

Ook indien de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een dividend uitkeert) wordt de belastingvermindering in hoofde van de investeerder teruggenomen. 

 

LOKALE CORONAMAATREGELEN

Voka krijgt heel wat vragen binnen van ongeruste ondernemers over de verstrengde maatregelen in de provincie Antwerpen. We zullen deze opvolgen in deze rubriek. Ondertussen gaf de gouverneur toelichting bij de nieuwe maatregelen die de komende vier weken van kracht zullen zijn. Een samenvatting vind je hieronder. De integrale tekst van de provinciale verordening vind je hier.

  • Telewerken. Alle bedrijven gevestigd in de provincie Antwerpen moeten verplicht en maximaal overschakelen op telewerk; ongeacht of hun werknemers van binnen of van buiten de provincie Antwrpen afkomstig zijn. Alleen voor werknemers die wegens de aard van hun activiteit of hun functie fysiek aanwezig moeten zijn op de werkplek, wordt een uitzondering gemaakt. Op de werkplek blijven de bestaande regels inzake social distancing gelden. Maw: personen die naar de werkplek komen moeten zich in de kantoor- of werkomgeving strikt houden aan de regels inzake social distancing. 
  • Avondklok. Tussen 23:30u en 6:00 uur ’s ochtends geldt in de hele provincie Antwerpen een verbod op niet-essentiële verplaatsingen. Noodzakelijke woon-werkverplaatsingen van bijvoorbeeld werknemers die in een shift- of volcontinu-regime staan, blijven wél toegestaan. Ook noodzakelijke leveringen of andere professionele transporten zijn toegestaan. 
  • Attest. Voor werknemers die overdag of na het ingaan van de avondklok essentiële woon-werk- of beroepsverplaatsingen moeten maken, volstaat een eenvoudige schriftelijke verklaring van de werkgever om dit te verantwoorden. Daarvoor is momenteel geen officieel attest of format voorzien. 
  • Provinciegrenzen. De grenzen van de provincie Antwerpen blijven gewoon open. Het in- en uitrijden van de provincie is dus aan geen enkele beperking onderworpen.
  • Mondneusmaskers. In provincie Antwerpen is iedereen boven 12 jaar verplicht om een mondneusmasker te dragen op het publiek domein én op plaatsen waar de fysieke afstand van 1,5 meter niet kan worden gewaarborgd. Deze verplichting geldt niet tijdens het nuttigen van eten en drinken en in de private sfeer (thuis)
  • In alle cafés en horecazaken moet de fysieke afstand van anderhalve meter tussen de gezelschappen te allen tijden gegarandeerd zijn, tenzij de gezelschappen van elkaar gescheiden zijn met een fysieke afscheiding. Individuele registratie is verplicht. Om contactonderzoek mogelijk te maken moeten deze gegevens gedurende 4 weken worden bijgehouden.
  • In restaurants en cafés wordt het gezelschap aan een tafel beperkt tot een strikt maximum van vier personen of tot een gezelschap dat bestaat uit leden van hetzelfde gezin.
  • Voor markten gelden dezelfde regels als voor winkels: geen ‘funshoppen’: u gaat alleen naar de markt of slechts in het gezelschap van minderjarige kinderen of uw begeleider wanneer u hulpbehoevend bent, en niet langer dan 30 minuten. Kramen die ingericht zijn als een horecagelegenheid zijn niet toegelaten op markten.

 
Corona zone extra maatregelen

In de meest getroffen zone (stad Antwerpen, Zwijndrecht, Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Wijnegem, Wommelgem, Ranst, Boechout, Borsbeek, Mortsel, Hove, Lint, Kontich, Edegem, Aartselaar, Boom, Niel, Schelle en Hemiksem, Rumst) worden daarenboven nog bijkomende maatregelen genomen.

  • Alle evenementen en feesten zijn ten strengste verboden, feestzalen sluiten, behalve voor begrafenisceremonies.
  • Alle fitnesscentra sluiten.

Door op lokaal niveau maatregelen te kunnen uitvaardigen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, kan men zeer gericht ingrijpen indien nodig. Zo vermijdt men dat een lokale uitbraak in een gemeente, regio of zelfs in een bepaalde organisatie, ertoe leidt dat duizenden andere burgers en bedrijven ook lijden onder beperkende maatregelen zoals dat het geval was tijdens de algemene lockdown van het voorjaar.

Als ook de informatiedoorstroming vlot verloopt, kan men kort op de bal spelen en gericht handelen om erger te voorkomen. Een tweede algemene lockdown zou immers desastreus zijn voor onze economie en maatschappij aangezien 1 op 4 bedrijven een tweede algemene lockdown niet zou overleven.

De lokale besturen kunnen een extra mondmaskerplicht instellen voor hun grondgebied, een avondklok instellen, samenscholingen verbieden, bepaalde zones zoals parken afsluiten, evenementen afgelasten of de sociale bubbels verkleinen. Een lokale lockdown is ook een mogelijkheid, als laatste redmiddel.

Er zijn nog geen drempelwaarden opgenomen in het draaiboek om over te schakelen naar strengere maatregelen of om versoepelingen in te voeren. Voka betreurt dit en vraagt duidelijke drempelwaarden zodat er uniforme maatstaven gebruikt worden in de verschillende lokale besturen.

Volgens het draaiboek worden plaatselijke winkels en ondernemingen gesloten, met uitzondering van voedingswinkels, winkels voor dierenvoeding, apotheken, krantenwinkels, tankstations. Zelfstandige beroepen moeten ook stoppen, met uitzondering van medische beroepen voor dringende hulpverlening (arts, tandarts, dierenarts…) en dringende herstellingen van infrastructuur indien het welzijn en gezondheid in het gedrang komen (zoals dringende herstelling verwarming). Telewerk wordt dan verplicht.

Voor Voka is het niet expliciet genoeg duidelijk gemaakt dat essentiële bedrijven ook open moeten blijven, zoals tijdens de algemene lockdown van het voorjaar. Daarom vragen wij verduidelijking hierover.
 

Indien er een bedrijfsarts of medisch verantwoordelijke is, kan die persoon ondersteuning vragen van het lokaal bestuur om de uitbraak in te dijken. In het draaiboek staan verschillende maatregelen die genomen kunnen worden om de veiligheid op te drijven, testen uit te voeren en de impact op de onderneming zelf tot een minimum te herleiden.

Wanneer een volledige wijk, dorp of stad in quarantaine gaat, moeten ook crèches en scholen sluiten volgens het draaiboek. Voka is het daar niet mee eens en vraagt dat er gehandeld wordt volgens de draaiboeken die het onderwijs zelf heeft opgesteld.

WAT MET WERKNEMERS DIE UIT HET BUITENLAND VAN VAKANTIE TERUGKEREN?

Wie terugkeert uit een rode zone, wordt beschouwd als een hoogrisico-contact en moet verplicht in quarantaine. Pas na de tweede negatieve test wordt de quarantaine opgeheven.

Voor een oranje gebied is reizen mogelijk mits quarantaine, een test of andere voorwaarden. Deze zijn te consulteren op de website van de FOD Buitenlandse Zaken.

Het is niet aan de werkgever om te controleren of de werknemer deze stappen heeft ondernomen. 
 

Wie terugkeert uit een rode zone, wordt beschouwd als een hoogrisico-contact en moet van de overheid verplicht in quarantaine

Bij telewerk in deze periode van quarantaine wordt het loon betaald. Wanneer telewerk niet kan, bezorgt de huisdokter een quarantaineattest. Dat geeft in principe recht op een uitkering volgens de regels van de tijdelijke werkloosheid (www.rva.be). In samenspraak met de werkgever kunnen ook bijkomende vakantiedagen worden opgenomen.

De beslissingen van de regering over verplichte quarantaine is gericht naar de burgers, niet naar de werkgevers. Als werkgever ben je niet verplicht om je te vergewissen of je werknemer al dan niet naar een rode of oranje zone op vakantie is geweest. 

Het spreekt voor zich dat je de werknemers kan oproepen om hun gezond verstand te gebruiken en het reisadvies van de Dienst Buitenlandse zaken strikt na te leven. 
 

Wanneer de werknemer arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd. De werknemer ontvangt in principe een ZIV – uitkeringen van het ziekenfonds

De werkgever kan niet eisen dat elke werknemer zijn/haar reisbestemming meedeelt. Uiteraard kan hij dat steeds vragen. De werknemer is vrij om hierop in te gaan of niet. 

Keert een werknemer terug uit een risicogebied, dan mag de werkgever geen medisch attest eisen waaruit arbeidsgeschiktheid blijkt. Alleen in geval van arbeidsongeschiktheid mag de werkgever om een medisch attest vragen, en eventueel een controlearts inschakelen.
Het is ook niet mogelijk om de werknemer bij zijn terugkeer een test op te leggen, hier is geen wettelijke basis voor.  

Vertoont de werknemer geen symptomen, dan mag de werkgever niet ingrijpen. De werknemer mag het werk hervatten, zonder dat de werkgever dit kan verbieden. 
Idealiter bestaan er afspraken in de onderneming over de tewerkstelling van werknemers die uit een risicogebied terugkeren. Denk daarbij aan telewerk of werken in een afgezonderde ruimte in de onderneming. Het is aan de werkgever om de veiligheid op de werkvloer te garanderen, duidelijke richtlijnen en afspraken zijn dus zeker nodig.

Vertoont de werknemer wel symptomen, dan kan de werkgever vragen om zich te laten behandelen door zijn arts.  

Is de werknemer kennelijk ziek, en betekent zijn aanwezigheid een onmiskenbaar verhoogd risico voor de veiligheid en gezondheid in de onderneming, dan kan de werkgever de arbeidsgeneesheer inschakelen. Als de arbeidsarts de betrokken werknemer oproept voor een gezondheidsbeoordeling, moet de werknemer hier gevolg aan geven.  

Tot nog toe vonden quarantaine maatregelen hun oorsprong in een overmachtssituatie. Overmacht impliceert een onvoorziene omstandigheid. Om die reden komt de werknemer in aanmerking voor corona werkloosheid, in zoverre hij in de onmogelijkheid is om te werken. Denk aan de situatie waarbij telewerk niet mogelijk is. 

Maar wie vandaag vrijwillig naar het buitenland reist, weet dat hij het risico loopt om bij zijn terugkeer in quarantaine te moeten. We kunnen hier bezwaarlijk spreken van een onvoorziene toestand. Dezelfde bedenking kunnen we maken voor wie vast komt te zitten in het buitenland.

Het is nog onduidelijk welk standpunt de overheid hier zal innemen: kan de werknemer in die omstandigheid nog in aanmerking komen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht? Zal de kleur van de reisbestemming een bijkomend criterium vormen? Zodra we meer info hebben, brengen we je op de hoogte.

Zorg voor duidelijke afspraken en richtlijnen in de onderneming, zodat de werknemer weet waaraan hij zich moet houden bij zijn terugkeer. Preventieve maatregelen stemt u af met de preventieadviseur. Communiceer hier duidelijk over naar de werknemers. Van zodra er sprake is van symptomen bij de werknemer, zendt u de werknemer naar zijn behandelend arts. Is de veiligheid op de werkvloer in gevaar, dan schakelt u de arbeidsarts in voor verder gevolg.

HEROPSTARTMAATREGELEN

De Nationale Veiligheidsraad versoepelde een aantal maatregelen vanaf 1 juli - ondertussen werden een aantal alweer teruggeschroefd. Hoe was de toestand op 1 juli?:

Evenementen mogen weer

Indoorevenementen tot maximum 200 aanwezigen zijn toegestaan vanaf 1 juli, mits het respecteren van de veiligheidsmaatregelen. Bij evenementen buiten mogen er niet meer dan 400 mensen aanwezig zijn.

Evenementen gaan ook moeten voldoen aan een uitgebreide, bindende checklist. 

 

Openbare markten met meer dan 50 kramen

Er geldt geen beperking meer voor het aantal kramen op een markt. Dat betekent dat vanaf 1 juli opnieuw meer dan 50 kramen zijn toegestaan. Er mag ook weer gegeten en gedronken worden, mits naleving van hygiënemaatregelen (afstand houden, handen ontsmetten, infrastructuur schoonmaken,...). Mondmaskers zijn verplicht vanaf zaterdag 25 juli.

Winkelen 

Een mondmasker dragen werd verplicht in de winkels sinds zaterdag 11 juli.

Om de veiligheid te garanderen, wordt er maximaal 1 klant per 10 vierkante meter toegelaten in de winkel. Maar we mogen wel opnieuw met meerdere mensen winkelen. Ook is er geen tijdslimiet meer. De afstandsregels moeten wel gerespecteerd blijven.

Sluitingsuur van cafés blijft hetzelfde

Het sluitingsuur van de horeca-zaken wordt niet gewijzigd. De cafés en restaurants moeten ten laatste om 1 uur ‘s nachts de deuren sluiten. 

Om te vermijden dat cafégangers massaal zouden samenscholen na 1 uur lag de afschaffing van dat sluitingsuur op tafel. Maar dat gaat dus niet door.

Onderwijs

De ministers van Onderwijs hebben een systeem opgezet dat aangeeft hoe de school zich moet organiseren vanaf volgend schooljaar.

Sociale bubbel mag uitgebreid worden

De sociale bubbel-regel van maximum 10 mensen wordt uitgebreid naar 15. Het principe blijft hetzelfde: iedere week kan u dus met maximum 15 personen afspreken. Dat hoeven niet iedere week dezelfde mensen te zijn.

Publieke activiteiten heropenen

Deze publieke activiteiten mogen heropenen/herstarten: zwembaden, wellnesscentra, pretparken, binnenspeeltuinen, casino’s, speelzalen, cinema’s, congreszalen, recepties en feestzalen. 

Er komt een limiet van maximum 50 aanwezige personen en de zaken moeten veiligheidsmaatregelen uitvaardigen: een veiligheidsafstand, tijdsslots, crowd management, en een grondige hygiëne.

Discotheken en nachtclubs gaan nog niet open.

Vanaf 8 juni zal alles weer worden toegestaan, behalve de activiteiten die specifiek worden uitgesloten. Dat wordt bevestigd in het Ministerieel Besluit van 5 juni.

Open

Voor de horeca, sportsector en cultuursector komt het licht op groen om vanaf 8 juni opnieuw op te starten. Wel gelden nog strikte voorwaarden. Zo moet er bij de horeca tussen de tafels 1,5 meter afstand zijn, per tafel mogen maximum tien mensen zitten, elke klant moet aan zijn of haar eigen tafel zitten en bediend worden, obers moeten een mondmasker dragen en alle horecazaken en nachtwinkels mogen openblijven tot één uur 's nachts.

Vanaf 8 juni kunnen alle culturele activiteiten zonder publiek hervat worden. Optredens met het publiek zijn op maandag nog niet toegestaan, maar kunnen wel vanaf 1 juli hervat worden. Ook hier gelden specifieke regels, zoals het respecteren van de veiligheidsafstand voor het publiek en maximaal 200 aanwezigen.

Nog gesloten

Zaken die nog gesloten blijven tot en met 30 juni 2020: de wellnesscentra, met inbegrip van sauna’s; de casino’s en de speelautomatenhallen; receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen, de pretparken, de binnenspeeltuinen en de bioscopen.

Casino's mogen pas op 1 juli open, net zoals receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen. Discotheken mogen niet voor eind augustus opengaan. Massa-evenementen zijn nog verboden tot minstens 31 augustus.

Bij het individueel gedrag zijn zes gouden regels:

  • Hygiëneregels zoals de handen regelmatig wassen en elkaar geen hand geven.
  • Bij voorkeur buitenactiviteiten houden, anders voldoende ventileren
  • Neem extra maatregelen voor risicogroepen
  • Veiligheidsafstand blijft altijd van toepassing behalve bij kinderen jonger dan twaalf onder elkaar
  • Met mensen uit uw eigen huishouden kunt u nauwer contact hebben. Ook met mensen uit uw uitgebreide bubbel kunt uw nauwer contact hebben. Per week kan de groep veranderen. Het maximum van tien per week zorgt ervoor dat de sociale contacten beperkt blijven en maakt het gemakkelijker om ze op te sporen. 
  • Een groep mag niet groter zijn dan tien personen, kinderen inbegrepen. Dat geldt bij uw thuis, buitenshuis of in restaurants.

* UPDATE 24/07/2020

Sinds 25 juli zijn twee extra maatregelen van kracht voor horeca:

  1. een algemene mondmaskerplicht ingevoerd voor klanten van cafés en restaurants. Klanten mogen dit mondmasker enkel afzetten wanneer ze aan hun tafel zitten. Voor iedere verplaatsing binnen de zaak moet het mondmasker gedragen worden.
  2. Per tafel moet minstens één persoon contactgegevens (telefoonnummer en e-mailadres) achterlaten zodat er contact kan opgenomen worden in geval van een mogelijke besmetting met het coronavirus. Deze gegevens worden twee weken bijgehouden en nadien vernietigd.

 

Volgens het Ministerieel Besluit van 5 juni mocht de horeca terug open met de volgende voorwaarden:

  • de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafels wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
  • een maximum van tien personen per tafel is toegestaan;
  • enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
  • elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
  • het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de zaal;
  • het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de keuken, met uitsluiting van functies waarvoor een afstand van 1,5 meter kan worden gerespecteerd;
  • er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
  • terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
  • drankgelegenheden en restaurants mogen tot één uur ‘s nachts open blijven, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten.

Vanaf 8 juni zal alles weer worden toegestaan, behalve de activiteiten die specifiek worden uitgesloten.

Dat is goed nieuws voor de horeca, sportsector en cultuursector die vanaf 8 juni opnieuw mogen hervatten. Wel gelden nog strikte voorwaarden. Tussen de tafels moet 1,5 meter afstand zijn, per tafel mogen maximum tien mensen zitten, elke klant moet aan zijn of haar eigen tafel zitten en bediend worden, obers moeten een mondmasker dragen en alle horecazaken en nachtwinkels mogen openblijven tot één uur 's nachts.

Vanaf 8 juni kunnen alle culturele activiteiten zonder publiek hervat worden. Optredens met het publiek zijn op maandag nog niet toegestaan, maar kunnen wel vanaf 1 juli hervat worden. Ook hier gelden specifieke regels, zoals het respecteren van de veiligheidsafstand voor het publiek en maximaal 200 aanwezigen.

Casino's mogen pas op 1 juli open, net zoals receptiezalen met maximum vijftig aanwezigen. Discotheken mogen niet voor eind augustus opengaan. Massa-evenementen zijn nog tot minstens 31 augustus.

Bij het individueel gedrag zijn zes gouden regels:

  • Hygiëneregels zoals de handen regelmatig wassen en elkaar geen hand geven.
  • Bij voorkeur buitenactiviteiten houden, anders voldoende ventileren
  • Neem extra maatregelen voor risicogroepen
  • Veiligheidsafstand blijft altijd van toepassing behalve bij kinderen jonger dan twaalf onder elkaar
  • Met mensen uit uw eigen huishouden kunt u nauwer contact hebben. Ook met mensen uit uw uitgebreide bubbel kunt uw nauwer contact hebben. Per week kan de groep veranderen. Het maximum van tien per week zorgt ervoor dat de sociale contacten beperkt blijven en maakt het gemakkelijker om ze op te sporen. 
  • Een groep mag niet groter zijn dan tien personen, kinderen inbegrepen. Dat geldt bij uw thuis, buitenshuis of in restaurants.

Op vrijdag 15 mei werd het MB gepubliceerd over fase 2 van het heropstartplan. Dat bevestigt grotendeels wat afgelopen woensdag al werd aangekondigd op de Veiligheidsraad. Enkele belangrijke zaken op een rijtje.

Lees hier de volledige tekst van het MB in detail.

  • De contactberoepen zullen opnieuw aan de slag kunnen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren.
  •  
  • Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden - opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.
  • In deze fase is er ook een geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.
  • De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen.
  • Alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen zijn verboden tot en met 30 juni.

Op woensdag 13 mei heeft de Nationale Veiligheidsraad (NVR) beslist om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten. Enkele belangrijke zaken voor het economische leven op een rijtje.

  • De contactberoepen zullen opnieuw aan de slag kunnen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren.
  • Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden - opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.
  • In deze fase is er ook een geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.
  • De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen.
  • Alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen zijn verboden tot en met 30 juni.

De winkels mochten op maandag 11 mei heropenen onder strikte voorwaarden. Meer bepaald ging het over 'ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten'. Zo staat het verwoord in het Ministerieel Besluit.

Mochten nog niet open:

  • de schoonheidssalons;
  • de niet-medische pedicurezaken;
  • de nagelsalons;
  • de massagesalons;
  • de kapperszaken en barbiers;
  • de wellnesscentra, met inbegrip van sauna's;
  • de fitnesscentra;
  • de tatoeage- en piercingsalons;
  • de casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren;
  • de markten
  • de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasectoren

Strikte voorwaarden

De ondernemingen moeten de nodige veiligheidsmaatregelen nemen om de veiligheid te garanderen, dus ook ervoor zorgen dat er 1,5 meter afstand tussen personen mogelijk is. Als dat niet mogelijk is, moeten zij minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming aanbieden.

Er mag slechts één klant per tien vierkante meter binnen, en dat slechts voor dertig minuten of zolang als gebruikelijk in het geval van een afspraak.

In zaken waar de toegankelijke vloeroppervlakte voor klanten minder dan 20 vierkante meter bedraagt, is het toegelaten om twee klanten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is, of een gelijkwaardig niveau van bescherming aangeboden wordt. 

De onderneming moet ook middelen voor handhygiëne voorzien voor het personeel en de klanten.

Voor de winkelcentra worden er specifieke voorwaarden opgelegd:

  • Eén klant per tien vierkante meter wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
  • Het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgang;
  • Het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties.
  • Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk. Tenzij het gaat over een minderjarige die in het gezelschap is van een volwassene die onder hetzelfde dak woont.

Lees het volledige Ministerieel Besluit

Lees hoe winkels het aanpakken in de corona-opstart FAQ

Op donderdag 30 april is het Ministerieel Besluit gepubliceerd met de concretisering van de beslissingen die vorige week al door de Nationale Veiligheidsraad werden genomen om in verschillende fases de economie te heropstarten. De raad besliste onder meer dat bedrijven open mogen vanaf 4 mei en winkels vanaf 11 mei. Nog een aantal zaken, waaronder telewerk, social distancing en de generieke gids, werden verduidelijkt.

Afbouwstrategie

1. Fase 1 – a (4 mei)

Voor de bedrijven (uitgezonderd kleinhandel)

Alle bedrijven kunnen medewerkers oproepen als het nodig is, mits de veiligheid gegarandeerd is. Telethuiswerk wordt aanbevolen voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Maar indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. 

Als bedrijven niet kunnen voldoen aan de fysieke afstand moeten ze een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. De generieke gids is daarbij een referentiebasis en kan waar nodig inspiratie bieden. Deze gids kan aangevuld worden met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden.

Sectoren en werkgevers die hun activiteiten niet hebben onderbroken en die zelf reeds de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen, kunnen de generieke gids gebruiken als inspiratiebron.

De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
 

Voor de winkels en de horeca

Daar veranderen de regels niet, behalve voor de stoffenwinkels, die – gezien hun belangrijke rol in de productie van mondmaskers – hun deuren mogen openen. Daarnaast mogen ook de groothandels bestemd voor professionelen openen, maar enkel ten gunste van deze laatste. 

Voor de gezondheidszorg

Geleidelijke en veilige uitbreiding van de toegang tot de algemene en gespecialiseerde gezondheidszorg.

Belangrijk om weten!

Kinderopvang wordt verruimd voor alle ouders die gaan werken en geen andere opvangmogelijkheden hebben. 

Het kleuter, basis- en secundair onderwijs blijven voorzien in opvang van leerlingen op school en in voor- en naschoolse opvang. In die opvang krijgen de leerlingen nieuwe leerstof aangeboden via ‘preteaching’, net zoals hun klasgenoten die thuis zijn.
 
Crèches en onthaalmoeders blijven open zoals voordien. 
 

2. Fase 1 – b (11 mei)

Voor de winkels

Deze fase laat toe dat de winkels allemaal tegelijk weer open kunnen gaan –  zonder discriminatie op basis van grootte of sector – om zo iedereen dezelfde kans op succes te gunnen. Dat zal uiteraard onder voorwaarden gebeuren. Die zullen bepaald worden in overleg met de sectoren en de sociale partners.

Er zijn drie soorten voorwaarden:

  • de organisatie van het werk,
  • de ontvangst van klanten,
  • en het beperken van de toegang tot de winkel, om drukte te vermijden.
  • De uitoefening van zogenaamde contactberoepen (zoals dat van kappers bijvoorbeeld) is in deze fase nog niet toegestaan.

3. Fase 2 (18 mei)

Voor de winkels

Er zal bekeken worden of en onder welke voorwaarden zogenaamde contactberoepen hun activiteit opnieuw zouden kunnen uitoefenen, ook hier onder voorwaarden.

Op vlak van onderwijs

De heropstart van de lessen zal zeer geleidelijk gebeuren vanaf 18 mei. Niet alle leerlingen zullen meteen weer naar school gaan. Elke gemeenschap zal verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van deze beslissing op haar eigen grondgebied, in overleg met de onderwijssector.

4. Fase 3 (Ten vroegste vanaf 8 juni)

Vanaf 8 juni zullen meerdere punten bekeken worden. Onder meer de modaliteiten voor de mogelijke en geleidelijke heropening van restaurants en in een latere fase ook cafés, bars en dergelijke. Dit zal in ieder geval onder strikte voorwaarden moeten gebeuren.

 

Er zijn 3 groepen van gezonde leerlingen voor wie scholen opvang moeten voorzien:

  • Kinderen van wie de ouder(s) een job in een cruciale sector (zorg, veiligheid, voedingsnijverheid, distributie ...) uitoefenen of kinderen van wie de ouders werken in een sector die heropstart waardoor ze hun kind niet meer zelf kunnen opvangen.
  • Kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs, de onderwijsinternaten, de MPIGO’s en de IPO’s van het gemeenschapsonderwijs. Zij zijn medisch en/of sociaal kwetsbaar en moeten opgevangen worden. 
  • Voor leerlingen in een kwetsbare thuissituatie. Er zijn signalen dat voor een steeds grotere groep van kwetsbare leerlingen ‘preteaching’ thuis om verschillende redenen niet evident is. Als school kan je het best inschatten of zij niet beter af zijn in de opvang op school. De school gaat daarover in overleg met het CLB en de ouders.

Fase preteaching (t.e.m. 14 mei)

  • Het basis- en secundair onderwijs blijven zelf voorzien in opvang van leerlingen op school en in voor- en naschoolse opvang. In die opvang krijgen de leerlingen nieuwe leerstof aangeboden via ‘preteaching’, net zoals hun klasgenoten die thuis zijn.
  • Vanaf 4 mei komen geleidelijk meer kinderen naar de opvang, aangezien meer sectoren (dus niet enkel de cruciale) herstarten. Ook kinderen van ouders die niet (meer) thuis kunnen werken en dus zelf niet meer voor de opvang van hun kind kunnen instaan, moeten op school opvang krijgen. Het is van groot belang dat de principes van contactbubbels en social distancing en de voorzorgsmaatregelen toegepast worden.

Fase heropstart (vanaf 15 mei)

  • Leerlingen moeten in de opvang volgens het contactbubbel-principe gescheiden blijven van de groepen leerlingen die les krijgen op school, niet alleen in de klas, maar ook bij afhaalmomenten, speeltijden, eetmomenten ...

Ook in deze fase geldt voor de opvang in principe:

  • Vaste groepen van een 10-tal leerlingen, met een maximum van 14 leerlingen per groep
  • Bewaar zoveel mogelijk afstand (social distancing)
  • Voorzorgsmaatregelen (bv. handhygiëne) naleven

Bron: Onderwijs Vlaanderen

Vanaf 4 mei zullen heel wat bedrijven terug aan het werk gaan. Op 11 mei volgen de winkels en op 18 mei gaan ook de scholen geleidelijk weer open.

Ouders die vanaf dan terug (buitenshuis) aan het werk gaan, zullen dan terug beroep kunnen doen op kinderopvang in de crèches. Dit betekent dat er terug meer kinderen naar de opvang zullen komen.

Kind en Gezin zet op een rijtje welke kinderen vanaf 4 mei welkom zijn in de kinderopvang. Dat zijn:

  • Kinderen van ouders die buitenshuis gaan werken, niet enkel in cruciale beroepen en essentiële sectoren. Één ouder die buitenshuis werkt is voldoende.
  • Kinderen in een kwetsbare of moeilijke thuissituatie, waaronder ook (thuis)werkende alleenstaande ouders en kinderen voor wie er geen enkele andere opvang mogelijk is.
  • Kinderen van ouders die beide van thuis uit werken zullen pas vanaf 18 mei terug naar de opvang kunnen.

Deze tussenstap is genomen om:

  • om de druk op de kinderopvang werkbaar te houden.
  • om de (her)start voor de kinderen zelf zo aangenaam mogelijk te verlopen. Jonge kinderen moeten terug wennen aan de opvang en zullen het in het begin moeilijk hebben en extra aandacht vragen.
  • om de kinderopvang zo veilig mogelijk te laten verlopen, met respect voor de contactbubbels en andere hygiënische voorzorgsmaatregelen.

Ook na 18 mei blijft een geleidelijke instroom belangrijk. Er wordt daarom gevraagd om in gesprek te gaan met de opvangvoorziening, zodat niet iedereen op zelfde moment instroomt en de opvang een haalbare planning kan maken.

Ouders die hun kinderen, verplicht of vrijwillig, thuis houden, zullen - zolang de coronamaatregelen gelden - niet moeten betalen voor de afwezigheid in de opvang. Ze verliezen ook geen  respijtdagen. De opvang wordt hiervoor vergoed door de overheid.

Omdat er vanaf 4 mei terug meer kinderen naar de opvang komen, is er extra aandacht voor de veiligheid. De geldende maatregelen rond contactbubbels en hygiëne blijven gelden. Bijkomend vraagt Kind & Gezin aan ouders:

  • om een mond- en neusbedekking te dragen tijdens de breng- en haalmomenten;
  • om een veilige afstand te bewaren met andere ouders en de medewerkers van de opvang;
  • om de ruimtes van de kinderopvang niet te betreden;
  • om slechts met één - liefst steeds dezelfde - persoon te komen voor de breng- en haalmomenten;

Zieke kinderen horen, zoal voordien, niet thuis in de opvang.

Bron en info: Kind & Gezin

BELEIDSMAATREGELEN OM TE HELPEN BIJ LIQUIDITEITSPROBLEMEN

Het federaal parlement besliste op 9 juli om in de maanden juni tot en met augustus 2020 een tijdelijke, gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing toe te kennen aan ondernemingen die hun  werknemers terughalen uit tijdelijke werkloosheid of nieuwe werknemers aanwerven. Via deze tijdelijke loonkostenverlagende maatregel wil men ondernemingen er toe aanzetten om hun werknemers uit tijdelijke werkloosheid te halen en nieuwe aanwervingen te doen. 

Meer bepaald zal uw onderneming 50 % van de extra bedrijfsvoorheffing in de maanden juni, juli en augustus ten opzichte van de totale kost aan bedrijfsvoorheffing in de maand mei niet moeten doorstorten. U moet dus eerst nagaan wat de totale kost aan bedrijfsvoorheffing was in de maand mei, de referentieperiode voor de maatregel. Vervolgens vergelijkt u de totale kost aan bedrijfsvoorheffing in de maanden juni, juli en augustus met deze in de referentieperiode. De BV-vrijstelling is gelijk aan 50 % van dat verschil. 

Merk op dat de maatregel dus niet gekoppeld is aan de tewerkstelling, maar aan de loonmassa. Indien uw onderneming dus hogere lonen toekent komt ze ook in aanmerking voor de maatregel. 

Over de drie beoogde maanden samen mag de totale vrijstelling van doorstorting per vennootschap niet meer bedragen dan € 20 miljoen. 

Om in aanmerking te komen voor deze tijdelijke lastenverlaging moet uw onderneming voldoen aan enkele voorwaarden. 

  • Zo moet uw onderneming minstens gedurende een ononderbroken periode van één maand tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 een beroep hebben gedaan op het stelsel van technische werkloosheid. Onder één maand worden 30 opeenvolgende kalenderdagen begrepen (dus inclusief zaterdagen, zondagen en feestdagen). Het kan gaan om tijdelijke werkloosheid voor één werknemer of voor verschillende medewerkers. Hierbij kan de ene werknemer bijvoorbeeld twee weken werkloos zijn geweest en de andere werknemer de daaropvolgende twee weken. 
  • Vennootschappen die een rechtstreekse deelneming aanhouden in een vennootschap  gevestigd in een belastingparadijs komen niet in aanmerking (opgenomen op één van de lijsten waarnaar wordt verwezen in artikel 307, § 1/2, van het Wetboek Inkomstenbelasting of een Staat die is opgenomen in de lijst in artikel 179, KB/WIB 92)
  • Vennootschappen die betalingen van minstens € 100.000 verrichten aan een vennootschap in een belastingparadijs komen niet in aanmerking. Indien u kan aantonen dat deze betalingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften kan u echter wel genieten van de tijdelijke lastenverlaging. 
  • Indien uw vennootschap zijn eigen vermogen vermindert in de periode tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 via een uitkering van dividenden, een kapitaalvermindering of een inkopen van eigen aandelen komt ze niet in aanmerking voor deze tijdelijke lastenverlaging. Het begrip dividenden wordt ruim geïnterpreteerd. Hiermee bedoelt men bijvoorbeeld ook de verdeling bij een overlijden of de uitkering van een liquidatiereserve.  

Cumulatie van deze tijdelijke loonkostenverlagende maatregel met andere BV-kortingen is mogelijk. Deze tijdelijke BV-korting wordt pas toegepast op de bedrijfsvoorheffing die overblijft na toepassing van andere BV-kortingen (bijvoorbeeld voor nacht- en ploegenarbeid, overuren of onderzoekers). Het is in theorie mogelijk dat na toepassing van deze eerdere kortingen onvoldoende te verrekenen bedrijfsvoorheffing overblijft. In dat geval kan u het saldo overdragen naar de volgende maanden. Deze overheveling is mogelijk tot het einde van het kalenderjaar.  

Voorbeeld 

Veronderstel dat de kost aan bedrijfsvoorheffing in de maand mei € 1.000 bedraagt en in de maand juni € 1.500. Het verschil bedraagt € 500. De niet door te storten bedrijfsvoorheffing in de maand juni bedraagt dan € 250 (50 % van het verschil). Veronderstel nu dat de in principe verschuldigde bedrijfsvoorheffing in de maand juli oploopt tot € 1.800. In dat geval bedraagt het verschil met de referentieperiode in mei € 800. De helft van dit verschil (€ 400) zal u in dat geval niet moeten doorstorten. 

De tijdelijke werkloosheid wegens corona wordt verlengd tot 31/12 in deze twee gevallen:

1. Sectoren die nog beperkingen opgelegd krijgen: de horeca, de reis- en evenementensector

2. Bedrijven die in het tweede kwartaal minstens voor 20% van het aantal gewerkte dagen tijdelijke werkloosheid hebben ingeroepen

Ondernemingen die niet voldoen aan een van deze voorwaarden, kunnen wel nog steeds tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen aanvragen.

De Essentie

Het federale parlement heeft haar unanieme goedkeuring gegeven over een aantal fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie. Samengevat voorziet het wetsontwerp in de mogelijkheid aan ondernemingen (zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting) om hun potentiële verliezen dit jaar te verrekenen met hun winst van het vorige jaar. Het gaat om een eenmalige maatregel die de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van uw onderneming moet versterken. We gaan hier enkel dieper in op de carry-back in de vennootschapsbelasting. 
 
Concreet zal u voor het aanslagjaar verbonden aan het boekjaar dat afsluit tussen 13 maart 2019 en 31 december 2020 (het pre-corona tijdperk) aanspraak kunnen maken op een tijdelijke vrijstelling van de vennootschapsbelasting. Zulks à rato van de potentiële beroepsverliezen in het daaropvolgende boekjaar (het corona-tijdperk). Hiertoe maakt u een zo nauwkeurig mogelijke schatting van deze beroepsverliezen dit jaar. De vrijstelling mag niet hoger zijn dan het resultaat van het boekjaar dat afsluit tussen 13 maart 2019 en 31 december 2020. De vrijstelling is sowieso begrensd op 20 miljoen euro. De vrijstelling mag slechts voor één belastbaar tijdperk aangelegd worden.
 
Deze vrijstelling leidt er toe dat de vennootschap minder vennootschapsbelasting betaalt of dat een deel van de vorig jaar reeds betaalde voorafbetalingen wordt teruggestort. Deze terugbetalingen zouden snel plaats vinden om de liquiditeit van uw onderneming te stutten.  Aldus laat deze maatregel toe om de fiscale situatie in overeenstemming te brengen met de economische realiteit. 
 
Deze maatregel leidt tot een verschuiving van verliezen. Anders gezegd, de verliezen 2020 die worden aangewend op de winsten 2019, kunnen niet meer aangewend worden op toekomstige winsten. 
 
Hoewel dergelijke budgettaire oefening moeilijk te maken is, heeft de FOD Financiën becijferd dat het hier gaat over een verschuiving van 500 tot 800 miljoen euro. Het is dus geen recurrente lastenverlaging, wel een versnelde toepassing van de verliesaftrek waar ondernemingen sowieso recht op hebben. 

Ontdek hier alle technische details en simulaties van de regeling in vraag en antwoord

Er komt een welvaartsfonds ter waarde van 500 miljoen euro dat belegt in kapitaalsverhogingen en achtergestelde leningen van toekomstgerichte Vlaamse ondernemingen. Particulieren kunnen investeren in het fonds en krijgen een dubbel voordeel: een fiscaal voordeel en voordelige voorwaarden bij erfenis. Daarnaast worden familie en vrienden gestimuleerd om vriendenaandelen te kopen en zo ondernemingen te versterken. Deze maatregelen maken deel uit van een groter Vlaams herstelplan om de economie de komende maanden te ondersteunen.

De principes van de uitgebreide winwinlening, het vriendenaandeel en het Welvaartsfonds worden momenteel in Vlaamse regelgeving gegoten. Daarom is het nog even wachten op de concrete beschikbaarheid van deze (nieuwe) steuninstrumenten.

Om terug werk te maken van toekomstige groei, worden een aantal extra maatregelen genomen die deel uitmaken van een groter Vlaams herstelplan, een vierluik voor het herstel van onze economie. Deze maatregelen zijn complementair aan de maatregelen van de federale overheid die vooral focussen op de liquiditeit van de ondernemingen. De Vlaamse maatregelen focussen zich vooral op de solvabiliteit.

Welvaartsfonds van 500 miljoen euro

Tientallen miljarden euro’s staan geparkeerd op spaarrekeningen van Vlamingen. Met de lage rente levert dit weinig op en tegelijk snakken onze bedrijven naar extra kapitaal om door deze crisis te raken. Met de maatregelen wil het beleid dit slapend geld activeren. Er komt een welvaartsfonds dat zal beleggen in kapitaalsverhogingen of achtergestelde leningen bij Vlaamse ondernemingen. De overheid zal op termijn een minderheidsparticipatie aanhouden in dat fonds, maar kan bij de opstart wel de meerderheid hebben.

Er wordt in 240 miljoen euro voorzien bij PMV om het fonds op te starten. Dit fonds zal zich focussen op kapitaalsparticipaties en achtergestelde leningen met een looptijd van 4 jaar en meer, steeds in cofinanciering met private investeerders. Naast institutionele beleggers zullen ook particulieren in het fonds kunnen investeren en daar een dubbel voordeel genieten. Ze krijgen een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar de eerste drie jaar met een maximum van 1.000 euro per belastingplichtige. Daarnaast zullen de aandelen in het fonds bij erfenis overgaan mits een recht van 3% en niet meegerekend worden in het vermogen.

Het fonds zal investeren in bedrijven die ethische voorwaarden nakomen. Mogelijke bedrijven zijn start-ups en scale-ups die een financieringsnood van meer dan 800.000 euro ten gevolge de coronacrisis hebben, start-ups en scale-ups die een opportuniteit zien in de huidige crisis en bijkomende middelen nodig hebben om een versnelling hoger te kunnen schakelen, innovatiegedreven bedrijven, gezonde Vlaamse dochters van internationale groepen die bijvoorbeeld via een uitkoop zelfstandig een toekomst kunnen hebben, alle innovatieve bedrijven, …

Vriendenaandeel

Een andere nieuwe manier om als particulier te investeren in een kmo, een coöperatieve of een burgerinitiatief zijn de win-win-aandelen. Je kan tot maximaal 75.000 euro investeren en je krijgt daar 5 jaar lang een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar. Als onderneming kan je zo maximaal 300.000 euro kapitaal verwerven. Het recht op de eenmalige belastingvermindering geldt voor 5 jaar.

De kapitaalverstrekker mag geen werknemer van de onderneming zijn, kan niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner zijn en geen bestuurder of zaakvoerder van de onderneming. Voor kleine aandeelhouders (met maximum 10% van de aandelen) wordt het wel toegelaten om kapitaal te verstrekken onder een win-winformule. Op deze manier wordt het ook een interessant instrument voor coöperatieven en burgerinitiatieven. Een groep buren die een vervallen theaterzaal willen ombouwen tot gemeenschapscentrum kunnen op die manier samen bijvoorbeeld die investeringen doen. Of een groep ouders die beslissen om samen te investeren in jeugdlokalen kunnen ook deze manier van win-winaandelen gebruiken.

Een voorwaarde is dat er in de twee voorafgaande jaren en gedurende deze periode geen kapitaalverminderingen zijn. Er kunnen dividenden uitgekeerd worden als de onderneming succesvol is en winsten maakt. Je kan er ook voor kiezen om een deel van het bedrag als win-winaandelen te investeren en een deel van het bedrag als win-winlening te geven.

Vlaams herstelplan

Deze nieuwe maatregelen passen in het groter Vlaams herstelplan, een vierluik. Dat is een garantie om gezonde bedrijven door de crisis te helpen en te zorgen voor een versnelling van het economisch herstel.

  • Waarborgen met crisiswaarborgen en Gigarant voor een totale capaciteit van 3,4 miljard euro;
  • Achtergestelde leningen, daarbij was al voorzien in 250 miljoen euro bij PMV, nu wordt nog eens in 250 miljoen euro extra zodat er 500 miljoen euro beschikbaar is;
  • Welvaartsfonds van 500 miljoen euro waarvoor nu in een startkapitaal van 240 miljoen euro wordt voorzien;
  • Win-winlening en vriendenaandelen

Met dit vierluik beschikt de Vlaamse regering over de nodige instrumenten om de heropstart van onze bedrijven te ondersteunen. De Vlaamse regering wil de benutting van deze instrumenten ook monitoren en wanneer blijkt dat bijsturingen of versterkingen nodig zijn, zullen bijkomende middelen vrijgemaakt worden.

De principes van de uitgebreide winwinlening, het vriendenaandeel en het Welvaartsfonds worden momenteel in Vlaamse regelgeving gegoten. Daarom is het nog even wachten op de concrete beschikbaarheid van deze (nieuwe) steuninstrumenten.

De Vlaamse regering heeft beslist om de looptijd van de corona hinderpremie voor ondernemers die hun locatie verplicht moeten sluiten te verlengen. Daarnaast komt er een aanvullende compensatiepremie van 2.000 euro voor ondernemingen met groot omzetverlies. 

De huidige regelgeving voorziet het aflopen van de corona hinderpremie op 12 juni. Omdat de beperkende maatregelen langer geduurd hebben dan verwacht, komt er een verlenging van de looptijd van de hinderpremie voor wie verplicht gesloten moet blijven. Dat betekent dat de wellnesscentra en sauna’s, de speelautomatenhallen, de pretparken en binnenspeeltuinen, de bioscopen, discotheken en dancings, zwembaden en foorkramers een beroep kunnen doen op de dagpremie van 160 euro per extra sluitingsdag. Ook marktkramers die door de beperking van 50 kramen per markt niet kunnen starten, kunnen een beroep doen op de premie. De premie wordt toegekend tot het moment waarop de fysieke locatie van de onderneming kan heropenen op basis van een beslissing van de Veiligheidsraad.

Aanvullende compensatiepremie

De beperkende maatregelen die opgelegd werden om de verspreiding van het virus tegen te gaan, werken voor veel ondernemingen nog steeds door, waardoor er langdurige impact op de omzet is. Zeker voor de sector van de evenementen is de impact nog steeds heel groot. Ook voor bedrijven en winkels die recent opnieuw gestart zijn, is het effect op de omzet op dit moment niet te onderschatten omdat ze capaciteitsbeperkingen moeten naleven. Zij kunnen nu rekenen op een aanvullende compensatiepremie van 2.000 euro.

De extra premie kan gelden voor alle ondernemingen die in aanmerking kwamen voor de eerste compensatiepremie én voor ondernemingen die een beroep konden doen op de hinderpremie en ondertussen opnieuw open zijn. De voorwaarde is een omzetverlies van minstens 60% in een periode van 1 maand vanaf de heropening ten opzichte van een referentieperiode vorig jaar. Voor winkels gaat het om de periode van 11 mei tot 11 juni, voor horeca ondernemingen bijvoorbeeld gaat het om de periode van 8 juni tot 8 juli. Het omzetverlies moet aangetoond kunnen worden aan de hand van dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdsregistratie. Daarnaast moet de onderneming ook effectief openen en de activiteiten heropstarten.

Er werd op zaterdag 6 juni een federaal akkoord bereikt over steunmaatregelen voor de koopkracht van de burgers en de sectoren in moeilijkheden. Deze maatregelen vormen het derde luik van het Federaal Plan voor Sociale en Economische Bescherming. Hieronder vind je een samenvatting gebaseerd op wat vandaag officieel gecommuniceerd werd door de premier. De maatregelen zullen later nog verfijnd en uitgebreid worden.

Verlenging bestaande maatregelen

In een eerste pakket zitten maatregelen die de federale regering al genomen had, en die verlengd zullen worden. De belangrijkste maatregelen daar zijn:

  • de tijdelijke werkloosheid door corona-overmacht;
  • het overbruggingsrecht voor zelfstandigen;
  • en het corona-ouderschapsverlof.

Deze maatregelen worden verlengd tot en met 31 augustus.

Dat geldt ook voor andere maatregelen zoals het bevriezen van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, alle maatregelen voor kunstenaars, de subsidie van 3 miljoen euro aan de OCMW’s voor voedselhulp en de voordelen voor wie computerapparatuur schenkt aan scholen. 

Steunmaatregelen voor sectoren in moeilijkheden

Er zijn vier specifieke steunmaatregelen genomen voor sectoren in moeilijkheden, waaronder de horeca, om de sociaal-economische gevolgen van een geleidelijke hervatting van de activiteiten te verzachten. Het gaat om:

  • een verlenging en verbetering van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen tot 31 augustus 2020 en verlengbaar tot en met 31 december 2020;
  • tegelijk een verlenging van de tijdelijke werkloosheid tot 31 december 2020;
  • om de financiële situatie van de horecazaken te verbeteren, wordt de btw op alle diensten, met uitzondering van alcoholische dranken, tot 31 december 2020 verlaagd tot 6%;
  • in zwaar getroffen sectoren die hun toevlucht moesten nemen tot tijdelijke werkloosheid, werd een akkoord bereikt om de komende drie maanden een gedeeltelijke vrijstelling van de betaling van de bedrijfsvoorheffing toe te kennen. Dat zal ook een stimulans zijn om werknemers die nu nog tijdelijk werkloos zijn, terug aan het werk te laten gaan.

Solvabiliteit

Wat de solvabiliteit van de ondernemingen betreft, daar zal de bankgarantie worden verlengd. De modaliteiten voor de uitbreiding ervan naar kmo’s, zullen volgens de onderhandelaars snel in het Parlement worden besproken. Voorstellen om kunstenaars te ondersteunen worden daar volgende week ook besproken.

Koopkracht verhogen

Er was ook aandacht voor de koopkracht van burgers.

Bij de maatregelen zit onder meer:

  • Een consumptiecheque van 300 euro, gericht op de zwaarst getroffen sectoren. Die kan door de werkgever worden toegekend voor de aankoop van goederen en diensten in de horecasector, de cultuursector, ... Deze cheque is 100% aftrekbaar en belastingvrij.
  • Extra steun van 6 keer 50 euro per maand voor leefloners, mensen met een beperking en mensen die recht hebben op een IGO (inkomensgarantie voor ouderen).
  • Elke inwoner van dit land zal kunnen genieten van een rail pass (NMBS) met 10 ritten die geldig is van 1 juli tot en met 31 december. Het supplement om een fiets mee te nemen op de trein, wordt tijdelijk geschrapt.

Daarnaast komt er extra steun voor de OCMW’s door middel van een verdere tijdelijke verhoging  van het terugbetalingspercentage van de federale overheid met 15 procent.

De tien partijen zijn akkoord gegaan om, na dit eerste pakket maatregelen, nog verder te onderhandelen over extra steunmaatregelen die dit eerste pakket kunnen aanvullen.

Het bestaande bankenplan werd versoepeld en verlengd. Daardoor kunnen kmo's nu gemakkelijker en langer een beroep doen op het federale bankenplan. Het parlement keurde daarvoor op 16 juli 2020 de wet goed.

Wat zijn belangrijke veranderingen?

  • Banken besloten in maart een half jaar betalingsuitstel voor leningen toe te kennen. Tussen begin april en eind mei kregen 118.000 gezinnen zo'n uitstel en maakten 130.000 bedrijven er gebruik van. De regeling wordt nu verlengd, waardoor betalingsuitstel op hypotheekleningen en bedrijfskredieten tot eind dit jaar geldt.
  • Ook de injectie van 50 miljard euro garanties voor leningen wordt verlengd. Bedrijven konden in het aanvankelijke plan tot 30 september een beroep doen op die garanties om gemakkelijker bij hun bank een lening te krijgen. Dat instapmoment wordt nu ook verlengd tot eind dit jaar.
  • Bovendien zullen kmo's garanties kunnen krijgen voor leningen met een langere looptijd. Aanvankelijk konden alleen leningen met een looptijd van maximaal een jaar op garanties rekenen. Dat wordt verlengd tot drie jaar. Voor die langere leningen wordt in het garantiefonds 10 van de 50 miljard euro gereserveerd.
  • Ook de risicoverdeling, voor het geval bedrijven of gezinnen hun leningen niet afbetalen, is veranderd. In de aanvankelijke regeling droegen de banken het volledige verlies op de eerste 3 procent van de niet-afbetaalde lening, de helft van het verlies op de volgende 2 procent en 20 procent op de rest. Nu geldt die laatste verdeelsleutel op het volledige verlies, vanaf de eerste euro. De banken dragen dus 20 procent van alle verliezen, de overheid 80 procent. Dat maakt dat banken minder weigerachtig moeten worden om kredieten te verlenen.
  • Ook zullen meer bedrijven aanspraak kunnen maken op de steun. Aanvankelijk was vereist dat ondernemingen niet mochten achterstaan met betalingen voor belastingen of sociale bijdragen. Die voorwaarde wordt geschrapt. 

Om de effecten van de coronacrisis voor Vlaamse bedrijven te temperen, creëert PMV een financiële buffer op middellange termijn met achtergestelde leningen van maximum 2 miljoen euro op 3 jaar. Dit als aanvulling op overbruggingskredieten op heel korte termijn vanuit het federale niveau.

De focus ligt op start-up bedrijven en scale-ups, en ook mature bedrijven die tijdelijk in moeilijkheden komen door de coronacrisis en nood hebben aan financiële versterking om de gevolgen van de coronacrisis bovenop te komen.

Deze achtergestelde leningen moeten voor 15 november 2020 aangevraagd worden. 

1. Voor leningen tot 800.000 euro:

Voor wie? 

  • Twee doelgroepen:
  1. Start- en scale-ups: (jonge) bedrijven die in de laatste 3 jaren geen recurrente positieve kasstroom hadden en die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen
  2. Kmo’s en zelfstandigen: bedrijven die vóór de Coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.  
  • Intrinsiek gezonde en levensvatbare Vlaamse kmo’s in ademnood door Covid-19
  • Bedrijven zonder achterstallen op hun lopende kredieten, bij de belastingen, BTW of sociale zekerheidsbijdragen aan het begin van de Coronacrisis.
  • Geen onderneming in moeilijkheden zijn (volgens de Europese definitie) 
  • En m.b.t. de werkgelegenheid: 
  1. 80% van hun tewerkstelling t.o.v. eind 2019 behouden te hebben of te herstellen 
  2. OF minstens 50% van hun werknemers terug uit de tijdelijke werkloosheid te halen (opnieuw actief aan het werk)
  • Indien er (bancaire) kredieten lopen moet er een engagement van de bank zijn om aan boord te blijven. Dat moet blijken door de kredieten niet op te zeggen en/of door uitstel van kapitaalaflossingen toe te staan. 

Wat houdt de maatregel in?

  • Bedrag: minimaal 25.000 euro - maximaal 2,8 miljoen euro.
  • Kan verhoogd worden tot 3,5 mio euro, mits (bijkomende) cofinanciering van aandeelhouders, investeerders, banken en/of andere financiers.
  • Het bedrag wordt niet in schijven uitgekeerd, maar is als totaalbedrag in één beweging op te nemen. 
  • Achtergestelde lening: dus combinatie met banklening en waarborg blijft mogelijk

Wat zijn de voorwaarden?

  • Geen focus op sectoren. Breed toegankelijk. 
  • Beoordeling volgens 
  1. Belang voor de Vlaamse economie (bv. tewerkstelling),
  2. Aansluiting bij de speerpuntsectoren (Life Sciences, Cleantech, …)
  3. Aansluiting bij cruciale sector (energie, telecom, voedselvoorziening, veiligheid, logistiek). 
  • Geen waarborg vereist 

Wat geldt specifiek voor start- en scale-ups? 

  • Integrale terugbetaling na 3 jaar op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 5% te betalen op eindvervaldag  (wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)
  • Lening (hoofdsom en interesten) kan ook omgezet worden in aandelen – weliswaar met 25% korting op de aandelenprijs

Wat geldt specifiek voor kmo's?

  • Vrijstelling van kapitaalaflossingen tijdens de eerste 2 jaar, vervolgens maandelijkse, driemaandelijkse of zesmaandelijkse kapitaalaflossingen 
  • OF mits onderbouwing eveneens integrale terugbetaling op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 3% te betalen op eindvervaldag 

Hoe aanvragen? 

Alle info bij PMV 

Ontdek hier de voorwaarden van leningen boven 800.000 euro tot maximum 2 miljoen euro

Vrijdag 8 mei besliste de Vlaamse regering principieel om de winwinlening te verruimen en te versoepelen. Zo worden onder meer de plafondbedragen voor de investeerders (‘Family, Friends & Fans’) en de ontlenende ondernemingen opgetrokken. Ook de looptijd, overheidswaarborg en investeerdersgroep worden verruimd. De definitieve inwerkingtreding zal echter pas gebeuren na aanpassing van de regelgeving.  

Voor wie (kredietnemer)?

Alle kmo’s met een economische activiteit die in Vlaanderen gevestigd zijn, ook binnen de sector van de sociale economie.  

Door wie (kredietgever)?

Elke natuurlijke persoon die de lening afsluit buiten het kader van zijn eigen handels- of beroepsactiviteit

ÉN

  • geen werknemer is van de kredietnemer
  • geen echtgenoot of wettelijke samenwonende partner is van de kredietnemer als die een zelfstandige is
  • geen aandeelhouder met meer dan 5% van de aandelen van de betrokken onderneming is (voorheen: geen enkel aandeel bezitten)
  • geen bestuurder, zaakvoerder of een vergelijkbare mandataris is van de kredietnemende rechtspersoon (ook niet als echtgenoot of wettelijk samenwonende partner)

Wat?

  • Vorm: achtergestelde lening
  • Vergoeding voor de kredietgever: jaarlijks fiscaal voordeel van 2,5% op het openstaande kapitaal. Nu uitgebreid tot een maximale looptijd van 10 jaar (voorheen: 8 jaar). 
  • Looptijd: variabel van 5 tot 10 jaar (voorheen: vaste termijn van 8 jaar)
  • Rentevoet: de maximale wettelijke rentevoet en minimum de helft van die rentevoet (1,75% in 2020). 
  • Maximumbedragen: 
  1. Kredietgever (particulier): 75.000 euro (voorheen: 50.000 euro)
  2. Kredietnemer (onderneming): 300.000 euro (voorheen: 200.000 euro)
  • Overheidswaarborg in geval van niet-terugbetaling: tijdelijk 40%, d.w.z. voor nieuwe overeenkomsten afgesloten tot en met 31 december 2021 (voorheen: 30%). 
  • Opmerking: leningen die aflopen in 2020 kunnen met 2 jaar verlengd worden. Zo kan de terugbetaling meer gespreid of uitgesteld worden ten gevolge van de crisis. 

Hoe aanvragen? 

Contacteer PMV 

Ondernemers in het Vlaamse Gewest die in de doorstartperiode door de beperkende maatregelen van de federale overheid te kampen hebben met een omzetdaling van minstens 60% t.o.v. een bepaalde referentieperiode, kunnen deze premie van € 2.000 aanvragen. Voor wie een bijberoep uitoefent, bedraagt de premie € 1.000. 

De online-aanvraag is mogelijk vanaf 15 juli 2020. Lees aandachtig de handleiding vooraleer je een aanvraag indient. Ondernemers die nog geen corona hinderpremie of corona compensatiepremie kregen, moeten in de aanvraag de link leggen tussen de maatregelen die moeten nageleefd worden en de gevolgen hiervan op de beroepsuitoefening. Ondernemers moeten dit zelf motiveren bij de indiening van de aanvraag door te vermelden:

  1. over welke coronamaatregel het gaat – check hiervoor de FAQ van de Nationale Veiligheidsraad.
  2. hoe deze coronamaatregel de normale uitoefening van het beroep onmogelijk maakt.

*UPDATE* De deadline om een compensatiepremie aan te vragen, was 30 juni. Een ondersteuningspremie kan mogelijks wel helpen.

 

Vanaf dinsdag 5 mei kunnen alle ondernemingen die in aanmerking komen, de compensatiepremie aanvragen bij het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen VLAIO. Deze eenmalige premie van 3.000 euro gaat naar ondernemingen die niet verplicht werden om te sluiten, maar een zwaar omzetverlies hebben geleden. Dat is minstens 60% verlies door de gevolgen van de coronamaatregelen.

Hoe aanvragen?

Vanaf 5 mei kan iedereen de premie aanvragen via vlaio.be/coronacompensatiepremie. Bedrijven die de premie aanvragen moeten de omzetdaling die het gevolg zijn van de genomen coronamaatregelen ook aantonen. Deze week zullen de eerste betalingen al gebeuren.

Wat en voor wie?

De Vlaamse regering heeft beslist om de bestaande corona-hinderpremie uit te breiden met een aanvullende compensatiepremie voor ondernemingen die niet verplicht moeten sluiten ingevolge de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad én een omzetverlies van 60 procent of meer kunnen aantonen. Ook zelfstandigen, zelfstandigen in bijberoep en vzw's kunnen in aanmerking komen.

Eenmalige premie van 3.000 euro

  • Voor bedrijven en zelfstandigen met aantoonbaar omzetverlies van + 60% tussen 14/3/20 en 30/4/20 t.a.v. zelfde periode 2019
  • Er zijn maximaal 5 premies per onderneming als er meerder exploitatiezetels per onderneming zijn
  • Ook zelfstandigen in bijberoep, die door de hoogte van het inkomen sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep, kunnen de compensatiepremie van 3.000 euro ontvangen;
  • Voor starters wordt gewerkt met een omzetdaling van -60% ten opzichte van het neergelegde financieel plan.
  • Voor de ondernemingen in de vorm van een vzw is de compensatiepremie ook mogelijk, onder voorwaarde dat er minstens één iemand voltijds tewerkgesteld is.
  • De compensatiepremie zal aangevraagd kunnen worden via een toepassing bij VLAIO.

Eenmalige premie van 1.500 euro

  • Zelfstandigen in bijberoep die een inkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro kunnen een beroep doen op een compensatiepremie van 1.500 euro. Deze premie geldt ook voor zelfstandigen in bijberoep die verplicht moeten sluiten, maar geldt niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een job als werknemer van 80% of meer.
  • Het omzetverlies is minstens -60% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De referentieperiode is 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020.

Deze aanvullende compensatieregeling kan op dit moment nog niet aangevraagd worden. Vlaio breidt daarvoor de bestaande digitale tool nog uit.

Hinderpremie

Op vrijdag 20 maart besliste de Vlaamse regering al om een corona-hinderpremie uit te werken. Alle ondernemingen en winkels die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad hebben recht op deze premie van 4.000 euro. 

Om de effecten van de coronacrisis voor Vlaamse bedrijven te temperen, creëert PMV een financiële buffer op middellange termijn met achtergestelde leningen voor maximum 800.000 euro op 3 jaar. Dit als aanvulling op overbruggingskredieten op heel korte termijn vanuit het federale niveau.

De focus ligt op start-up bedrijven en scale-ups, en ook mature bedrijven die tijdelijk in moeilijkheden komen door de coronacrisis en nood hebben aan financiële versterking om de gevolgen van de coronacrisis bovenop te komen.

Deze achtergestelde leningen moeten voor 15 november 2020 aangevraagd worden. 

Voor wie? 

  • Twee doelgroepen:
  1. Start- en scale-ups: (jonge) bedrijven die in de laatste 3 jaren geen recurrente positieve kasstroom hadden en die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen
  2. Kmo’s en zelfstandigen: bedrijven die vóór de Coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.  
  • Intrinsiek gezonde en levensvatbare Vlaamse kmo’s in ademnood door Covid-19
  • Bedrijven zonder achterstallen op hun lopende kredieten, bij de belastingen, BTW of sociale zekerheidsbijdragen aan het begin van de Coronacrisis.
  • Geen onderneming in moeilijkheden zijn (volgens de Europese definitie) 
  • En m.b.t. de werkgelegenheid: 
  1. 80% van hun tewerkstelling t.o.v. eind 2019 behouden te hebben of te herstellen 
  2. OF minstens 50% van hun werknemers terug uit de tijdelijke werkloosheid te halen (opnieuw actief aan het werk)
  • Indien er (bancaire) kredieten lopen moet er een engagement van de bank zijn om aan boord te blijven. Dat moet blijken door de kredieten niet op te zeggen en/of door uitstel van kapitaalaflossingen toe te staan. 

Wat houdt de maatregel in?

  • Bedrag: minimaal 25.000 euro - maximaal 2 miljoen euro.
  • Kan verhoogd worden tot 3,5 mio euro, mits (bijkomende) cofinanciering van aandeelhouders, investeerders, banken en/of andere financiers.
  • Het bedrag wordt niet in schijven uitgekeerd, maar is als totaalbedrag in één beweging op te nemen. 
  • Achtergestelde lening: dus combinatie met banklening en waarborg blijft mogelijk

Wat zijn de voorwaarden?

  • Geen focus op sectoren. Breed toegankelijk. 
  • Beoordeling volgens 
  1. Belang voor de Vlaamse economie (bv. tewerkstelling),
  2. Aansluiting bij de speerpuntsectoren (Life Sciences, Cleantech, …)
  3. Aansluiting bij cruciale sector (energie, telecom, voedselvoorziening, veiligheid, logistiek). 
  • Geen waarborg vereist 

Wat geldt specifiek voor start- en scale-ups? 

  • Integrale terugbetaling na 3 jaar op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 5% te betalen op eindvervaldag  (wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)
  • Lening (hoofdsom en interesten) kan ook omgezet worden in aandelen – weliswaar met 25% korting op de aandelenprijs

Wat geldt specifiek voor kmo's?

  • Vrijstelling van kapitaalaflossingen tijdens de eerste 2 jaar, vervolgens maandelijkse, driemaandelijkse of zesmaandelijkse kapitaalaflossingen 
  • OF mits onderbouwing eveneens integrale terugbetaling op eindvervaldag 
  • Jaarlijkse, uitgestelde interest van 4,5% te betalen op eindvervaldag 

(wordt mogelijk nog verlaagd indien garantie vanuit het Europees Investeringsfonds wordt verleend)

Hoe aanvragen? 

Alle info bij PMV 

Op zaterdag 11 april heeft de ‘superkern’ het tweede luik uit het Bankenplan goedgekeurd. Daarvoor was eerst de goedkeuring van de Europese Commissie nodig. Dat regelt de garantie van de overheid bij het verschaffen van overbruggingskredieten door de banken aan ondernemingen die een zware impact ondervinden door de coronacrisis. Hierdoor wordt een soepelere toekenning van overbruggingskredieten mogelijk. De regeling treedt retroactief in werking vanaf 1 april 2020.

Voor wie geldt de maatregel?

Structureel gezonde, niet-financiële bedrijven, zelfstandigen en rechtspersonen uit de non-profit (bv. ziekenhuizen) die geen achterstallen hadden op lopende kredieten, bij de belastingen of op sociale zekerheidsbijdragen, 

  • op 1 februari 2020 óf
  • meer dan 30 dagen op 29 februari 

De in aanmerking komende bedrijven mogen

  • geen actieve kredietherstructurering hebben lopen daterend van vóór 31/01 én 
  • officieel geen ‘onderneming in moeilijkheden’ zijn.

Indien voldaan aan bovenstaande criteria wordt er verder geen onderscheid gemaakt tussen ‘betere’ en ‘minder goede’ kredietnemers.

Overigens: de maatregel geldt ook voor buitenlandse activiteiten van Belgische multinationals.

Wat houdt de maatregel in?

Van toepassing op alle nieuwe kortetermijnkredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden die banken verstrekken tot en met 30 september 2020. Dus met in begrip van:

  • kaskredieten
  • voorschotten op vaste termijn (‘straight loans’)
  • kredietopeningen
  • garantiefaciliteiten
  • toegelaten debetstanden (‘overdraft facilities’) 
  • gesyndiceerde kredieten of club deal (= meerdere kredietverstrekkers verschaffen samen een krediet aan één of meerdere kredietnemers).

NIET van toepassing op: herfinancieringskredieten, alle nieuwe moratoria (zoals uitstel van betaling van interesten, kapitaal, …) en niet opgenomen bedragen op bestaande kredietlijnen.

Gedekt kredietbedrag: max. 50 miljoen euro per bedrijf (of groep van verbonden bedrijven). Daarboven is een goedkeuring van de overheid noodzakelijk per dossier.

Kost van de garantie: 

  • kmo’s: 0,25%
  • Grote bedrijven: 0,50%

Kost van het krediet:

  • maximaal 1,25% intrest (op jaarbasis) van het bedrag + de gewoonlijke kosten (zoals dossierkosten of reserveringsprovisies)

Opgelet! Voor kredieten toegekend tot en met 30 september 2020 voor gezonde bedrijven die niet getroffen worden door de crisis en waarvoor bijgevolg geen beroep dient gedaan te worden op de garantieregeling, moet geen garantiekost betaald worden voor het afsluiten van een nieuw krediet. Hun kredieten vallen buiten deze  garantieregeling (voor maximaal 17,5% van de gewaarborgde kredieten). 

Voor welke banken geldt dit?

Regeling geldt (verplicht!) voor alle banken die een rol spelen in België, behalve als ze een piepklein marktaandeel hebben. Alle reguliere groot- en kleinbanken worden dus bij wet door het akkoord gevat.

Elke bank krijgt een proportioneel deel van de 50 miljard overheidswaarborg volgens zijn marktaandeel op 31 december 2019.

De verdeling van de lasten tussen de banken en de staat op portefeuilleniveau (= som van alle kredieten bij een bank) is als volgt:

  • Voor een verlies tussen de 0 en 3% (‘first loss’): de staat komt niet tussen
  • Voor een verlies tussen de 3 en 5%: de staat neemt 50% op zich
  • Voor een verlies boven de 5%: de staat neemt 80% op zich

Wat met Leasing en factoring?

Leasing en factoring vallen niet onder het akkoord 
De leasingmaatschappijen, behalve die voor autolease, verklaarden wel het bankenakkoord naar de geest toe te passen in hun sector.

Naast het overbruggingsrecht voor zelfstandigen voor de maanden juli en augustus wordt er ook een 'Overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart' voorzien.

  1. Wie nog niet kan heropstarten om bepaalde redenen kan tijdens de maanden juli en augustus 2020 nog steeds in aanmerking komen voor het tijdelijke corona overbruggingsrecht onder bepaalde voorwaarden.
  2. Voor de maanden juni, juli en augustus 2020 wordt er een Overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart voorzien voor zelfstandigen als er kan worden aangetoond dat de activiteit voor het tweede kwartaal van 2020 een omzetverlies of vermindering van bestellingen kent van minstens 10% in vergelijking met het tweede kwartaal van 2019, als gevolg van het coronavirus.
  3. De fiscus publiceerde een Circulaire over het belastingstelsel van het corona overbruggingsrecht: Circulaire 2020/C/94 over het belastingstelsel van de financiële uitkeringen in het kader van het crisis-overbruggingsrecht.
     

 

Ook voor april komt er uitstel.

Wat houdt de maatregel in? 

De minister van Financiën heeft op 14 april de instructie gegeven aan de FOD Financiën om de betaling bedrijfsvoorheffing en btw die betrekking heeft op de maand april met twee maanden uit te stellen. De fiscus zal geen nalatigheidsinteresten en boetes innen indien u gebruik maakt van dit betalingsuitstel met twee maanden. 

Dit uitstel van betaling van belasting geldt meer bepaald voor: 

BTW

 Betaling voor: Normale termijn: Termijn verlengd tot:
Maandaangifte - april 2020 20 mei 2020 20 juli 2020

Bedrijfsvoorheffing

Betaling voor: Normale termijn: Termijn verlengd tot:
Maandaangifte - april 2020 15 mei 2020 15 juli 2020

Indien dit bijkomend uitstel niet afdoende is, kan uw onderneming met de FOD Financiën bijkomende betalingsmodaliteiten afspreken zoals een afbetalingsplan en de niet toepassing van nalatigheidsinteresten vragen.

Hiervoor is dan wel een aanvraag nodig.

Meer info

Ook voor het indienen van de periodieke btw-aangifte en intracommunautaire opgaven voor de maand april 2020 werd uitstel verleend. Die termijn voor indiening van de periodieke btw-aangifte met betrekking tot april wordt met name verlengd tot 5 juni 2020 (dus niet tot 20 juli). 

Indiening periodieke btw-aangifte (maandaangifte) voor april

  Normale indieningstermijn voor: Verlengd tot:
Maandaangifte - april 2020 20 mei 2020 5 juni 2020

De federale regering besliste eerder op 18 maart 2020 al dat ondernemingen automatisch uitstel van betaling van twee maanden krijgen voor het betalen van hun btw en bedrijfsvoorheffing. U moet ook in dat geval geen boetes of interesten betalen.

Dit uitstel van betaling van belasting gold meer bepaald voor: 

BTW

Betaling voor: Normale termijn: Termijn verlengd tot: 
Maandaangifte - februari 2020 20 maart 2020 20 mei 2020
Maandaangifte - maart 2020 20 april 2020 20 juni 2020
Aangifte - 1ste kwartaal 2020 20 april 2020 20 juni 2020

Bedrijfsvoorheffing

Betaling voor: Normale termijn: Termijn verlengd tot: 
Maandaangifte - februari 2020 15 maart 2020 13 mei 2020
Maandaangifte - maart 2020 15 april 2020 15 juni 2020
Aangifte - 1ste kwartaal 2020 15 april 2020 15 juni 2020

Indien dit bijkomend uitstel niet volstaat kan men met de FOD Financiën bijkomende betalingsmodaliteiten afspreken zoals een afbetalingsplan en geen toepassing van nalatigheidsinteresten. 

Wie komt in aanmerking? 

Alle btw-plichtigen en ondernemingen die bedrijfsvoorheffing verschuldigd zijn. Dit geldt voor alle werkgevers. De fiscus maakt geen onderscheid tussen ondernemingen naargelang ze wel of niet sluiten omwille van de coronacrisis. 

Zo vraagt u het aan

Automatisch uitstel van betaling

Meer info 
 

De Vlaamse overheid heeft de waarborgcapaciteit bij Gigarant van 1,5 miljard tot 3 miljard euro verhoogd om ondernemingen met liquiditeitsproblemen te helpen. Zij kunnen steun bieden in de vorm van overbruggingskredieten of door bestaande schulden te waarborgen.

Wat houdt dit in?

De waarborgen boven de 1,5 miljoen euro - de zogenaamde Gigarant-waarborgregeling - worden gebruikt om bankiers te ondersteunen bij financieringsvraagstukken die vandaag moeilijker alleen te beantwoorden zijn. Gigarant beschikt vandaag over een waarborgcapaciteit van 1,5 miljard euro. Die capaciteit wordt nu opgetrokken tot 3 miljard euro. Gigarant zal op die manier een aangepaste COVID-19 waarborg in de markt kunnen zetten die meer flexibiliteit biedt. 

  • De COVID-19 waarborg wordt enkel toegekend voor de financiering aan een onderneming die op 31 december 2019 geen onderneming in moeilijkheden was (bij de standaard waarborg ligt de evaluatie op het moment van toekenning);
  • De termijn bedraagt maximaal 6 jaar;
  • Voor deze crisiswaarborg wordt de bij toekenning te betalen premie verlaagd in vergelijking met de huidige Gigarant premie;
  • Er wordt gezorgd voor een goede spreiding van het risico tussen banken en overheid;
  • Het bedrag van de COVID-19 gewaarborgde financiering wordt per onderneming tijdelijk beperkt conform de Europese regelgeving (het dubbele van de totale jaarlijkse bruto loonmassa 2019 of 25% van de totale omzet 2019 of mits een gepaste rechtvaardiging de liquiditeitsbehoefte voor de komende achttien maanden voor een KMO en voor de komende twaalf maanden voor een grote onderneming);
  • Dossiers die onder het toepassingsgebied van het federale ‘corona-akkoord’ vallen worden wel uitgesloten van de Gigarant-waarborg.

Bovenop eerdere maatregelen

Op vrijdag 13 maart 2020 werd al beslist dat er in 100 miljoen euro extra werd voorzien voor coronacrisiswaarborgen. Op die manier kunnen ondernemingen en zelfstandigen in deze crisisperiode bestaande waarborgen laten verlengen bij de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen, bestaande korte termijn kredietlijnen onder de waarborg brengen of hun niet-bancaire schulden die ouder zijn dan 3 maand laten financieren.  Deze maatregel komt bovenop de bestaande waarborgen voor investeringskredieten en werkkapitaal. Met de 100 miljoen euro extra kunnen we al bijvoorbeeld zo’n 1000 leningen van 100.000 euro waarborgen.

Bron: Vlareg

Wat houdt de concrete invulling van het bankenplan voor ondernemingen in?

Ondernemingen die financieel worden getroffen door de coronacrisis en aan de toekenningsvoorwaarden voldoen, kunnen betalingsuitstel van ondernemingskrediet vragen.

Wat betekent dit voor mijn onderneming?

Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet houdt in dat je onderneming gedurende maximum 6 maanden geen aflossingen van kapitaal moet doen. De intresten blijven verschuldigd.

De banken verbinden zich ertoe om de gebruikelijke dossier- of administratiekosten niet aan te rekenen.

Hoe zit het precies met de timing?

Voor aanvragen die tot en met 30 april 2020 worden gedaan, kan maximum 6 maanden betalingsuitstel worden verkregen, en dit tot uiterlijk 31 oktober 2020.

Voor aanvragen die na 30 april 2020 worden gedaan, blijft de einddatum 31 oktober 2020.
Dit betekent bv. dat wie een kredietaanvraag doet in juni nog 4 maanden betalingsuitstel kan opnemen (juli-augustus-september-oktober).

Aanvragen die werden ingediend vóór de publicatie van de charters zullen worden geëvalueerd volgens de criteria van de charters. Indien nodig zal de bank contact opnemen met de kredietnemer.

Hoe vraag ik het aan?

Wie denkt aan de voorwaarden te voldoen om betalingsuitstel te kunnen aanvragen, wordt gevraagd om zijn of haar bank te contacteren. Dat kan enkel op afspraak of via de beschikbare digitale kanalen van de bank (e-mail, chat, mobiele app,…) en via telefoon.

De banken stellen alles in het werk om hun klanten zo goed en zo snel mogelijk verder te helpen.

Alle details over het betalingsuitstel zijn terug te vinden in het charter voor betalingsuitstel ondernemingskredieten.

Meer info over het Charter betalingsuitstel ondernemingskredieten

Bron: Febelfin

Dat klopt.

Wat houdt de maatregel in?

Op 29 maart 2020 gaf de minister van Financiën de instructie om de terugbetaling van btw-tegoeden te versnellen. Het is een nieuwe maatregel die de liquiditeitspositie van ondernemingen ondersteunt.

Ondernemingen die voor 4 april hun btw-maandaangifte voor de maand februari indienen zullen hun btw-tegoed ten laatste op 30 april uitbetaald krijgen. Dit komt neer op een versnelde terugbetaling van twee maanden. Normaal geschiedt de terugbetaling van dit creditsaldo immers tegen uiterlijk 30 juni 2020.

Voor alle maandindieners die van deze versnelde teruggaaf willen genieten (starters, vergunningshouders 'maandelijkse teruggave' en alle anderen) wordt de indieningstermijn voor de btw-maandaangifte van februari 2020 gebracht op 3 april 2020. Deze aangifte moet via Intervat worden ingediend.

De teruggave gebeurt enkel indien het vakje 'aanvraag terugbetaling' is aangekruist. Belangrijk: tot en met vrijdag 3 april 2020 kan de btw-maandaangever via intervat een verbeterende aangifte indienen om deze optie te wijzigen. Dit kan via https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/165-wijzigen-voorgaande-aangifte-2016.pdf

De andere basisvoorwaarden blijven van toepassing:

  • Minimumbedrag van teruggaaf van € 245
  • Alle aangiften over het lopende kalenderjaar moeten ingediend zijn
  • De administratie kent uw rekeningnummer voor btw-teruggaven
  • Er mag geen verzet bestaan tegen deze terugbetaling (ten gevolge van een derdenbeslag of een overdracht van schuldvordering)

Dit tegoed kan eventueel wel nog het voorwerp uitmaken van een inhouding of aanwending op een andere openstaande schuld en van een 'verificatie btw-tegoed'.

Deze indieningstermijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om de andere btw-maandaangiften van februari 2020 (met name de btw-maandaangiften die geen creditsaldo vertonen of waarvoor geen teruggave gevraagd wordt) tijdig in te dienen tot en met 6 april 2020.

Voor ondernemingen die op kwartaalbasis hun btw-aangifte doen, geldt vandaag reeds een terugbetalingstermijn van 1 maand na afloop van de indieningstermijn. De aangiftetermijn voor kwartaalaangiften voor het eerste kwartaal van 2020 werd vorige week reeds verlengd tot 7 mei 2020.

Wie komt in aanmerking?

Alle indieners van btw-maandaangiften. Ook die ondernemingen die geen vergunning maandelijkse teruggave hebben en niet-startende ondernemingen.

Omvang steun

De FOD Financiën berekende dat deze versnelde terugbetaling van btw-tegoeden aan ongeveer 16.000 ondernemingen die maandelijks een btw-aangifte verrichten in totaal 600 miljoen euro versnelde liquiditeit biedt.

Zo vraagt u het aan

Voor alle maandindieners die van deze versnelde teruggaaf willen genieten (starters, vergunningshouders 'maandelijkse teruggave' en alle anderen) wordt de indieningstermijn voor de btw-maandaangifte van februari 2020 gebracht op 3 april 2020. Deze aangifte moet via Intervat worden ingediend. De teruggave gebeurt enkel indien het vakje 'aanvraag terugbetaling' is aangekruist.

Belangrijk: tot en met vrijdag 3 april 2020 kan de btw-maandaangever via intervat een “verbeterende aangifte indienen om deze optie te wijzigen. Dit kan via https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/165-wijzigen-voorgaande-aangifte-2016.pdf

Meer informatie

FOD Financiën

In het weekend van 4 april heeft de RSZ beslist om ook bedrijven die niet volledig sluiten, de kans te geven om een uitstel van betaling te bekomen.

Tot voor kort konden enkel bedrijven die volledig gesloten waren (verplicht of vrijwillig), een uitstel van RSZ schulden bekomen tot 15 december 2020. Voor sommige bedrijven is dat uitstel automatisch: met name voor de sectoren van de horeca, de recreatie, cultuur en sport en alle ondernemingen die getroffen worden door een verplichte sluiting.

Voor andere bedrijven die hebben moeten sluiten door de coronacrisis – bijvoorbeeld omdat ze de sanitaire regels niet kunnen volgen of omdat ze toeleveringsproblemen hebben – kan dat na een verklaring op eer. 

Welke bedrijven?

De RSZ heeft nu de mogelijkheid om een betalingsuitstel te krijgen uitgebreid tot werkgevers die niet sluiten maar die niettemin hun economische activiteit sterk verminderd zien voor het tweede kwartaal 2020.

De werkgever moet verklaren dat de coronacrisis zal leiden tot minstens één van de onderliggende situaties:

  • Ofwel dat er een sterke daling van de omzet is in het tweede kwartaal 2020, hetgeen zich voor dit kwartaal zal vertalen in een vermindering van het bedrag van aangegeven BTW met minstens 65% ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020; 
  • of dat de loonmassa die ze zal aangeven bij RSZ voor het tweede kwartaal 2020 met minstens 65% zal verminderen ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020.

Welke RSZ-schulden? 

Deze werkgevers genieten tot 15 december 2020 een uitstel van betaling van de volgende bedragen:

  • het saldo van de bijdragen die voor het eerste kwartaal 2020 verschuldigd zijn
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie
  • de voorschotten voor het tweede kwartaal 2020
  • het saldo van de bijdragen die voor het tweede kwartaal 2020 verschuldigd zijn
  • de nog te vervallen rechtzettingen van bijdragen
  • de nog te vervallen maandelijkse afbetalingen van de lopende afbetalingsplannen

En dat voor alle door de RSZ geïnde bijdragen (werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en bijzondere bijdragen, met inbegrip van de bijdragen Bestaanszekerheid).

Voor het goede begrip: de verplichting om de RSZ-aangifte binnen de gestelde termijnen in te dienen, blijft van kracht.

Welke formaliteiten?

Bedrijven dienen een verklaring op eer in. Het modelformulier is beschikbaar op de website van RSZ.

RSZ zal ex-post controles uitvoeren om de correctheid van de verklaringen op eer na te gaan.

Meer informatie?

Alle info op de website van RSZ 

Voor de bedrijven die sluiten omwille van corona, blijven de eerdere maatregels gelden om uitstel van betaling te krijgen tot 15 december 2020.

Deze maatregelen hebben betrekking op twee soorten uitstel van betaling:

1. Automatisch uitstel

De sectoren van de horeca, de recreatie, cultuur en sport en alle ondernemingen die getroffen worden door een verplichte sluiting overeenkomstig de bepalingen van ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, zullen dit uitstel automatisch verkrijgen.

2. Uitstel na voorafgaande aangifte

  • Ondernemingen die niet door een verplichte sluiting, zoals vermeld in ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, beoogd zijn, maar die gesloten zijn omdat ze in de onmogelijkheid verkeren om de sanitaire maatregelen na te leven, zullen een uitstel van betaling kunnen bekomen op basis van een verklaring op eer.
  • De ondernemingen die niet verplicht gesloten zijn en die, om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, zelf hebben beslist om volledig te sluiten. Omwille van de coronacrisis hebben sommige ondernemingen, die niet verplicht gesloten zijn en die gesloten zijn om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, hun productie en verkoop moeten stopzetten. Hierdoor zijn ook deze ondernemingen volledig gesloten. Een voorbeeld is de sluiting van toeleveranciers of de sluiting wegens het feit dat klanten gesloten zijn.

Ook voor deze ondernemingen wordt voorzien dat zij, op basis van de verklaring op eer, van het uitstel tot 15 december kunnen genieten.

Wat wordt precies bedoeld met de notie ‘volledige sluiting’?

Voor wat de notie ‘volledige sluiting’ betreft, wordt bedoeld dat de productie en verkoop is stopgezet. Dit verhindert niet dat er binnen de onderneming nog een beperkt aantal medewerkers actief kunnen zijn omwille van veiligheid, administratie, noodzakelijk onderhoud enzovoort.

Over welke aan de RSZ verschuldigde bedragen gaat het?

Het uitstel van betaling heeft betrekking op alle betalingen vanaf 20 maart 2020.

Hieronder vallen dus:

  • de nog te betalen wijzigingen der bijdragen;
  • de maandelijkse schijven van de lopende minnelijke afbetalingsplannen;
  • het derde voorschot voor het 1e kwartaal (te betalen op 05/04/2020);
  • het saldo van het 1e kwartaal (te betalen op 30/04/2020);
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie dat aan de werkgevers wordt verstuurd vanaf 01/04/2020 en vóór 30/04/2020 betaald moet worden;
  • de voorschotten voor het 2e kwartaal (te betalen op 05/05, 05/06 en 05/07/2020);
  • het saldo van het 2e kwartaal (te betalen op 31/07/2020).

Opgelet: het uitstel van betaling geldt voor alle door de RSZ geïnde bijdragen (werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en bijzondere bijdragen, met inbegrip van de bijdragen Bestaanszekerheid) en loopt tot 15/12/2020.

Voor het goede begrip: de verplichting om de RSZ-aangifte binnen de gestelde termijnen in te dienen, blijft van kracht.

Meer info en aanvragen op de site van de RSZ

Wat houdt de maatregel in?

Werkgevers die door het coronavirus moeilijkheden ondervinden om de sociale werkgeversbijdragen te betalen, en die niet voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in de vraag hierboven, kunnen bij de RSZ nog altijd minnelijke afbetalingstermijnen aanvragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 die zij verschuldigd zijn omdat ze personeel tewerkstellen. 

Wie komt in aanmerking?
 

Werkgevers die personeel tewerkstellen en die door het coronavirus moeilijkheden ondervinden om de sociale werkgeversbijdragen te betalen. 

Omvang steun

Werkgevers kunnen minnelijke betalingstermijnen aanvragen voor de socialezekerheidsbijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 die zij verschuldigd zijn omdat ze personeel tewerkstellen. 

Door dit afbetalingsplan kan de schuld worden afgelost aan de hand van maandelijkse afbetalingen. Zo vermijdt je de terugvordering via dwangbevel en de nadelen daarvan (gerechtskosten). Als het plan wordt nageleefd, kunnen de economische activiteiten normaal worden voortgezet. 

De reden van problemen door het coronavirus wordt aanvaard als grond voor de aanvraag van minnelijke betalingstermijnen. 

Hoe vraag ik het aan?

Je vult het formulier ‘aanvraag minnelijk betalingsplan’ in op de site van de FOD Sociale Zaken. In het verzoek moet ook uitgelegd worden hoe de onderneming door het coronavirus wordt getroffen. 

Elke onderneming of ondernemer die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en die, vanuit zijn zelfstandige activiteit, personeel tewerkstelt en dus BV-plichtig is, komt in aanmerking voor uitstel van betaling van:

•    de bedrijfsvoorheffing;
•    de btw;
•    de personenbelasting;
•    de rechtspersonenbelasting;
•    de vennootschapsbelasting.

Er kan gekozen worden voor een afbetalingsplan, vrijstelling van nalatigheidsinteresten of kwijtschelding van boetes wegens niet-tijdige betaling.

Deze maatregel is tijdelijk en je moet als belastingplichtige zelf het verzoek indienen.

Het bevoegde ontvangkantoor beslist over de toekenning van de steunmaatregel. Het verzoek moet gebeuren via een specifiek aanvraagformulier. Het moet wel degelijk gemotiveerd zijn. Het formulier vind je terug op de website van de fiscus.

Lees hier hoe je dit kan aanvragen.
 

Ja, dat klopt helemaal. Dat zal hopelijk iets meer ademruimte geven.

De federale regering besliste op 18 maart 2020 dat ondernemingen automatisch uitstel van betaling van twee maanden krijgen voor het betalen van hun btw en bedrijfsvoorheffing. U moet geen boetes of interesten betalen.

Dit uitstel van betaling van belasting geldt meer bepaald voor:

Btw:

Betaling voor Normale termijn Verlengd tot
Maandaangifte februari 2020 20 maart 20 mei
Maandaangifte maart 2020 20 april 20 juni
Kwartaalaangifte eerste kwartaal 20 april 20 juni


Bedrijfsvoorheffing:

Betaling voor Normale termijn Verlengd tot
Maandaangifte februari 2020 15 maart 13 mei
Maandaangifte maart 2020 15 april 15 juni
Kwartaalaangifte eerste kwartaal 15 april 15 juni

Voor de periodes vanaf april zouden op dit ogenblik de normale termijnen weer van toepassing zijn.

Indien dit bijkomend uitstel niet volstaat kan men met de FOD Financiën bijkomende betalingsmodaliteiten afspreken zoals een afbetalingsplan en geen toepassing van nalatigheidsinteresten.

Meer informatie over zo'n plan

Hiervoor is dan wel een aanvraag nodig.


Wie komt in aanmerking?

Alle btw-plichtigen en ondernemingen die bedrijfsvoorheffing verschuldigd zijn. Dit geldt voor alle werkgevers. De fiscus maakt geen onderscheid tussen ondernemingen naargelang ze wel of niet sluiten omwille van de coronacrisis.

Meer informatie
 

 

Ook dat is een feit.

Voor de betaling van de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners en de rechtspersonenbelasting wordt een extra betalingstermijn van 2 maanden toegekend. Die extra betaaltermijn komt bovenop de normale betaaltermijn. Er worden geen nalatigheidsinteresten aangerekend. Deze extra betaaltermijn van 2 maanden wordt automatisch toegekend.

Deze extra betaaltermijn geldt voor de afrekening van de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners en de rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2019, gevestigd vanaf 12 maart 2020.

Voor de betaling van schulden inzake personen- of vennootschapsbelasting – ook schulden gevestigd voor 12 maart 2020 – kan u tevens gebruik maken van eerder aangekondigde steunmaatregelen die op aanvraag extra betaaltermijnen, vrijstelling van nalatigheidsinteresten en/of kwijtschelding van boeten voorzien wegens laattijdige betaling. Voor deze maatregelen moet u echter een aanvraag indienen. (Voor meer info daarover zie twee vragen hoger in deze FAQ)

Wie komt in aanmerking?

Al wie vennootschapsbelasting, personenbelasting, belasting van niet-inwoners en rechtspersonenbelasting verschuldigd is.

Meer informatie
 

Zelfstandigen, helpers in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten die hun activiteit moeten stopzetten ingevolge het coronavirus kunnen een financiële uitkering ontvangen.

Wie komt in aanmerking?

  • Alle zelfstandigen, helpers in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten die hun activiteit verplicht moeten onderbreken door de opgelegde sluitingsmaatregelen door de federale overheid. Er is geen minimumduur van onderbreking vereist. De onderbreking mag ook gedeeltelijk zijn, bv. een kapperszaak die nog op afspraak werkt of een restaurant dat nog afhaalgerechten klaarmaakt, hebben recht op deze maatregel.
  • Andere zelfstandigen, helpers in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten, indien ze in zowel maart als april 2020 hun activiteiten minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moeten onderbreken. Het betreft zelfstandigen die onrechtstreeks ernstige moeilijkheden ervaren (door onderbroken leveringen, personeel in quarantaine, groot aantal annuleringen, afname bezetting, …) waardoor verderzetting van de activiteit verlieslatend wordt.
  • Alle zelfstandigen in hoofdberoep die hun activiteit vrijwillig onderbreken, maar nog tussenkomen voor dringende (para-)medische gevallen, indien ze hun niet-dringende medische activiteiten volledig stopzetten gedurende minstens 7 dagen per maand.

Opmerking:

  • Deze maatregel geldt ook voor startende zelfstandigen en voor zelfstandigen die geen 4 kwartaalbijdragen effectief betaald hebben.
  • Ook toegekend als je in het verleden al genoten hebt van het maximaal aantal uitkeringen.
  • Huidige periodes (maart en april 2020) tellen niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen aangezien dit een uitzonderlijke en tijdelijke maatregel is.

Omvang steun

  • Zelfstandige zonder gezinslast: 1.291,69 euro
  • Zelfstandige met gezinslast: 1.614,10 euro

Opmerking:

Geen attest van het ziekenfonds vereist, verklaring op eer over al dan niet gezinslast volstaat.

Zo vraag je het aan:
Via (de site van) je sociaal verzekeringsfonds. Geen attest RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) nodig.

Meer informatie 

Via de RSVZ of via je sociaal verzekeringsfonds

Dat klopt helemaal. Op 18 maart besliste de Vlaamse regering om ondernemingen een uitstel van betaling van 4 maanden te geven voor de betaling van de verkeersbelasting. Een maatregel om bedrijven voldoende financiële slagkracht te geven om het hoofd te bieden aan de economische gevolgen van de crisis.

De jaarlijkse verkeersbelasting moet u betalen vanaf het moment dat u voertuigen verplicht inschrijft bij de Directie Inschrijvingen Voertuigen. De normale regel is dat u de verkeersbelasting ten laatste betaalt binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet op het rekeningnummer van de Vlaamse Belastingdienst.

Door de beslissing krijgt u een uitstel van betaling van 4 maanden voor de betaling van de verkeersbelasting op de voertuigen. U moet de verkeersbelasting voor ondernemingen in uw vloot dus betalen uiterlijk zes maanden na verzending van het aanslagbiljet. De betalingstermijn voor de verkeersbelasting zal dus in het aanslagjaar 2020 6 maanden bedragen in plaats van 2 maanden.

Afhankelijk van de evoluties in de verdere verspreiding van COVID-19 wordt deze maatregel-indien nodig verlengd.

Wie komt in aanmerking?

Ondernemingen

Omvang steun
Er is geen rechtstreekse budgettaire impact voor de Vlaamse begroting gezien het gaat over een uitstel van betaling. Onrechtstreeks kan het wel zijn dat er, door de prefinanciering van de opdeciem verkeersbelasting naar de lokale overheden toe, de Vlaamse overheid (tijdelijk) meer zal moeten lenen.

Vlaanderen zal de prefinanciering van deze maatregel naar de lokale besturen toe voor haar rekening nemen. Lokale overheden zullen door deze specifieke maatregel geen negatieve financiële impact ondervinden.

Meer informatie
 

De Belgische verzekeringssector wil de negatieve impact van de coronacrisis op de particulieren, gezinnen, zelfstandigen en ook bedrijven verzachten. Daarom gaan ze soepel omgaan met klanten in nood en ervoor zorgen dat ze blijvend beschermd worden.

De maatregelen die Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, gaat nemen, liggen in lijn met de werkzaamheden van de Economic Risk Management Group (ERMG) die de federale regering heeft opgericht  om de economische gevolgen van het coronavirus te bestrijden.

Concreet wordt er onder meer ademruimte geboden aan wie met betalingsproblemen kampt, respijt gegeven aan wie hypotheekleningen moet terugbetalen, een regeling getroffen rond de schuldsaldoverzekeringen en brandverzekeringen (dit laatste voor wie werkloos is geworden). De verzekeraars engageren zich ook om personeel in geval van tijdelijke werkloosheid te blijven beschermen.

Ook voor ondernemingen die een impact ondervinden door de COVID-19 crisis komen er maatregelen:

  • Een aantal verzekeringsdekkingen (arbeidsongevallen, burgerlijke aansprakelijkheid, …) voorzien vandaag al om de premie achteraf aan te passen als er sprake is van gereduceerde activiteiten. Dit wordt nu automatisch in rekening gebracht.
  • Daarbovenop kunnen ondernemingen, die hun activiteiten moeten stilleggen op vraag van de overheid, voor alle premies die vervallen tussen 30 maart en 30 september 2020, uitstel van betaling van hun premie verkrijgen in overleg met hun verzekeraar. Voor eventuele verdere maatregelen rond opschorting van contracten wordt bedrijven aangeraden rechtstreeks contact op te nemen met hun verzekeraar of tussenpersoon.
  • Tot slot zullen de verzekeraars voor leningen aan ondernemingen dezelfde voorwaarden toepassen als diegene die al werden afgesproken voor de banksector. Het gaat om een uitstel voor terugbetaling van kredieten (rente- en kapitaalaflossingen) tot 30 september 2020.

Lees meer

Op 22 maart hebben de federale overheid, de Nationale Bank en de banken een akkoord bekend gemaakt om:

  • De bestaande kredieten aan gezonde bedrijven, kmo’s en zelfstandigen voort te zetten tot en met 30 september 2020, zodat de nodige liquiditeit gegarandeerd blijft;
  • Bijkomende kredieten mogelijk te maken op een soepele en verantwoorde manier, met overheidswaarborgen ter ondersteuning waar nodig.

Op basis van de huidig beschikbare informatie is Voka tevreden over de grote lijnen van dit  plan, maar blijft waakzaam over de concrete toepassing ervan en juicht het voorziene systeem van monitoring dan ook toe. Het is goed dat er nu duidelijkheid is voor de grote groep van gezonde ondernemingen en begrijpt dat dit voor de banken een zware inspanning is.
 
In essentie:

Voor wie is de maatregel?

Voor alle gezonde niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen

Waarvoor?

Voor afbetalings- en liquiditeitsproblemen ten gevolge van de coronacrisis

Hoe?

Gratis uitstel van betaling bestaande kredieten t.e.m. 30 september – soepele
regeling voor overheidswaarborgen bij nieuwe kredieten.


1. Bestaande kredieten – uitstel van betaling mogelijk tot en met 30 september 2020

  • Voor alle niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen (met of zonder vennootschap), die betalingsproblemen ondervinden ten gevolge van de coronacrisis en nog geen actieve kredietherstructurering hebben lopen en op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hadden of op 29 februari 2020 minder dan 30 dagen betalingsachterstand hadden.
  • Uitstel van betaling tot en met 30 september 2020 zal worden toegekend zonder kosten.

2. Garantieregeling nieuwe kredieten – soepele regeling

  • Voor alle niet-financiële bedrijven, kmo’s en zelfstandigen (met of zonder vennootschap), die betalingsproblemen ondervinden ten gevolge van de coronacrisis en nog geen actieve kredietherstructurering hebben lopen en op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hadden of op 29 februari 2020 minder dan 30 dagen betalingsachterstand hadden.
  • Van toepassing op alle nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden
  • NIET van toepassing op: herfinancieringskredieten, alle nieuwe moratoria (zoals uitstel van betaling van interesten, kapitaal, …) en niet opgenomen bedragen op bestaande kredietlijnen
  • Gedekt kredietbedrag: max. 50 miljoen euro per bedrijf (of groep van verbonden bedrijven). Daarboven goedkeuring van de overheid noodzakelijk per dossier.
  • Kost van de garantie:                                                                                                                kmo's: 0,25%                                                                                                                             Grote bedrijven: 0,50%
  • Kost van het krediet: maximaal 1,25% (excl. fee)
  • Voor kredieten toegekend tot en met 30 september 2020

3. Monitoring en sancties

  • Systeem van monitoring om de kredietverlening en de engagementen van de banken op te volgen
  • Sancties bij niet-opvolging door banken worden voorzien

Dat klopt.

Wat houdt de maatregel in?

Voor vennootschappen en zelfstandigen die door de coronacrisis kampen met liquiditeitsproblemen, heeft de regering op 3 april 2020 beslist om de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en de vierde vervaldag, op respectievelijk 10 oktober en 20 december, te verhogen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van hun voorafbetalingen minder nadelig.

In de tabel hieronder vindt u de aangepaste percentages voor de voorafbetalingen. Deze zijn, zoals gezegd, hoger in het derde en vierde kwartaal (tenzij er een dividenduitkering is):

  Personenbelasting

Vennootschapsbelasting

(geen dividenduitkering)

Vennootschapsbelasting

(wel dividenduitkering)

Voorafbetaling 1 3% 9% 9%
Voorafbetaling 2 2,5% 7,5% 7,5%
Voorafbetaling 3 2,25% 6,75% 6%
Voorafbetaling 4 1,75% 5,25% 4,5%

De maatregel is bedoeld voor bedrijven met liquiditeitsproblemen. Deze verhoogde bonificatie in deze kwartalen geldt niet voor vennootschappen die:

  • een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen
  • die dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020

De verhoogde percentages gelden ook niet voor natuurlijke personen die hierdoor meer bonificatie wegens voorafbetalingen zouden kunnen krijgen.

De percentages van de vermeerderingen zelf blijven ongewijzigd, net zoals de data van de voorafbetalingen.

Wie komt in aanmerking?

Vennootschappen en zelfstandigen.

Zo vraagt u het aan

Automatisch

Meer informatie

1. Context

De federale regering heeft beslist om een gewaarborgd herverzekeringsprogramma op te zetten waardoor privé kredietverzekeraars bij de uitgifte van kredietverzekeringen voor verhandelbare risico’s nu ook beroep kunnen doen op staatsgaranties.

Normaliter legt de Europese Commissie een strikt onderscheid op tussen kredietverzekering van zogenaamde verhandelbare en niet-verhandelbare risico’s om marktverstoring tot een minimum te beperken:

  • Zo mogen publieke kredietverzekeraars enkel verzekeringen uitschrijven voor niet-verhandelbare risico’s. In België is dit Credendo Export Credit Agency (voorheen Nationale Delcrederedienst) wiens kredietverzekeringen expliciet ondersteund worden door staatsgaranties. Credendo ECA verzekert dan vooral grote internationale projecten die Belgische bedrijven uitvoeren in politiek instabiele landen.
  • Privékredietverzekeraars, zoals Euler Hermes, Coface, Atradius, Credendo XS en Credendo STN (deze laatste 2 zijn afgesplitste dochtermaatschappijen van de publieke Credendo ECA), verzekeren daarentegen verhandelbare risico’s op korte termijn (typisch 30/60/90/180 dagen). De Europese Commissie verbiedt expliciet dat in deze markt met staatsgaranties wordt gewerkt aangezien dit tot oneerlijke concurrentie zou leiden.

De Europese Commissie heeft, omwille van de corona-crisis, echter beslist dat er ook staatsgaranties mogen uitgegeven worden voor kredietverzekeringen van verhandelbare risico’s tot en met 31 december 2020. Dit is zeer wenselijk om een gevaarlijk sneeuwbaleffect te vermijden. Zo bestaat het risico dat kredietverzekeraars, die geconfronteerd worden met toegenomen verliezen ten gevolge van de coronacrisis, de kredietlimieten van bedrijven sterk moeten afbouwen om hun risicoblootstelling conform de wettelijke regels in te perken. 

    
2. Beslissing

De federale regering heeft deze beslissing van de Europese Commissie aangegrepen om ook een regeling te treffen met de belangrijkste private kredietverzekeraars (Euler Hermes, Coface, Atradius, Credendo XS en Credendo STN), waarbij de uitgifte van kredietverzekering voor verhandelbare risico’s nu ook kan genieten van een staatsgarantie. De kredietverzekeraars die het ontwerp ondertekenden hebben allemaal samen kredietlimieten die een totaalbedrag van meer dan 57 miljard EUR aan facturen dekken ten voordele van hun verzekerden gevestigd in België wat hun belangrijke rol in de economische ontwikkeling en het bedrijfsleven van België aantoont.

De federale regering zal hiervoor beroep doen op publieke kredietverzekeringsmaatschappij Credendo ECA, die dan voor rekening van de Staat zal optreden als herverzekeraar voor verzekeringen die de privé kredietverzekeraars hebben verleend. Kort gesteld komt het er dan op neer dat de publieke herverzekeraar een steeds groter deel van de geleden schade zal waarborgen naarmate de loss-ratio van de private verzekeraars stijgt.

De principiële doelstelling van het herverzekeringsprogramma is om te vermijden dat bestaande kredietlimieten van kredietverzekeringen onnodig opgeschort worden. Zo verbinden de kredietverzekeraars zich ertoe om geen massa-acties of lineaire maatregelen door te voeren op sectoraal niveau en de uitgifte van kredietverzekering geval per geval te blijven beoordelen. Zo engageren ze zich ertoe om de kredietlimieten die in de loop van de 12 maanden vóór 1 maart 2020 effectief gebruikt werden, zo veel mogelijk intact te laten tot eind 2020. Op die manier kunnen de handelsrelaties en de handelsstromen in stand gehouden worden.

Er zal een rapporteringssysteem worden opgezet om de verbintenissen van de kredietverzekeraars op te volgen. Zo zal er maandelijks gerapporteerd worden over de evolutie van de bestaande kredietlimieten. Hierbij worden vanzelfsprekend de vertrouwelijkheid van de handelsgegevens gegarandeerd. Als de Staat hiernaar vraagt, zal de kredietverzekeraar kort moeten uitleggen op welke basis hij een beslissing genomen heeft om aan te tonen dat het niet om een willekeurige beslissing gaat.

Kredietverzekeringen die kunnen genieten van dit gewaarborgd herverzekeringsprogramma moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Enkel voor bedrijven gedomicilieerd in België die verzekerd zijn bij een kredietverzekeraar actief aanwezig in België;
  • Enkel voor bedrijven die niet in moeilijkheden verkeerden op 31/12/2019 (Een bedrijf waarvoor de kredietlimiet was ingetrokken op 01/01/2020 wordt beschouwd als een bedrijf in moeilijkheden);
  • Handelskredietverzekering en borgstelling (surety) tussen bedrijven (B2B);
  • Het maximum risico per bedrijf voor een verzekeraar bedraagt 50 miljoen EUR. Dit bedrag kan wel eventueel nog overschreden worden via een speciale acceptatie door de Staat, waarbij naast het risico ook het Belgisch belang van doorslaggevende aard zal zijn;
  • Zowel Belgische kopers (debiteuren) als kopers in het buitenland en borgstellingen ten gunste van zowel opdrachtgevers in België als in het buitenland;
  • Het herverzekeringsprogramma is van toepassing op alle vervaldagen vanaf 27 maart 2020 voor de transacties van de voorbije drie maanden. Anderzijds worden ook de nieuwe transacties vanaf 27 maart 2020 opgenomen in het herverzekeringsprogramma.


3. Bijkomende maatregelen van Credendo ECA

De publieke kredietverzekeraar Credendo ECA heeft daarnaast zelf nog bijkomende ondersteunende maatregelen genomen.

Credendo ECA heeft bijvoorbeeld vorige week de zogenaamde Credendo Bridge Guarantee geactiveerd. Deze nieuwe garantie (waar banken beroep op kunnen doen) dekt 80% in plaats van de gebruikelijke 50% van overbruggingskredieten die verstrekt worden aan Belgische bedrijven met internationale activiteiten.

De garantie wordt verleend op kredieten van maximaal 10 miljoen EUR per bedrijf en een uiterste looptijd van 1 jaar. Daarnaast kunnen enkel bedrijven die als gezond werden beschouwd vóór de crisis gebruik maken van deze versterkte financiële garantie. Deze maatregel zorgt ervoor dat banken een grotere risicospreiding hebben waardoor ze hun kredietlijnen naar internationaal actieve bedrijven niet hoeven in te perken.

De regering wenst gezonde bedrijven die een levensbedreigende impact ondervinden van de coronacrisis, te beschermen tegen inbeslagnames en faillissementen. Deze worden immers niet veroorzaakt door structurele tekortkomingen in de bedrijfsvoering, wat een inbeslagname of faling zou rechtvaardigen, maar door overmacht. Volgens Graydon kunnen 34% van de bedrijven in Vlaanderen de crisisperiode (liquiditeitsproblemen) niet aan. Een moratorium is daarom aangewezen, want het vergroot de overlevingskansen. Zo kunnen zij na de crisisperiode doorstarten. Het KB daarvoor verscheen op 24 april in het Belgisch Staatsblad. 

Voor wie?

  • Alle gezonde ondernemingen die onder de nieuwe insolventiewetgeving vallen (sinds 1 mei 2018 in werking) 
  • Gezond = op 18 maart 2020 ‘in goeden doen’ verkeren (lees: alle verplichtingen nagekomen zijn)

Wat houdt de maatregel in?

  • Tijdelijke, automatische opschorting van inbeslagname en faling in geval van wanbetaling tot 17 mei 2020. Wordt mogelijk verlengd. 
  • Ondernemingen die op 18 maart 2020 reeds in staking van betaling waren worden uitgesloten van deze regeling. Hun problemen zijn immers niet gerelateerd aan de huidige crisis. 
  • Dat houdt in dat: 
  1. de onderneming beschermd is tegen inbeslagnames
  2. ondernemingen niet failliet verklaard kunnen worden op verzoek van hun schuldeisers (wel op verzoek van het openbaar ministerie, of mits akkoord van de schuldenaar zelf);
  3. lopende overeenkomsten niet beëindigd kunnen worden wegens wanbetaling;
  4. de schuldenaar tijdelijk niet verplicht is aangifte van faillissement te doen;
  5. de ondernemingsrechter beslist of een schuldenaar van deze opschorting kan genieten wanneer hij zich er bij wijze van verweer op beroept.
  • De regelgeving is echter geen vrijgeleide! Het onderscheid tussen een gezond en ongezond bedrijf blijft van belang. Daarom kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank steeds op verzoek van de schuldeiser, de opschorting opheffen. Bedrijven die reeds in gebreke bleven vóór 18 maart zullen de tijdelijke regeling dus niet kunnen gebruiken. 

Hoe? 

  • Automatische bescherming (bij wet) 

Zelfstandigen in hoofd- en bijberoep (vanaf een bepaalde bijdrage) die hun activiteit moeten stopzetten ingevolge het coronavirus kunnen een financiële uitkering ontvangen in de maand maart, april en/of mei, afhankelijk van in welke maand(en) men niet actief is.

1.    Wie komt in aanmerking?

Je komt in aanmerking indien je als zelfstandige werkzaam bent:

  • in hoofdberoep (éénmanszaken, werkende vennoten en bedrijfsleiders) of als meewerkende echtgenoot, ook zij die na 1 januari 2020 startten, of vroeger zelfstandige in bijberoep waren, of zelfstandigen die nog onbetaalde bijdragen hebben.
  • of in bijberoep en minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betaalt (739,05 euro). Je moet jezelf dan wel al een gevestigde zelfstandige mogen noemen. Dat wil zeggen dat de bijdrage die je betaalt, gebaseerd is op je inkomen van drie jaar geleden. Starters in bijberoep komen dus niet in aanmerking.
  • of in bijberoep met een inkomen uit 2017 
  1. Tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro. Dan heb je recht op een halve uitkering of
  2. dat groter is dan € 13.993,78. Dan kan je een volledige uitkering krijgen.
  • of als je beroep kan doen op art. 37 (gelijkstelling bijberoep): idem als in bijberoep
  • of als student-zelfstandige: idem als in bijberoep
  • of als gepensioneerde en je tegelijkertijd nog zelfstandige bent: als je inkomen hoger ligt dan € 6996,89 dan heb je recht op een halve uitkering. 

Opmerking: Hou er wel rekening mee dat de combinatie van je brutopensioenbedrag en overbruggingsrecht wordt geplafonneerd tot maximum 1.614,10 euro. Het bedrag van je overbruggingsrecht wordt verminderd met het gedeelte dat deze grens overschrijdt.

ÉN:

  • je door de overheid gedwongen bent je zaak minstens één dag te sluiten. Je bent met andere woorden actief in de horeca, of je oefent andere activiteiten uit die zijn opgenomen in het ministerieel besluit van 13 maart 2020. Ook als je je zaak niet helemaal sluit en bijvoorbeeld nog afhaalmaaltijden aanbiedt.
  • of je beslist je onderneming minstens 7 opeenvolgende dagen volledig te sluiten. Bijvoorbeeld uit voorzorg, of omdat je weinig klanten hebt.

Opmerking: Eén uitzondering: startte jij je zaak na 10 maart? Dan val je uit de boot voor de  steunmaatregelen rond het coronavirus.

2.    Omvang steun

  • Zelfstandige in hoofdberoep zonder gezinslast: 1.291,69 euro
  • Zelfstandige in hoofdberoep met gezinslast: 1.614,10 euro
  • Zelfstandige in bijberoep zonder gezinslast: 645,85 euro
  • Zelfstandige in bijberoep met gezinslast: 807,05 euro

Opmerking: Geen attest van het ziekenfonds vereist, verklaring op eer over al dan niet gezinslast volstaat.

3.    Steunperiode

Je kunt de uitkering krijgen zowel voor maart, april als mei, afhankelijk van de maanden waarin je jouw activiteiten onderbreekt.

4.    Zo vraag je het aan:

Via (de site van) je sociaal verzekeringsfonds. Geen attest RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) nodig.

5. Meer informatie 

Via de RSVZ of via je sociaal verzekeringsfonds of Xerius

Huurders die door liquiditeitsproblemen moeilijkheden hebben om de handelshuur te betalen, kunnen een handelshuurlening aanvragen. De Vlaamse overheid schiet dan maximaal twee maanden huur voor, op voorwaarde dat de verhuurder een of twee maanden huur kwijtscheldt. De onderneming moet wel in aanmerking komen voor de corona hindepremie en het moet gaan om een pand in het Vlaamse Gewest.     

Deze lening kan worden aangevraagd sinds begin juli en tot uiterlijk 1 oktober 2020.     

Ondernemingen en organisaties actief in de cultuursector kunnen voor het overbruggen van de coronacrisis een renteloze lening aanvragen van € 5.000 tot € 100.000 met looptijd van maximum 6 jaar.     

Het Herstel Cultuurkrediet kan je aanvragen tot 1 december 2020. Met deze aanvullende financiering wil de Vlaamse overheid de cultuursector ondersteunen gedurende de COVID 19-crisis. De Vlaamse Regering duidde Hefboom aan als financiële partner voor de ontwikkeling en realisatie van deze lening.     

ANDERE BELEIDSMAATREGELEN

Op donderdag 11 juni keurde het parlement een wetsvoorstel goed over de impact van de corona-werkloosheid op de opzeggingstermijn. De nieuwe regeling is vanaf 22 juni van kracht.

Corona – werkloosheid schorst voortaan de opzeggingstermijn betekend door de werkgever. Maar dan enkel voor:

  • enkel voor opzeggingstermijnen die aangevangen zijn vanaf 1 maart 2020 of later;
  • én enkel voor corona-werkloosheid die zich voordoet vanaf 22 juni 2020.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van corona die zich voordoet vóór 22 juni (bijvoorbeeld in maart, april en mei 2020), zal met andere woorden de opzeggingstermijn niet schorsen. 

Huidige regeling: geen schorsing

Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, hebben een aantal afwezigheden een schorsende werking. De opzeggingstermijn houdt op te lopen tijdens die afwezigheden. Denk daarbij aan dagen vakantie, tijdelijke werkloosheid om economische redenen, …
 
Vandaag schorst tijdelijke werkloosheid wegens overmacht de opzeg niet. De schorsing wegens tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis evenmin. De opzeggingstermijn loopt gewoon door tijdens de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
 
Nieuwe regeling: wel schorsing
 
Zodra de goedgekeurde wet in het Staatsblad staat, komt hier verandering in. De schorsing wegens tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis, en dus ook de tijdelijke corona-werkloosheid, zal de opzeggingstermijn betekend door de werkgever, wél schorsen.
 
Niet voor alle opzeggingstermijnen
 
Vanaf de bekendmaking in het Staatsblad is de wet zowel van toepassing op:
•    lopende opzeggingstermijnen, aangevangen vanaf 1 maart 2020;
•    als op nieuwe opzeggingstermijnen.
 
Let op! Voor opzeggingstermijnen die al liepen vóór 1 maart 2020 heeft de tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis geen schorsend effect. Voor deze opzeggingstermijnen blijft de huidige regeling dus van toepassing. De opzeg moest wel lopen vóór 1 maart, een betekening voor die datum volstaat niet.
 
Geen terugwerkende kracht
 
In eerdere versies van het voorstel was een retroactieve schorsing voorzien. Bepaalde periodes van tijdelijke werkloosheid corona in het verleden, zouden toch de opzeg schorsen. Dat is nu niet meer het geval.
 
De goedgekeurde versie voorziet enkel een schorsing door tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis vanaf wanneer de wet in het Staatsblad staat. Hiermee komt men tegemoet aan de opmerkingen van de Raad van State.
 
Concreet wil men enkel tijdelijke overmacht ingevolge de coronacrisis, en dus ook corona-werkloosheid, die zich voordoet vanaf de bekendmaking in het Staatsblad een schorsend karakter toekennen.
 
Corona-werkloosheid die zich voordoet vóór de bekendmaking van wet schorst de opzeggingstermijn van de werkgever dus niet.

Om dit te verduidelijken geeft SD Worx enkele voorbeelden:
 
Enkele voorbeelden – met een publicatie van de wet op 22 juni 2020

Voorbeeld 1:

•    aangetekende brief betekening opzeggingstermijn van 18 weken op woensdag 4 maart 2020
•    aanvang opzeggingstermijn maandag 9 maart 2020
•    theoretische einddatum opzeggingstermijn 12 juli 2020
•    schorsing corona werkloosheid van 23 maart 2020 tot en met 30 juni 2020
 
Schorsing opzeggingstermijn door corona werkloosheid vanaf 22 juni 2020 (de tijdelijke werkloosheid voordien schorst niet). Opzeggingstermijn wordt verlengd met 9 kalenderdagen en loopt tot en met 21 juli 2020.
 
Voorbeeld 2:

•    aangetekende brief opzeggingstermijn van 21 weken op woensdag 19 februari 2020
•    aanvang opzeggingstermijn maandag 24 februari 2020
•    theoretische einddatum 19 juli 2020
•    schorsing corona werkloosheid van 23 maart 2020 tot en met 30 juni 2020

Bron

SD Worx en Wet van 15 juni 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis. 

Er zijn nieuwe maatregelen om de export te stimuleren.

  • Het Corona-Steunpakket Internationalisering geeft maximaal 1.000 ervaren Vlaamse exporteurs een duw in de rug om hun exportactiviteiten in 2020 en 2021 te versterken. Deze eenmalige subsidie bedraagt 5.000 euro per onderneming en is beschikbaar vanaf het najaar 2020.
  • Het Corona-Starterspakket internationalisering steunt, maximaal 300 nieuwe Vlaamse exporteurs om in 2020 en 2021 exportactiviteiten op te starten. Deze eenmalige subsidie bedraagt 7.000 euro per bedrijf en is vanaf het najaar 2020 beschikbaar.
  • Het ‘Reboot your export’-pakket is beschikbaar op korte termijn en laat Vlaamse bedrijven toe om tegen een lagere kost en verbeterde betalingsvoorwaarden deel te nemen aan FIT-groepsstanden op internationale (vak)beurzen en/of niche-evenementen

Deze maatregelen worden opgevolgd door Flanders Investment and Trade. Meer info

De uitgebreide kern heeft vrijdag 12 juni een akkoord bereikt over een reeks aanvullende steunmaatregelen die deel uitmaken van het derde luik van het Federaal Plan voor Sociale en Economische Bescherming.

Op 6 juni werd er al een eerste reeks maatregelen goedgekeurd. Er werd toen overeengekomen om in een tweede fase na te gaan wat er aan dit pakket maatregelen kan worden toegevoegd.

Investeringen aanmoedigen

De nieuwe overeengekomen steunmaatregelen kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld.
Een eerste deel betreft het aanmoedigen van investeringen. Concreet gaat het over:

  • Een nieuw tax shelter-systeem Covid-19, tijdelijk tot het einde van het jaar en dat openstaat voor alle kmo’s die de gevolgen van de Covid-19-crisis hebben ondervonden.
  • Een verhoogde investeringsaftrek (25%) voor investeringen die tussen 12 maart en 31 december 2020 zijn gedaan.
  • De verhoging van 50 naar 100% van de aftrekbaarheid van kosten verbonden aan de organisatie van evenementen en de catering tot 31 december. Zo wordt voorkomen dat de evenementen massaal worden uitgesteld tot volgend jaar, waardoor de al zwaar getroffen sector nog meer problemen zou kunnen krijgen.
  • De opschorting van het btw-voorschot van december 2020. Ter herinnering: bedrijven moeten normaal gesproken vóór 20 december een voorschot betalen en dit zal met een maand worden uitgesteld. Het doel is opnieuw de liquiditeit van de bedrijven te verbeteren.
  • Een verhoging van 10 tot 20% van het aandeel van het netto-inkomen dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering voor giften. Tegelijkertijd zal de belastingvermindering voor giften aan erkende instellingen in 2020 worden verhoogd van 45 naar 60%. Deze laatste bepaling is met name gericht op de vrijwilligerssector en zal ngo’s en non-profitorganisaties steunen waarvan de activiteiten van algemeen belang zwaar zijn getroffen door de crisis.

Arbeidsorganisatie

Een tweede deel betreft de arbeidsorganisatie. Het gaat over:

  • De creatie van een Corona werkloosheid aangepast, die bestaat uit een overgang van tijdelijke werkloosheid door corona-overmacht naar de klassieke economische werkloosheid. Deze ‘overgangs’ economische werkloosheid kan worden gebruikt als het bedrijf een omzetdaling van 10% optekent. De werknemer zal 2 dagen opleiding volgen per maand werkloosheid en zal 70% van zijn laatste geplafonneerde loon blijven ontvangen.
  • De mogelijkheid voor ondernemingen in herstructurering of die in moeilijkheden verkeren om de arbeidsduur te verminderen in afwachting van de hervatting van hun normale activiteiten en om ontslagen te voorkomen, hetzij via een collectieve arbeidsduurvermindering, hetzij via het tijdskrediet, hetzij via het tijdskrediet eindeloopbaan waarvan de toegang met een uitkering zal worden verlaagd van 57 tot 55 jaar.
  • Uitbreiding van de toegang tot corona-ouderschapsverlof. Het loopt tot 30 september met een uitkering die wordt verhoogd tot 150% voor eenoudergezinnen en gezinnen met een kind met een beperking.
  • De door telewerkers gemaakte kosten zullen gemakkelijker kunnen worden vergoed, tot een maximum van 127 EUR per maand, met het oog op een beter evenwicht in de toekomst tussen werk en privé.

Er werd ook een akkoord bereikt om een enveloppe van 100 miljoen euro ter beschikking te stellen voor de OCMW’s, die zal bestemd zijn voor kwetsbare mensen om de voordelen van de sociale maatregelen waartoe tijdens de vorige vergadering is besloten, uit te breiden tot een breder publiek, met name vanuit het oogpunt van de energiearmoede. Om de exploitatiekosten in verband met een extra werklast te dekken, zullen de OCMW’s extra steun ontvangen voor een bedrag van 10 miljoen euro.

Bron: persbericht premier Wilmès

De Brusselse regering lanceerde op 30 april bijkomende steunmaatregelen voor sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de gezondheidscrisis en door de noodmaatregelen waartoe de Nationale Veiligheidsraad heeft besloten. Blikvanger zijn circa 160 miljoen euro aan bijkomende middelen voor de gewestelijke investeringsmaatschappij Finance&invest.brussels voor ondersteuning van Brusselse bedrijven, en nog eens 40 miljoen voor ondersteuning van de horeca.

Extra middelen voor Finance&invest.brussels

Finance&invest.brussels krijgt een injectie van 160 miljoen euro, een verdrievoudiging van haar kapitaal. Twee derde van deze kapitaalsverhoging, of circa 106 miljoen euro, zal in de komende vier jaar à rato van 26,4 miljoen euro per jaar door het Gewest ter beschikking worden gesteld.

Daarnaast zal Finance&invest.brussels ernaar streven om voor minstens 52,8 miljoen euro middelen uit de private sector aan te trekken. Die middelen zullen dit en volgend jaar prioritair ingezet worden voor de relance van de Brusselse economie. In samenspraak met de Brusselse regering zal de gewestelijke investeringsmaatschappij daarvoor een relanceplan opmaken dat maandelijks wordt gemonitord. Er zal ook ingezet worden op de versterking van de groeimogelijkheden van de Brusselse bedrijven teneinde de Brusselse tewerkstelling te stimuleren. 

Daarnaast zal finance&invest.brussels op verzoek van de overheid niet alleen restaurants en cafés en hun toeleveringsbedrijven, maar ook hotels ondersteunen door middel van leningen. Met deze kredietverleningen mikt de regering op grote horecabedrijven van 50 of meer voltijdse werknemers. Voor de kleinere ondernemingen werd eerder al de premie van 4.000 euro in het leven geroepen. Getroffen bedrijven kunnen leningen aanvragen aan een lage interestvoet, die binnen vijf jaar moeten worden terugbetaald. Een werkgroep onder leiding van de Minister-President zal de reeds goedgekeurde maatregelen voor de hotelsector evalueren en aanvullende steunmaatregelen onderzoeken.

Vervroegde toekenning van de economische expansiesteun
   
Dit geldt voortaan voor alle economische sectoren. Eerder was al een soortgelijke maatregel genomen beperkt tot de horeca-, toerisme-, cultuur- en evenementensector.

Het privéspaargeld mobiliseren door middel van een 'proxi-lening'

De 'proxi-lening' - te vergelijken met de Vlaamse win-win-lening - is bedoeld om het spaargeld van burgers te mobiliseren ten behoeve van de financiering van kmo’s, dit via een belastingkrediet op leningen die door een Brusselaar aan een kmo worden verstrekt. Dit systeem maakt het mogelijk om het eigen vermogen van de ondernemingen op korte termijn te versterken.

Ondersteuning van de activiteitencoöperaties en van Smart (2 miljoen euro)

Loontrekkende ondernemers bij de activiteitencoöperaties kunnen een lening tegen verlaagde rentevoet verkrijgen op basis van een overeenkomst tussen Finance&invest en de desbetreffende coöperatie.

Toekenning van micro-kaskredieten voor zelfstandigen en ZKO’s

De regering heeft beslist de microkredieten via BRUSOC te versterken met de toekenning van kaskredieten van maximaal 15.000 euro tegen een beperkt tarief, bestemd voor zelfstandigen, ZKO’s en organisaties van de sociale economie. 

Meer informatie over de Brusselse steunmaatregelen kan u vinden op www.1819.brussels/nl of telefonisch op het nummer 1819.


Deze maatregelen komen bovenop de maatregelen die eerder al op 15 april werden genomen:

De Brusselse regering keurde aansluitend op de Nationale Veiligheidsraad van 15 april enkele bijkomende steunmaatregelen goed voor bedrijven getroffen door de corona-crisis. Het totale steunpakket komt daardoor op een 300 miljoen euro. Een overzicht van de belangrijkste nieuwe maatregelen:

•    Een compensatiepremie van 2.000 euro  (budget van 102 miljoen euro) om ondernemers en micro-ondernemingen (0 tot 5 VTE) die hun activiteit door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus aanzienlijk zien afnemen, te ondersteunen. Hoe die compensatiepremie precies toegekend zal worden, wordt nog bepaald.

•    3.000 euro steun voor alle exploitanten van taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur (budget van 4,5 miljoen euro)
 
•    De eenmalige premie van 4.000 euro die de regering eerder invoerde ter ondersteuning van actieve zaken die verplicht waren te sluiten, zal voortaan ook beschikbaar zijn voor verhuurders van videobanden en videodisks (NACE 77.220), carwashen (NACE 45.206), boekhandels (NACE 47.620) en vastgoedkantoren (NACE 68.311).
 
•    De betalingstermijn voor de verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling wordt verlengd met twee extra maanden.  
 
•    De opschorting van de stedenbouwkundige termijnen, openbare onderzoeken en overlegcommissies wordt verlengd tot 16 mei 2020. 

Voor alle vragen over deze economische maatregelen en steun aan de Brusselse bedrijven kan men terecht op het nummer 1819 of op de website www.1819.brussels/nl 

 

 

Paritaire comités cruciale sectoren en essentiële diensten

Toevoegingen 17 april: onderlijnd en cursief
 

Beperkingen 

 

102.9 Subcomité van de groeven van kalksteen en kalkovens  
104 Paritair comité voor de ijzernijverheid Volcontinu bedrijven
105 Paritair comité voor non-ferro metalen Volcontinu bedrijven
106 Paritair comité voor het cementbedrijf Beperkt tot de productieketting van de ovens op de hoge temperaturen (belangrijk voor afvalverwerking)
109 Paritair comité voor het kleding- en confectiebedrijf Beperkt tot de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstelling; de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstelling en de toelevering cleanroomkledij aan farmaceutische bedrijven
110 Paritair comité voor textielverzorging  
111 Paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw Beperkt tot : productie, toelevering, onderhoud productie, herstellingen van landbouwmachines en installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten; de veiligheids- en defensie-industrie en de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
112  Paritair comité voor het garage bedrijf Beperkt tot takeldiensten en hersteldiensten 
113 Paritair comité voor het ceramiekbedrijf Beperkt tot continue ovens
113.04 Paritair subcomité voor de pannenbakerijen Beperkt tot continue ovens
114 Paritair comité voor de steenbakkerij Beperkt tot continue ovens
115 Paritair comité voor het glasbedrijf Beperkt tot continue ovens
116 Paritair comité voor de scheikundige nijverheid  
117 Paritair comité voor de petroleum nijverheid en -handel  
118 Paritair comité voor de voedingsnijverheid  
119 Paritair comité voor de handel in voedingswaren  
120 Paritair comité voor de textielnijverheid Beperkt tot de sector van de persoonlijke hygiëne producten, waaronder incontinentieproducten, baby-luiers en dameshygiëneproducten; de productie en levering van medische kledij en medisch textiel voor ziekenhuizen en zorginstellingen de toelevering van cleanroomkledij aan farmaceutische bedrijven
121 Paritair comité van de schoonmaak Beperkt tot enerzijds de schoonmaak van bedrijven van de cruciale sectoren en in de essentiële diensten, anderzijds tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten, en tot de ophaling van afvalstoffen bij bedrijven en de ophaling van huishoudelijk en/of niet-huishoudelijk afval van alle producenten en de dringende werkzaamheden en tussenkomsten van schoorsteenvegers. 
124 Paritair comité voor het bouwbedrijf  Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten
125 Paritair comité voor de houtnijverheid Beperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout
126 Paritair comité voor de stoffering en houtbewerking Beperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout en tot de  productie en toelevering van (elementen) van doodskisten
127 Paritair comité voor de handel in brandstoffen  
129 Paritair comité voor de voorbrenging van papierpap, papier en karton Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten alsook tot grafisch papier en papierpulp
130 Paritair comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf Beperkt tot drukken van dag en weekbladen en drukken van toepassingen (etiketten, labels) nodig voor de voedings- en agro-industrie, en het drukken van bijsluiters en verpakkingen voor de farmaceutische industrie
132 Paritair comité voor ondernemingen van technische land-en tuinbouwwerken  
136 Paritair comité voor de papier en kartonbewerking  Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten
139 Paritair comité voor de binnenscheepvaart  
140 Paritair comité voor het vervoer en de logistiek 
Subcomités: 140.01,140.03, 140.04
Beperkt tot personenvervoer, wegvervoer, spoorvervoer,  logistiek en grondafhandeling voor luchthavens
140.05 Paritair subcomité voor de verhuizingen Beperkt tot verhuizingen, voor zover ze dringend en noodzakelijk zijn, of verbonden met medische, sanitaire of ziekenhuisnoden
142 Paritair comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen opnieuw ter waarde worden gebracht. Subcomités: 142.01, 142.02, 142.03 en 142.04 Beperkt tot afvalophaling en/of -verwerking
143 Paritair comité voor de zeevisserij  
144 Paritair comité voor de landbouw  
145 Paritair comité voor het tuinbouwbedrijf  
149.01 Paritair subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten
149.03 Paritair subcomité voor de edele metalen  Beperkt tot machineonderhoud en herstellingen
149.04 Paritair subcomité voor de metaalhandel Beperkt tot onderhoud en herstelling
152 Paritair comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs  
200 Aanvullend Paritair comité voor de bedienden  Beperkt tot de bedienden noodzakelijk bij onderhoud, herstelling, productie en toelevering van bedrijven die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten  
201 Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel  Beperkt tot voeding, dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra
202 Paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren  
202.01 Paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven  
207 Paritair comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid  
209 Paritair comité voor de bedienden der metaalfabrikantennijverheid productie, toelevering, onderhoud en herstelling van installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten;
de veiligheids- en defensie-industrie en
de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
210 Paritair comité voor de bedienden van de ijzernijverheid  
211 Paritair comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel  
220 Paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid  
221 Paritair comité voor de bedienden uit de papiernijverheid Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp
222 Paritair comité voor de bedienden van de papier- en kartonbewerking Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp
224 Paritair comité voor de bedienden van de non-ferro metalen Volcontinu bedrijven
225 Paritair comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs: subcomités 225.01, 225.022   
226 Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek  
227 Paritair comité voor de audiovisuele sector Beperkt tot radio en televisie
301 Paritair comité voor het havenbedrijf   
302 Paritair comité voor het hotelbedrijf Beperkt tot de hotels 
304 Paritair comité voor de vermakelijkheidsbedrijven Beperkt tot radio en televisie
309 Paritair comité voor de beursvennootschappen  
310 Paritair comité voor de banken  Beperkt tot essentiële bankverrichtingen 
311 Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken  Beperkt tot voeding, dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
312 Paritair comité voor de warenhuizen  
313 Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten  
315 Paritair comité voor de handelsluchtvaart  (en subcomités)  
316 Paritair comité voor koopvaardij  
317 Paritair comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten  
318 Paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (en subcomités)  
319 Paritair comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (en subcomités)  
320 Paritair comité voor de begrafenisondernemingen  
321 Paritair comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen  
322 Paritair comité voor uitzendarbeid en erkende ondernemingen die buurwerken of -diensten leveren Beperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen
326 Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf  
327 Paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven Beperkt tot toelevering van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten.
328 Paritair comité voor het stads- en streekvervoer   
329 Paritair comité voor de socioculturele sector Beperkt tot zorg, welzijn (inclusief de hulpverleners en jeugdwelzijnswerkers) en voedselbedeling, de monumentenwacht en niet-commerciële radio en televisie
330 Paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten  
331 Paritair comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector  
332 Paritair comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector  
335 Paritair comité voor de dienstverlening aan en de ondersteuning van het bedrijfsleven en zelfstandigen Beperkt tot sociale secretariaten en de sociale verzekeringsfondsen, de kinderbijslagkassen en de ondernemingsloketten
336 Paritair comité voor de vrije beroepen  
337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsector Beperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen, het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de mutualiteiten
339 Paritair comité voor de erkende maatschappijen voor sociale huisvesting (en subcomités)   
340 Paritair comité voor de orthopedische technologieën

De regering Wilmès heeft een reeks nieuwe sociale maatregelen genomen die bedrijven uit essentiële sectoren kunnen ondersteunen. Enerzijds zijn er maatregelen die de arbeidsorganisatie kunnen versoepelen en anderzijds worden mogelijkheden voorzien om werknemers uit andere sectoren toe te leiden naar een tijdelijke tewerkstelling in de essentiële sectoren.
 
Deze maatregelen staan open voor een restrictief aantal bedrijven, ze zijn tijdelijk en te activeren in functie van  de behoeften van de individuele bedrijven.

Hierbij krijgt u een overzicht van de genomen beslissingen.

Welke bedrijven?
De maatregelen zijn in hoofdzaak exclusief voor bedrijven uit ‘kritieke sectoren’. Dit zijn de bedrijven en instellingen die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 3 april 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken. De lijst van cruciale sectoren en diensten vind u ook in deze FAQ.

Keuzemenu:

1.    Verhogen van het aantal vrijwillige overuren

De 100 vrijwillige overuren worden voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 verhoogd tot 220 uren bij de werkgevers die tot de kritieke sectoren behoren. Deze bijkomende 120 uren voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 dienen te worden gepresteerd tijdens deze periode. Deze overuren moeten later niet worden ingehaald en er moet geen overloon betaald worden. Op deze bijkomende 120 vrijwillige overuren zijn geen sociale bijdragen noch bedrijfsvoorheffing verschuldigd: de werknemer ontvangt het totale door de werkgever betaalde loon.

2.    Inschakelen asielzoekers
 
Asielzoekers wiens verblijfsprocedure nog loopt, mogen vandaag maar werken als zij vier maanden na de indiening van hun verzoek nog geen beslissing hebben gekregen over hun aanvraag.
Deze voorwaarde wordt opgeschort voor zover hun verzoek geregistreerd werd ten laatste op 18 maart 2020. Deze asielzoekers mogen deze crisisperiode tewerkgesteld worden in de kritische sectoren, onder voorwaarde dat de werkgever instaat voor opvang van deze werknemer. Dit om zo min mogelijk woon- werkverplaatsingen te hebben.

3.    Korte opeenvolgende contracten

Verschillende opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden in bepaalde gevallen  automatisch omgezet naar een contract van onbepaalde duur.
Voor kritische sectoren komt hier nu een uitzondering op. Het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd van minimaal 7 dagen in de kritieke sectoren heeft niet langer het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg. Dit voor de periode van 3 maanden vanaf de inwerkingtreding van het besluit.

4.    Versoepeling verbod op terbeschikkingstelling

Terbeschikkingstelling van eigen personeel met overdracht van het werkgeversgezag is in principe verboden tenzij een uitzondering (bv. uitzendarbeid) dit expliciet toelaat.
 
De regering laat nu tijdelijk toe dat bedrijven onder bepaalde voorwaarden hun eigen werknemers (die in dienst zijn voor 10 april 2020), uitlenen aan bedrijven uit de kritieke sectoren om de continuïteit van de ondernemingen te waarborgen. En dit gedurende de tijd die nodig is om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van de COVID-19 epidemie in het bedrijf van de gebruiker.
 
De voorwaarden en de duur van de terbeschikkingstelling moeten worden vastgelegd in een geschrift ondertekend door de werkgever, de gebruiker en de werknemer.

5.    Studentenarbeid  in coronatijden telt niet mee voor het studentencontingent

De uren als jobstudent verricht tijdens de crisis in de kritische sectoren tellen niet mee in het studentencontingent van 475 uren, maar genieten wel dezelfde vrijstelling. Deze bepaling heeft uitwerking vanaf 1 april 2020.

6. Tijdskrediet, loopbaanonderbreking en arbeidsduurvermindering kunnen tijdelijk opgeschort worden

Het wordt voortaan mogelijk dat een loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof tijdelijk wordt opgeschort in bedrijven die behoren tot vitale sectoren. Dit was voorheen niet mogelijk. Het volstaat om de RVA hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Gedurende die opschorting van het verlof en het hernemen van het werk, ontvangt de werknemer geen uitkering meer.

Deze en volgende bepaling geldt van 1 april tot en met 31 mei.

7. Werkloosheidsuitkering voor tijdelijke werkloosheid, tijdskrediet, loopbaanonderbreking of swt kunnen gecumuleerd worden met loon voor tewerkstelling in vitale sector

Mensen in loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof, alsook (tijdelijk) werklozen en werklozen met bedrijfstoeslag, kunnen tijdelijk gaan werken in een onderneming uit een vitale sector. In afwijking op het principe van cumulverbod, kan voortaan 75% van de uitkering behouden blijven tijdens de tewerkstelling in een vitale sector.
 
Onder vitale sector valt enkel het PC 144, 145 en 146 alsook uitzendarbeid voor zover ze in die PC’s tewerkgesteld worden.

Er is een vereenvoudigde procedure voor de aanvraag van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de coronacrisis mogelijk: geautomatiseerd en in maar één enkele vorm. Dat was broodnodig door de grote toestroom van aanvragen en omdat het bestaande systeem te verwarrend was.

Werkgevers die geheel of gedeeltelijk moeten sluiten omwille van het coronavirus kunnen automatisch een beroep doen op tijdelijke werkloosheid. In tegenstelling tot voor kort is er nog maar 1 procedure, namelijk overmacht. De regeling geldt van 13 maart tot 30 juni.

In bepaalde systemen moest de werkgever zelf nog een bijdrage betalen aan de werknemers, deze bijdrage van 150 euro per maand wordt nu aan iedereen toegekend en ten laste van de RVA genomen.

Tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht wordt opengesteld voor wie samenwoont met een corona-patiënt en daardoor niet kan gaan werken. Geneesheren mogen een afwezigheidsattest uitschrijven in deze laatste situatie.

De dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht worden beschouwd als gelijkgestelde dagen voor jaarlijkse vakantie.

Hoe pak je het aan als werkgever?

Alles verloopt nu via de loonverwerking en de ASR-gegevensuitwisseling.
Zo blijft de overheid op de hoogte over welke medewerkers en over welke dagen het gaat.
Je kan werken via je sociaal secretariaat, of de melding zelf doen.

Werk je via een sociaal secretariaat?

  • Voeg de looncode voor ‘werkloosheid overmacht’ in op de dagen dat je werknemer niet werkt door de Coronacrisis.
  • Je sociaal secretariaat zal automatisch de nodige ASR-aangiftes (WECH002 en WECH005) doen.

Doe je de melding zelf?

  • Doe bij de RSZ een ASR - Aangifte Sociale Zekerheid nummer 5.
  • Vul ‘overmacht’ in door de code ‘aard van de dag’ 5.4 te gebruiken en als reden ‘coronavirus’.
  • Eerdere aanvragen economische redenen kunnen zonder formaliteiten overstappen naar het nieuwe stelsel.

Ook goed nieuws voor de werknemers

  • De TW-uitkering bedraagt 70% i.p.v. 65% van het gemiddeld geplafonneerd loon
  • Bovenop de uitkering betaalt RVA een complement van 5,36 euro/dag
  • Geen verlies van vakantie(geld), want dagen tijdelijke werkloosheid = arbeidsdagen

Moeten mijn werknemers iets doen?

  • Ze vragen een document C3.2 aan en sturen het ingevuld terug.
  • Ze kunnen dit doen bij hun vakbond of hulpkas.
  • Het document dient om de uitbetaling correct te laten verlopen.

Sociaal secretariaat SD Worx, partner van deze FAQ en Voka, zette reeds een schema online hoe de sterk vereenvoudigde en geautomatiseerde procedure in mekaar zit.

Corona

 

Hebt u een dringende of praktische vraag over het coronavirus met betrekking tot uw bedrijf of werknemers, dan kan u terecht bij de hulplijn voor ondernemers op het nummer: 0800 20 555

Deze hulplijn werd naar aanleiding van het coronavirus op vraag van Voka en op initiatief van minister van economie Hilde Crevits opgericht.

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft een pakket steunmaatregelen voor bedrijven getroffen door de coronacrisis goedgekeurd, waarvoor ze een budget van meer dan 150 miljoen euro vrijmaakt.

Lees hier alles over de nieuwe maatregelen.

Dat klopt. Concreet: een gift van medische hulpgoederen aan ziekenhuizen en zorginstellingen zal geen aanleiding geven tot de opeisbaarheid van btw. In normale omstandigheden kan btw enkel worden afgetrokken bij verkoop van goederen, niet bij schenking. Ook wanneer men tijdelijk extra kosten maakt voor bijvoorbeeld de productie van medisch hulpgoederen zal men deze kunnen inbrengen als beroepskosten.

Deze ingreep was nodig doordat burgers omwille van de genomen preventiemaatregelen zich niet meer vrij kunnen bewegen op straat waardoor openbare onderzoeken niet normaal kunnen verlopen. Als de Vlaamse Regering niet zou ingrijpen, is het gevaar reëel dat vergunningen waarvan het openbaar onderzoek liep tijdens de coronacrisis op losse (juridische) schroeven komen te staan.

Wat houdt de maatregel in?

Via een nooddecreet van 18 maart jl. werd de Vlaamse regering gemachtigd om via besluit de procedureregels voor de omgevingsvergunning tijdelijk te wijzigen totdat de coronacrisis voorbij is. Op 24 maart heeft de Vlaamse regering het besluit goedgekeurd waarmee een aantal termijnen voor het bekomen van een omgevingsvergunning worden verlengd. Concreet worden in bepaalde gevallen de termijnen verlengd met 30 tot 60 dagen afhankelijk van de situatie.

Als de crisis aanhoudt, kan de minister deze termijnen verlengen.

Op welk procedure heeft deze regeling betrekking?
 

  • alle in behandeling zijnde vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend vóór 24 maart 2020 waarin nog geen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing is genomen in laatste aanleg;
  • alle vergunningsaanvragen en administratieve beroepen ingediend vanaf 24 maart 2020 tot en met 24 april 2020.

Welke termijnverleningen worden voorzien?

Beslissingen in eerste aanleg:

  • Verlenging van de beslissingstermijn met 60 dagen bij de gewone procedure voor lopende en nieuwe dossiers
  • Verlenging van de beslissingstermijn met 30 dagen bij de vereenvoudigde procedure voor lopende en nieuwe dossiers

Beslissingen in laatste aanleg:

  • Verlenging van de beslissingstermijn met 60 dagen voor lopende en nieuwe dossiers

Beroepen:

  • Verlenging beroepstermijn met 30 dagen

De lopende openbare onderzoeken worden opgeschort tot en met 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen pas vanaf 25 april 2020 opnieuw aanvang nemen.

Meer informatie

Beslissingen Vlaamse Regering 24/03/2020 -138

Beslissingen Vlaamse Regering 24/03/2020 -139

 

Grensarbeiders in vitale sectoren en met cruciale beroepen kunnen een vignet gebruiken om sneller de grens tussen België en Nederland te passeren. Het vignet dient om te voorkomen dat grensarbeiders in vitale sectoren en met cruciale beroepen worden opgehouden bij de grens en kan enkel door hen worden gebruikt.

Sinds woensdag 18 maart verbiedt België niet-essentiële reizen naar het buitenland, waaronder Nederland. Het goederen- en dienstenverkeer mag nog gewoon de grens over. Grensarbeiders en anderen die de grens moeten oversteken, kunnen dit nog altijd doen. Daarbij moeten zij rekening houden met specifieke regels:

  • Grensarbeiders die niet in een vitale sector werken of een cruciaal beroep vervullen, moeten met een werkgeversverklaring aantonen dat zij voor werk de grens oversteken.
  • Grensarbeiders die wel in een vitale sector werken of een cruciaal beroep vervullen, kunnen een speciaal vignet gebruiken dat door de Belgische autoriteiten beschikbaar wordt gesteld. Met dit vignet kunnen zij de grens passeren.
  • Het is niet toegestaan om via België te rijden bij reisbewegingen van punt A naar B in Nederland, ook niet voor woon-werkverkeer. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor personen in vitale sectoren en met cruciale beroepen die een werk gerelateerde reisbeweging maken en in het bezit zijn van een vignet.
  • Schending van het verbod op niet-essentiële reizen is strafbaar. Er wordt door de Belgische autoriteiten actief gecontroleerd op naleving van dit verbod. Het gebruiken van een vignet op basis van onjuiste informatie is valsheid in geschrifte. Ook dit is een strafbaar feit.

Werkwijze:

  • Het vignet COVID19, om op een prioritaire manier de Belgische grens over te steken, kan van de website van het Nationaal Crisiscentrum gedownload worden.
  • Het vignet wordt in kleur afgeprint door de werkgever of de instelling die de essentiële verplaatsing over de grens rechtvaardigt (in navolging van de lijst met cruciale sectoren/beroepsgroepen en essentiële diensten/vitale processen van toepassing in het land van tewerkstelling).
  • De werkgever of de instelling die de essentiële verplaatsing over de grens rechtvaardigt plaatst op de verso zijde van het vignet een stempel van de eigen organisatie (met adresgegevens en telefoonnummer).
  • Het vignet wordt uitgeknipt en geplaatst achter de voorruit van de wagen aan de kant van de bestuurder.

Dat hangt af van de woonplaats en/of werkplek: in België, Frankrijk of Nederland.

Als de werkwillige onder de voorwaarden valt om zich naar het werk te mogen begeven – bijvoorbeeld omdat hij een essentieel beroep uitoefent – dan heeft hij binnen België geen attest nodig voor woonwerkverplaatsingen.

Belgische werknemers die in Frankrijk werken (of omgekeerd) hebben volgens de verstrengde richtlijnen van de Franse overheid een eenmalig attest nodig van de werkgever. Deze richtlijn is ingegaan op 17 maart voor vijftien dagen.

Meer info op de website van de Franse overheid

Voor Nederland geldt:

Grensarbeiders in vitale sectoren en met cruciale beroepen kunnen een vignet gebruiken om sneller de grens tussen België en Nederland te passeren. Het vignet dient om te voorkomen dat grensarbeiders in vitale sectoren en met cruciale beroepen worden opgehouden bij de grens en kan enkel door hen worden gebruikt.

Sinds woensdag 18 maart verbiedt België niet-essentiële reizen naar het buitenland, waaronder Nederland. Het goederen- en dienstenverkeer mag nog gewoon de grens over. Grensarbeiders en anderen die de grens moeten oversteken, kunnen dit nog altijd doen. Daarbij moeten zij rekening houden met specifieke regels:

  • Grensarbeiders die niet in een vitale sector werken of een cruciaal beroep vervullen, moeten met een werkgeversverklaring aantonen dat zij voor werk de grens oversteken.
  • Grensarbeiders die wel in een vitale sector werken of een cruciaal beroep vervullen, kunnen een speciaal vignet gebruiken dat door de Belgische autoriteiten beschikbaar wordt gesteld. Met dit vignet kunnen zij de grens passeren.
  • Het is niet toegestaan om via België te rijden bij reisbewegingen van punt A naar B in Nederland, ook niet voor woon-werkverkeer. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor personen in vitale sectoren en met cruciale beroepen die een werk gerelateerde reisbeweging maken en in het bezit zijn van een vignet.
  • Schending van het verbod op niet-essentiële reizen is strafbaar. Er wordt door de Belgische autoriteiten actief gecontroleerd op naleving van dit verbod. Het gebruiken van een vignet op basis van onjuiste informatie is valsheid in geschrifte. Ook dit is een strafbaar feit.

Werkwijze:

  • Het vignet COVID19, om op een prioritaire manier de Belgische grens over te steken, kan van de website van het Nationaal Crisiscentrum gedownload worden.
  • Het vignet wordt in kleur afgeprint door de werkgever of de instelling die de essentiële verplaatsing over de grens rechtvaardigt (in navolging van de lijst met cruciale sectoren/beroepsgroepen en essentiële diensten/vitale processen van toepassing in het land van tewerkstelling).
  • De werkgever of de instelling die de essentiële verplaatsing over de grens rechtvaardigt plaatst op de verso zijde van het vignet een stempel van de eigen organisatie (met adresgegevens en telefoonnummer).
  • Het vignet wordt uitgeknipt en geplaatst achter de voorruit van de wagen aan de kant van de bestuurder.

WERKORGANISATIE

Niet essentiële reizen vanuit en naar België zijn verboden.

Maar:

  • Het is toegelaten om familieleden die wonen in buurlanden te bezoeken, evenals om te winkelen in een buurland;
  • Vanaf 15 juni 2020 is het toegelaten om te reizen naar alle landen van de Europese Unie, van de Schengenzone en naar het Verenigd Koninkrijk, en om vanuit deze landen naar België te reizen;
  • Vanaf 1 juli 2020 is het toegelaten om zomerkampen te organiseren tot maximum 150 kilometer van de Belgische grenzen.

Sinds 4 mei zijn de bedrijven gefaseerd terug opgestart. De werkcomponent in alternerende opleidingen wordt hervat volgens de fasering die voorzien is bij de heropstart van de economie.

Voorwaarden voor hervatting

Zodra de onderneming haar activiteiten terug kan hervatten (of wanneer deze niet gestopt zijn)* én wanneer de onderneming het opportuun en mogelijk vindt om de opleiding op de werkplek opnieuw aan te vatten, mag de leerling in een alternerende opleiding opnieuw naar de werkplek, op voorwaarde dat:

  • De onderneming de richtlijnen en beschermingsmaatregelen toepast zoals voorzien in de ‘Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan’ (en indien beschikbaar de sectorale vertaalslag hiervan).
  • Er zorgvuldig overleg is geweest tussen onderneming en opleidingsverstrekker, zodat kwaliteitsvolle begeleiding en een veilige werkomgeving voorzien kunnen worden.
  • Als deze voorwaarden niet vervuld zijn, mag de leerling de werkcomponent niet hervatten.

*Uitzondering: de werkcomponent mag in ondernemingen uit de horecasector (PC 302) nog niet hervat worden, ook niet als de onderneming de activiteiten gedeeltelijk hervat (vb. take away aanbiedt).

Meer info

Er is een duidelijk scenario dat onveranderd blijft voor de rest van dit schooljaar - uiteraard onder voorbehoud van de evolutie van de epidemie en de beslissingen van de Veiligheidsraad woensdag. Scholen kunnen verder bouwen op wat ze realiseerden voor de eerste fase van de heropstart. 

Het gaat om een maximumscenario. Scholen bepalen zelf, binnen de aangepaste veiligheidsmaatregelen, welke uitbreiding voor hen haalbaar en doenbaar is, zowel qua leerjaren, timing als het aandeel onderwijstijd op school. Daarbij houden ze onder meer rekening met de beschikbaarheid van hun personeel en hun infrastructuur.

Vanaf dinsdag 2 juni kunnen in het basisonderwijs alle kleuters voltijds herstarten, lagereschoolkinderen van alle leerjaren maximaal 4 dagen per week. 

Leerlingen in de scharnierjaren van het secundair onderwijs (2e en 4e) kunnen maximaal 2 volle of 4 halve dagen per week les krijgen op school. Leerlingen van het 1e, 3e en 5e jaar worden minstens een dag uitgenodigd op school om het schooljaar samen af te ronden. Hetzelfde geldt voor leerlingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Het buitengewoon onderwijs kan heropstarten volgens dezelfde principes. Ook hier ligt de autonomie bij de scholen om in de mate van het mogelijke en gelet op eventuele beperkingen op vlak van leerlingenvervoer keuzes te maken. Deze tweede fase van de heropstart moet immers ook voor deze scholen voldoende veilig en haalbaar zijn.

Meer info

Het KB over het corona-ouderschapsverlof is gepubliceerd in het Staatsblad. Een werkende ouder, die minstens één maand in dienst is bij de werkgever, kan vanaf 1 mei corona-ouderschapsverlof opnemen. Hij kan dit opnemen tot 30 juni 2020.

Download het KB

Ten opzichte van het eerdere ontwerpbesluit, staan er in de definitieve tekst van het KB een aantal verschillen.

We lijsten hier de voornaamste op:

  • naast ouderschapsverlof kan de werknemer ook de andere themaverloven en tijdskrediet tijdelijk schorsen om dit corona-ouderschapsverlof op te nemen;
  • de werknemer kan de resterende duur van het omgezette ouderschapsverlof, tijdskrediet of ander themaverlof later opnemen.
  • dit geldt ook wanneer deze resterende duur niet voldoet aan de minimale duur van het verlof. Het besluit vermeldt dit nu uitdrukkelijk.
  • de aanvraagtermijn bij de RVA is op 2 maanden vastgelegd in plaats van 1 maand; de werkgever beantwoordt de aanvraag van de werknemer binnen de 3 werkdagen en ten laatste voor de aanvang van het corona-ouderschapsverlof. In de eerdere bespreking was dit nog 6 werkdagen.

Samenvatting:

Akkoord werkgever vereist

Het corona-ouderschapsverlof is geen absoluut recht voor de werknemer. Het akkoord van de werkgever is steeds vereist.

Opnamevorm

Het corona-ouderschapsverlof kan opgenomen worden onder de vorm van een vermindering van de arbeidsprestaties:

  • met 1/5de (voor voltijders); of
  • tot 1/2de (voor voltijders of deeltijders die minstens 3/4de werken). 

De werknemer kan dit verlof opnemen:

  • hetzij in één aaneengesloten periode;
  • hetzij in één of meerdere, al dan niet aansluitende, perioden van één maand;
  • hetzij in één of meerdere, al dan niet aansluitende, perioden van een week;
  • hetzij een combinatie van maand en week, of weken.

Leeftijdsvoorwaarde kind

Zoals in het klassieke ouderschapsverlof geldt ook hier de voorwaarde van minstens één kind dat nog geen 12 jaar is. Voor mindervaliden geldt een leeftijdsgrens van 21 jaar.

De leeftijdsgrens voor mindervaliden valt bovendien volledig weg als een kind of volwassene met een handicap opgevangen wordt door zijn ouders en geniet van intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.
 
Lopend ouderschapsverlof omzetten of schorsen

De werknemers die in een gewoon lopend ouderschapsverlof, een ander themaverlof of tijdskrediet zitten kunnen dit omzetten of schorsen om corona-ouderschapsverlof op te nemen. Het akkoord van de werkgever is daarvoor wel nodig.

De omzetting kan zelfs retroactief vanaf 1 mei 2020. 
 
Geen aanrekening op maximumduur gewoon ouderschapsverlof

Het corona-ouderschapsverlof komt bovenop het gewone ouderschapsverlof. Het wordt dus niet aangerekend op de maximale duur van het 'gewone' ouderschapsverlof. 
 
Uitkering RVA

De werknemer die corona-ouderschapsverlof opneemt, krijgt een uitkering die 25% hoger ligt dan bij het gewone ouderschapsverlof. 
 
Vanaf wanneer?

De werknemer kan het corona-ouderschapsverlof opnemen vanaf 1 mei 2020 tot en met 30 juni 2020.

Loontechnische behandeling

Wat betreft de loontechnische behandeling, moet dezelfde werkwijze gevolgd worden als voor een 'gewoon' ouderschapsverlof.

Ook op DmfA of andere officiële aangiften/sociale documenten moet het corona-ouderschapsverlof op dezelfde manier vermeld worden als het gewone ouderschapsverlof. 

Hoe aanvragen?

Formulieren voor de aanvraag komen op de site van de RVA. Op dit moment zijn de documenten nog niet beschikbaar.
 

Op 9 april 2020 werd een koninklijk besluit gepubliceerd dat een aantal  uitzonderingsmaatregelen van beperkte duur voorziet (van 1 maart tot en met 3 mei 2020) om te garanderen dat de overlegorganen van vennootschappen, verenigingen en andere rechtspersonen naar behoren kunnen blijven werken.

Wat houdt dat in?

  • Rechtspersonen krijgen de keuze om hun reeds bijeengeroepen of vóór 3 mei bijeen te roepen algemene vergadering gewoon te laten doorgaan op de geplande datum, weliswaar langs elektronische of schriftelijke weg, en met handhaving van het stem- en vragenrecht van de aandeelhouders en leden.
  • Ze kunnen hun algemene vergadering, of die nu al bijeengeroepen is of niet, ook uitstellen naar een latere datum (tot 10 weken na de uiterste datum die, in de meeste gevallen, is vastgelegd op 30 juni).
  • Bepaalde wettelijke termijnen voor indiening van de officiële stukken worden verlengd
  • Tot slot wordt nog verduidelijkt dat vergaderingen van het bestuursorgaan geldig schriftelijk of langs elektronische weg gehouden kunnen worden.

De regering Wilmès heeft een reeks nieuwe sociale maatregelen genomen die bedrijven uit essentiële sectoren kunnen ondersteunen. Enerzijds zijn er maatregelen die de arbeidsorganisatie kunnen versoepelen en anderzijds worden mogelijkheden voorzien om werknemers uit andere sectoren toe te leiden naar een tijdelijke tewerkstelling in de essentiële sectoren.
 
Deze maatregelen staan open voor een restrictief aantal bedrijven, ze zijn tijdelijk en te activeren in functie van  de behoeften van de individuele bedrijven.

Hierbij krijgt u een overzicht van de genomen beslissingen.

Welke bedrijven?
De maatregelen zijn in hoofdzaak exclusief voor bedrijven uit ‘kritieke sectoren’. Dit zijn de bedrijven en instellingen die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 3 april 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken. De lijst van cruciale sectoren en diensten vind u ook in deze FAQ.

Keuzemenu:

1.    Verhogen van het aantal vrijwillige overuren

De 100 vrijwillige overuren worden voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 verhoogd tot 220 uren bij de werkgevers die tot de kritieke sectoren behoren. Deze bijkomende 120 uren voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 dienen te worden gepresteerd tijdens deze periode. Deze overuren moeten later niet worden ingehaald en er moet geen overloon betaald worden. Op deze bijkomende 120 vrijwillige overuren zijn geen sociale bijdragen noch bedrijfsvoorheffing verschuldigd: de werknemer ontvangt het totale door de werkgever betaalde loon.

2.    Inschakelen asielzoekers
 
Asielzoekers wiens verblijfsprocedure nog loopt, mogen vandaag maar werken als zij vier maanden na de indiening van hun verzoek nog geen beslissing hebben gekregen over hun aanvraag.
Deze voorwaarde wordt opgeschort voor zover hun verzoek geregistreerd werd ten laatste op 18 maart 2020. Deze asielzoekers mogen deze crisisperiode tewerkgesteld worden in de kritische sectoren, onder voorwaarde dat de werkgever instaat voor opvang van deze werknemer. Dit om zo min mogelijk woon- werkverplaatsingen te hebben.

3.    Korte opeenvolgende contracten

Verschillende opeenvolgende contracten van bepaalde duur worden in bepaalde gevallen  automatisch omgezet naar een contract van onbepaalde duur.
Voor kritische sectoren komt hier nu een uitzondering op. Het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd van minimaal 7 dagen in de kritieke sectoren heeft niet langer het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg. Dit voor de periode van 3 maanden vanaf de inwerkingtreding van het besluit.

4.    Versoepeling verbod op terbeschikkingstelling

Terbeschikkingstelling van eigen personeel met overdracht van het werkgeversgezag is in principe verboden tenzij een uitzondering (bv. uitzendarbeid) dit expliciet toelaat.
 
De regering laat nu tijdelijk toe dat bedrijven onder bepaalde voorwaarden hun eigen werknemers (die in dienst zijn voor 10 april 2020), uitlenen aan bedrijven uit de kritieke sectoren om de continuïteit van de ondernemingen te waarborgen. En dit gedurende de tijd die nodig is om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van de COVID-19 epidemie in het bedrijf van de gebruiker.
 
De voorwaarden en de duur van de terbeschikkingstelling moeten worden vastgelegd in een geschrift ondertekend door de werkgever, de gebruiker en de werknemer.

5.    Studentenarbeid  in coronatijden telt niet mee voor het studentencontingent

De uren als jobstudent verricht tijdens de crisis in de kritische sectoren tellen niet mee in het studentencontingent van 475 uren, maar genieten wel dezelfde vrijstelling. Deze bepaling heeft uitwerking vanaf 1 april 2020.

6. Tijdskrediet, loopbaanonderbreking en arbeidsduurvermindering kunnen tijdelijk opgeschort worden

Het wordt voortaan mogelijk dat een loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof tijdelijk wordt opgeschort in bedrijven die behoren tot vitale sectoren. Dit was voorheen niet mogelijk. Het volstaat om de RVA hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Gedurende die opschorting van het verlof en het hernemen van het werk, ontvangt de werknemer geen uitkering meer.

Deze en volgende bepaling geldt van 1 april tot en met 31 mei.

7. Werkloosheidsuitkering voor tijdelijke werkloosheid, tijdskrediet, loopbaanonderbreking of swt kunnen gecumuleerd worden met loon voor tewerkstelling in vitale sector

Mensen in loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof, alsook (tijdelijk) werklozen en werklozen met bedrijfstoeslag, kunnen tijdelijk gaan werken in een onderneming uit een vitale sector. In afwijking op het principe van cumulverbod, kan voortaan 75% van de uitkering behouden blijven tijdens de tewerkstelling in een vitale sector.
 
Onder vitale sector valt enkel het PC 144, 145 en 146 alsook uitzendarbeid voor zover ze in die PC’s tewerkgesteld worden.

Alle niet-essentiële (dienst)reizen zijn tot en met 3 mei verboden.
 
Sowieso is het raadzaam om ook steeds af te gaan op het reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken. Bij negatief reisadvies raden we af om werknemers uit te zenden naar de betrokken gebieden.

 

De IBO is een opleidingsmaatregel van VDAB waarbij werklozen een opleiding op de vloer volgen in de onderneming. De werkloze ontvangt in de regel een werkloosheidsuitkering of andere vervangingsuitkering, de werkgever legt daarbovenop een premie bij. Waar mogelijk blijven de opleidingen doorlopen maar als de opleiding niet kan verder gezet worden (omdat de economische activiteit stil valt, de werkgever de sociale afstandsmaatregelen niet kan garanderen, de cursist moet zorgen voor de opvang van zijn kinderen enz) kan de overeenkomst worden stopgezet.

De werkgever betaalt in dit geval geen vergoeding meer en is ook niet langer gehouden aan verplichtingen omtrent toekomstige aanwerving.

In een aantal gevallen kunnen IBO-cursisten niet terugvallen op een werkloosheidsuitkering. Omdat de cursisten mogelijks engagementen aangingen zoals huur, lening… met het vooruitzicht op een tewerkstelling, wordt momenteel nagedacht over het voorzien in een premie zodat de cursisten niet volledig zonder inkomen vallen.

Er wordt daarnaast blijvend ingezet op het activeren van de cursist in de betrachting hem, waar mogelijk, elders aan het werk te krijgen.

Lukt dat niet in tussentijd, dan wordt er getracht om later de cursist terug in contact te brengen met de werkgever als beiden nog op zoek zijn naar een match.

 

Stages mogen doorgaan: zij volgend de gefaseerde heropstart, zoals gedefiniëerd door de overheid. Voor stages door studenten in het hoger onderwijs, is het aangewezen dat de instellingen zelf de opportuniteit afwegen, in overleg met de student en de werkgever.

Verschillende bedrijven en sectoren zullen in deze tijden hun eigen richtlijnen hanteren. Je houdt dan best rekening met sectoren waarvan de federale overheid zegt dat ze niet mogen werken.

Bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Stageovereenkomsten in de zorg- en welzijnssector kunnen blijven doorgaan, zolang de zorginstelling de nodige beschermingsmiddelen (bv. mondmaskers) aanbiedt aan de student. Verder wordt verwezen naar de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Het Agentschap Zorg en Gezondheid somt een aantal minimale voorzorgsmaatregelen op ter bescherming van het personeel (zorgprofessionals). Als die niet kunnen worden gegarandeerd voor de studenten, is het aangewezen de stageovereenkomst tijdelijk te schorsen. Om de student geen onnodig risico te laten lopen, maar ook om de patiënten niet extra in gevaar te brengen. Voor die studenten kan gezocht worden naar een andere stageplaats. 

Meer info

Sinds 4 mei zijn de bedrijven gefaseerd terug opgestart. De werkcomponent in alternerende opleidingen wordt hervat volgens de fasering die voorzien is bij de heropstart van de economie.

Voorwaarden voor hervatting

Zodra de onderneming haar activiteiten terug kan hervatten (of wanneer deze niet gestopt zijn)* én wanneer de onderneming het opportuun en mogelijk vindt om de opleiding op de werkplek opnieuw aan te vatten, mag de leerling in een alternerende opleiding opnieuw naar de werkplek, op voorwaarde dat:

  • De onderneming de richtlijnen en beschermingsmaatregelen toepast zoals voorzien in de ‘Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan’ (en indien beschikbaar de sectorale vertaalslag hiervan).
  • Er zorgvuldig overleg is geweest tussen onderneming en opleidingsverstrekker, zodat kwaliteitsvolle begeleiding en een veilige werkomgeving voorzien kunnen worden.
  • Als deze voorwaarden niet vervuld zijn, mag de leerling de werkcomponent niet hervatten.

*Uitzondering: de werkcomponent mag in ondernemingen uit de horecasector (PC 302) nog niet hervat worden, ook niet als de onderneming de activiteiten gedeeltelijk hervat (vb. take away aanbiedt).

Meer info

Iedereen moet zoveel mogelijk afstand houden van anderen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Klinkt eenvoudig. Maar hoe pas je die social distancing nu precies toe als bedrijf?


Om de verspreiding van het coronavirus af te remmen, legt de overheid bedrijven enkele strikte regels op. Waar het kan moet er aan telewerk gedaan worden. 


Voor de functies waar dit niet haalbaar is, moet er op de werkvloer minstens 1,5 meter afstand gehouden worden met andere personen. Dit geldt trouwens ook voor het vervoer dat je als werkgever organiseert.

Is afstand houden noch telewerk mogelijk, dan ben je als bedrijf verplicht te sluiten ten zij je volgens de overheid een essentieel bedrijf bent. De meest recente lijst van essentiële bedrijven vind je hier: https://www.voka.be/nieuws/coronavirus-de-lijst-met-essentiele-bedrijven-uitgebreid-hoe


Zo pak je het aan
Maar hoe kan je als bedrijf die social distancing nu concreet in de praktijk aanpakken? In grote lijnen zijn er drie opties:

1.    Ga digitaal
Zijn er functies waarin medewerkers kunnen telewerken? Dan ben je als werkgever verplicht om dit te organiseren. Bekijk ook of je meetings, opleidingen en ander overleg anders kan aanpakken. Zo zijn er veel digitale mogelijkheden om deze vanop afstand in te richten.

2.    Zorg voor spreiding
Bekijk of je het werk kan spreiden, zodat medewerkers niet allemaal op hetzelfde moment op de werkvloer hoeven te zijn. Is het bovendien mogelijk om pauzes te spreiden? Ook zo creëer je kleinere groepjes, waardoor het voor medewerkers makkelijker is om afstand te houden in pakweg de cafetaria.

3.    Baken af
> Je ziet het al in winkels, maar ook op de werkvloer kunnen tape, lint of andere markeringen helpen om een afstand van 1,5 meter in acht te houden. Zeker bij in- en uitgangen, waar al snel groepjes kunnen ontstaan, is het nuttig om te bekijken of dit mogelijk is.
> Waar dat kan, valt het aan te raden om werkruimtes te compartimenteren. Of misschien is het wel haalbaar om ervoor te zorgen dat in elk kantoor of werkplek maar één persoon aan de slag is?
> Als allerlaatste stap kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een kleine groep medewerkers af te schermen van andere collega’s omdat ze van cruciaal belang zijn voor het bedrijf. Deze verregaande ingreep kan uiteraard enkel in overleg.

Stevige sancties
Bedrijven die zich niet aan de regels houden, riskeren stevige sancties. “Indien de autoriteiten vaststellen dat de social distancing-maatregelen niet worden nageleefd, wordt de onderneming in eerste instantie een zware boete opgelegd; in geval van niet-naleving na de sanctie zal de onderneming moeten sluiten”, waarschuwt de overheid. 

Cruciale sectoren en essentiële diensten wordt gevraagd om ervoor te zorgen “dat de regels over social distancing in de mate van het mogelijke in acht worden genomen”, luidt het vanuit de overheid. Zij riskeren geen boete of sluiting.

Belangrijk tegen besmetting
Waarom social distancing zo belangrijk is? Het coronavirus verspreidt zich van mens op mens via kleine druppeltjes die bij hoesten en niezen vrijkomen. Via die druppeltjes komt het virus terecht in de lucht, op voorwerpen en oppervlakken. 


Het coronavirus overleeft gemiddeld zo’n drie uur op gladde oppervlakken en materialen (zoals deurklinken, leuningen, tafels …). Wie virusdruppeltjes via de handen in de mond, neus of ogen binnenkrijgt, kan besmet raken.

Vlaanderen verlengt de geldigheid van de arbeidskaart voor economische migranten. Door de lockdown zitten veel van hen hier immers vast.

Door de coronamaatregelen werd het voor sommige werkgevers moeilijk om de strikte procedure voor de sociale verkiezingen verder te volgen. Daarom stemde het Parlement op 23 maart 2020 een wetsvoorstel dat de opschorting van de sociale verkiezingen wettelijk vastlegt en de gevolgen verduidelijkt. Ondertussen is de definitieve wet ook gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
 

1. Toepassingsgebied
 
De regels zijn van toepassing op alle ondernemingen waar de procedure al gestart was.
 
2. Opschorting procedure vanaf dag X+36
 
De lopende procedures worden geschorst vanaf procedurestap X+36. 
 
X+36 liep van 18 tot en met 31 maart 2020.
 
3. Nieuwe verkiezingsdata en misschien nieuwe uurregeling
 
De Koning moet de nieuwe verkiezingsdata en bijhorende modaliteiten nog bepalen.
 
De Nationale Arbeidsraad (NAR) stelt de periode van 16 tot 29 november 2020 voor. Dit onder voorbehoud van de verdere evolutie van de corona-maatregelen.
 
Voor elke onderneming zal de nieuwe verkiezingsdatum in principe automatisch en zonder overleg bepaald worden.
 
4. Nieuwe kieskalender
 
Nieuwe verkiezingsdata betekenen ook een nieuwe kieskalender.
 
5. Stappen tot en met X+35
 
Alle genomen procedurestappen tot en met X+35 zijn definitief.
 
6. Stappen na X+35 en voor nieuwe X+36
 
Procedurestappen genomen na X+35 en vóór de heropstart van de verkiezingsprocedure zijn nietig. 
 
7. Volledige stopzetting wel mogelijk
 
In tegenstelling tot het voorgaande mag de werkgver wel een volledige stopzetting beslissen. De werkgever mag dus na X+35 toch nog het bericht van de volledige stopzetting aanplakken in zijn onderneming en dit bericht ook bezorgen aan de betrokken partijen.
 
8. Uitzendkrachten
 
Uitzendkrachten mogen vanaf de sociale verkiezingen van 2020 stemmen in de onderneming van de gebruiker. Hiervoor moeten zij voldoen aan twee anciënniteitsvoowaarden. 
De periode voor de tweede anciënniteitsvoorwaarde loopt tussen X en Y-13. De schorsing van de verkiezingsprocedure valt hier middenin.
 
De dagen waarop de uitzendkracht bij de gebruiker zal werken in de loop van de opgeschorte procedure, zullen niet meetellen om te bepalen of hij al dan niet aan de tweede anciënniteitsvoorwaarde voldoet.
 
De tweede periode zal opnieuw beginnen lopen vanaf de nieuwe dag X+36.
 
9. Bestaande overlegorganen
 
De bestaande overlegorganen blijven verder functioneren tijdens de schorsing.
 
10. Ontslagbescherming
 
Voor de meeste personeelsafgevaardigden en kandidaten zal de ontslagbescherming tijdens de opschorting blijven doorlopen. Het betreft:
•    de personeelsafgevaardigden verkozen in 2016;
•    een aantal kandidaten in 2016;
•    de reeds voorgedragen kandidaten op X+35 in 2020.
 
Uitzonderingen zijn voorzien voor:
•    kandidaten in 2016 die zich in 2020 niet kandidaat stellen en ontslagen zijn voor 17 maart 2020;
•    vervangende kandidaten waarvan de kandidatuur nog kan ingediend worden tot de nieuwe X+76.
 
11. Verkiesbaarheidsvoorwaarden kandidaten
 
Alle verkiesbaarheidsvoorwaarden van de kandidaten worden beoordeeld aan de hand van de oorspronkelijk geplande verkiezingsdag Y. 


Gevolgen voor de werkgever
Werkgevers die volop in de verkiezingsprocedure zaten, moeten vanaf dag X+36 de procedure opschorten. Vermoedelijk zal de procedure in het najaar van 2020 heropstarten.


Bron 
SD Worx

In principe niet. Tenzij de school daar expliciet naar vraagt, maar dat mogen ze enkel doen ‘in uitzonderlijke gevallen’. Welke die uitzonderlijke gevallen zijn, wordt niet gepreciseerd door de overheid, maar de scholen worden wel met aandrang opgeroepen om kinderen die tot de toegelaten groepen behoren op te vangen. Mocht er zich een probleem voordoen, dan worden de scholen verondersteld in dialoog te gaan met de ouders. De overheid rekent op de burgerzin en verantwoordelijkheid van scholen en burgers om hier op een verstandige manier mee om te gaan.

Het is wel belangrijk om weten dat momenteel de algemene richtlijn geldt dat ouders die thuis werken verplicht zelf moeten instaan voor de opvang van kinderen.

Daarop zijn enkele uitzonderingen. De precieze richtlijnen daarover aan scholen luiden als volgt:

  • Kinderen van wie de ouder(s) een job in een cruciale sector (zorg, veiligheid, voedingsnijverheid, distributie ...) uitoefenen. Zij hebben niet de mogelijkheid om thuis te werken. Ze nemen nu de zorg op van zieken en mensen die hulp nodig hebben, zorgen ervoor dat iedereen naar de winkel kan... Het is daarom letterlijk van levensbelang dat hun kinderen op school worden opgevangen.
  • Kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs, de onderwijsinternaten, de MPIGO’s en de IPO’s van het gemeenschapsonderwijs. Zij zijn medisch en/of sociaal kwetsbaar en moeten dus opgevangen worden. De overheid informeert zo snel mogelijk onder welke modaliteiten dat kan.
  • Voorzie ook opvang voor leerlingen in een kwetsbare thuissituatie. Als school kan jij het best inschatten over wie dat gaat. Voor deze kinderen is opvang thuis geen veilige optie. Zij moeten dan ook kunnen rekenen op de soepelheid van scholen. Ga daarover in overleg met het CLB en de ouders.

Conclusie: de regel is dat er geen attest nodig is. De overheid rekent op de verantwoordelijk van de scholen om in te schatten in uitzonderlijke situaties om dat toch te vragen.

Dit is geen probleem. Indien je voor deze werknemers later - binnen de erkenningsperiode van overmacht - toch een beroep wenst te doen op tijdelijke werkloosheid overmacht, kan dat alsnog.

Ja, dat kan. Denk er aan om het bevoegde RVA-kantoor hiervan op de hoogte te brengen. En uiteraard moet u als onderneming aan de voorwaarden voldoen: essentiële sector of social distancing kunnen garanderen.

De ondernemingen en werkgevers moeten hun activiteit organiseren met inachtneming van de wettelijke uitzonderingsvoorschriften die voortvloeien uit de pandemie. Een onderneming kan dus een ploegensysteem opzetten om het houden van een afstand van 1,5 meter te kunnen respecteren.
 
De COVID-19 pandemie wordt beschouwd als zijnde een ‘voorgekomen ongeval’ in de zin van de arbeidswet en het overschrijden van de arbeidsgrenzen is toegestaan. De gepresteerde uren in dit kader vallen onder de gewone overurenregime. Er is geen bijzondere compensatie, maar het overurenregime is van toepassing. 

 

De COVID-19 pandemie kan beschouwd worden als een voorgekomen (en in zekere zin ook een dreigend) ongeval in de zin van de arbeidswet van 16 maart 1971, waardoor de arbeidsduurgrenzen kunnen worden overschreden voor het verrichten van arbeid om hier het hoofd aan te bieden. Ook nachtarbeid en zondagsarbeid zijn in dat geval toegelaten. Er mag buiten de normale roosters gewerkt worden. 

De uren die in het kader van voorgekomen of dreigend ongeval gebeuren, vallen wel onder het gewone overurenregime en geeft recht op overuren (boven 9 uur per dag of 40 uur per week of lagere cao-grens). Bij prestaties op zondag en gedurende de nacht zijn wel de toeslagen vastgesteld in de sectorale cao’s of ondernemings-cao’s van toepassing.

De bedrijven en werknemers moeten hun activiteiten organiseren in functie van de maatregelen die door de overheid getroffen zijn om COVID-19 te bestrijden. Deze maatregelen zijn het gevolg van de pandemie en maken dus inherent deel uit van de notie “voorgekomen ongeval”. De nieuwe organisatorische behoeften die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van deze maatregelen of die beantwoorden aan de gevolgen van deze maatregelen worden dus ook ingegeven door een “voorgekomen ongeval”. Ook in dergelijk geval zullen werkgevers hun werknemers overuren kunnen laten verrichten, alsook laten werken buiten het normale rooster.

 

Wat betreft het detacheren van werknemers naar Frankrijk blijven de 'normale' Franse procedures en documenten gelden, namelijk:

  • A1 attest
  • SIPSI-documenten 
  • Arbeidsovereenkomst (+ recente loonfiche)
  • Identiteitskaart

Sinds  17 maart 2020 moet de (Franse/buitenlandse) werknemer ook in het bezit zijn van een ‘Justificatif de déplacement professionnel’ en sinds 8 april 2020 moet de buitenlandse (Belgische) werknemer om de Franse grens over te steken en zich in Frankrijk te verplaatsen ook in het bezit zijn van het document ‘Attestation de déplacement international’. Dit attest vervangt het vorige attest (‘Attestation de déplacement dérogatoire’).

Meer info op de website van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken 

UITBETALEN VAN LOON

Heel wat werknemers in cruciale sectoren draaien overuren door de coronacrisis. Ze kunnen voortaan rekenen op extra netto wanneer tot 120 van hun overuren worden uitbetaald. Het gaat om een speciale vrijstelling voor drie maanden.

Werknemers in cruciale sectoren kunnen tussen 1 april en 30 juni financieel extra beloond worden voor een maximum van 120 overuren. De werkgever moet voor die overuren geen sociale bijdragen betalen. Binnenkort volgt er ook een fiscale vrijstelling. 

Naast de bestaande 100 overuren, wordt een extra pakket van 120 extra overuren toegestaan. Op die manier wil men ervoor zorgen dat er steeds voldoende handen beschikbaar zijn in de cruciale sectoren. 

Mogelijk strandt een werknemer in het buitenland, bijvoorbeeld omdat zijn vlucht of treinreis geannuleerd is of omdat hij de stad niet meer uit mag. In zulke gevallen is er opnieuw sprake van overmacht en heeft hij recht op een tijdelijke werkloosheidsuitkering. Hetzelfde geldt als de werknemer na repatriëring in quarantaine wordt geplaatst.

Belandt je werknemer in het ziekenhuis of moet hij ziek thuis blijven, dan gelden de regels zoals bij elke ander ziekteverzuim. Als werkgever betaal je hem gedurende 1 maand gewaarborgd loon. Is de medewerker langer buiten strijd, dan krijgt hij een ziekte-uitkering na die eerste maand. 

Wie samenwoont met een corona-patiënt en daardoor niet kan gaan werken zal beroep kunnen doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Geneesheren mogen een afwezigheidsattest uitschrijven in deze laatste situatie.

In alle andere gevallen, en met in achtneming van de strikte overheidsregels, etc, kan de werknemer hiervoor familiaal verlof nemen. Je kan ook overeenkomen dat je werknemer vakantie neemt (betaald) of toegestane afwezigheid (onbetaald).

Bron: SD Worx

Situatie 1:

De werknemer wordt arbeidsongeschikt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid 

Wanneer de werknemer arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd. Voor de arbeiders is dit uitdrukkelijk in artikel 56 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten bepaald. Deze bepaling wordt naar analogie ook op de bedienden toegepast. De betrokkene kan dus onmiddellijk aanspraak maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten laste van de mutualiteit. 

Voorbeeld: De onderneming is gesloten wegens overmacht van 13 maart tot 5 april. De werknemer wordt ziek van 18 maart tot en met 24 maart. Voor de ziektedagen ontvangt de werknemer een uitkering van de mutualiteit. Voor de overige dagen dat de onderneming gesloten is wegens overmacht ontvangt de werknemer een uitkering tijdelijke werkloosheid overmacht.

Situatie 2:

De werknemer was al arbeidsongeschikt voor de aanvang van de tijdelijke werkloosheid 

Indien de werknemer al arbeidsongeschikt is vóór de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, is de werkgever slechts het gewaarborgd loon verschuldigd tot en met daags vóór de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Vanaf de eerste dag van dat tijdvak van tijdelijke werkloosheid kan de betrokkene dan aanspraak maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Voorbeeld: De werknemer is ziek van 20 februari tot 23 maart. De onderneming sluit wegens overmacht van 13 maart tot 5 april. Het RIZIV bevestigt daarmee dat een zieke bediende ziekte-uitkeringen krijgt vanaf de eerste dag werkloosheid wegens overmacht die tijdens de loonwaarborgperiode valt. De bediende heeft met andere woorden een gegarandeerd vervangingsinkomen. 

SD Worx gaat uitgebreid in op deze en andere situaties. Lees meer

HYGIËNE EN PREVENTIE

Om de ondernemingen bij te staan bij de stapsgewijze heropbouw van de economische activiteiten hebben sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, de Beleidscel van de Minister van Werk en experten van de FOD Werkgelegenheid in overleg een generieke gids uitgewerkt.

Deze gids reikt een kader met maatregelen aan die op maat kunnen worden ingekleurd door de onderscheiden sectoren en door elke werkgever, om ervoor te zorgen dat activiteiten opnieuw kunnen worden opgestart vanaf 4 mei in zo veilig en gezond mogelijke omstandigheden, zodat een nieuwe piek van coronagevallen kan worden vermeden.

Deze gids biedt tegelijk ook ondersteuning aan ondernemingen en/of sectoren die geen onderbreking van hun activiteiten hebben gekend. Deze hebben uiteraard al de nodige maatregelen genomen om de continuïteit van hun activiteiten te kunnen verzekeren tijdens de periode van lockdown. Zij kunnen de reeds genomen maatregelen aftoetsen aan de maatregelen in de gids die op dat vlak dus een inspiratiebron kunnen zijn.

Raadpleeg de gids 

Voor ondernemingen die heropenen en waarvoor geen sectorprotocol is afgesloten, gelden volgende minimumvoorwaarden:

  • De onderneming of vereniging informeert de klanten en werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de werknemers een passende opleiding.
  • Een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
  • Maskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen en worden gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
  • De activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
  • De onderneming of vereniging stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten;
  • De onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de werkplaats en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  • De onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting van de werkplaats;
  • Een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat klanten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID−19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing.

Werknemers uit niet-essentiële bedrijven die kunnen thuiswerken, blijven thuis. Bedrijven waar dat niet kan, moet er voldoend sociale afstand gehouden kunnen worden. Als dat niet gegarandeerd kan worden, moet het bedrijf sluiten.

Een goede individuele handhygiëne en voldoende sociale afstand houden, blijven belangrijke maatregelen die iedereen moet opvolgen. Een strikte naleving ervan door iedereen, van jong tot oud, is noodzakelijk om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Burgerzin en solidariteit met de meest kwetsbare personen is onontbeerlijk.

Verder nog enkele tips:

  • Zorg ervoor dat jouw werkplekken schoon en hygiënisch zijn. Zo moeten bureaus, tafel, toetsenborden, ... regelmatig schoongemaakt worden met desinfectiemiddel

  • Spoor iedereen aan de handen meermaals per dag met water en zeep te wassen. Je kan dit bijvoorbeeld doen door posters op te hangen

  • Voorzie papieren zakdoekjes voor wie een loopneus heeft of moet hoesten en niezen
  • Zorg ook dat deze tissues in een gesloten vuilbak kunnen weggegooid worden
  • Spoor personen met symptomen van luchtwegaandoeningen aan om thuis te werken

 
Het volledige advies van de WHO voor bedrijven vind je op de website van VLAIO.
 
Een belangrijke vraag? Op vraag van Voka nam Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits (CD&V) het initiatief om een hulplijn voor bedrijven en ondernemers te laten oprichten. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen heeft de hulplijn (0800 20 555) opengesteld voor ondernemers en bedrijven die vragen hebben over het coronavirus. 

Hulplijn ondernemers: 0800 20 555

Je kan het CrisisCentrum van de Vlaamse Overheid (CCVO) bereiken op 02 217 0 112 of via ccvo@vlaanderen.be.

 
Meer informatie vind je ook op de federale website

Bron: VLAIO

Werknemers die kunnen moeten thuiswerken. Als dat niet kan, moet sociaal afstandhouden gegarandeerd kunnen worden. Zo niet, dan moet de onderneming dicht.

Als werkgever ben je verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkomgeving voor je werknemers. Daarom moet je ook preventief handelen, en garanderen dat je werknemers veilig kunnen werken.

Laat je waar nodig bijstaan door uw arbeidsarts/preventieadviseur. Samen met de arbeidsgeneeskundige dienst stel je vast welke richtlijnen en preventieve maatregelen aan de orde zijn om de impact van het coronavirus op de werkplaats te beperken. De werknemer moet jouw instructies opvolgen. Zo kan je van de werknemers eisen dat ze persoonlijke hygiënemaatregelen naleven.
Zorg in hoofdzaak voor een goede communicatie met de werknemers, om samen te zorgen voor veilige werkomstandigheden.

Bedrijven moeten nog minstens tot 19 april aan strenge voorwaarden voldoen aangaande social distancing. Iedereen moet immers zoveel mogelijk afstand houden van anderen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Klinkt eenvoudig. Maar hoe pas je die social distancing nu precies toe als bedrijf?


Om de verspreiding van het coronavirus af te remmen, legt de overheid bedrijven enkele strikte regels op.

Waar het kan moet er aan telewerk gedaan worden. 

Voor de functies waar dit niet haalbaar is, moet er op de werkvloer minstens 1,5 meter afstand gehouden worden met andere personen. Dit geldt trouwens ook voor het vervoer dat je als werkgever organiseert.

Is afstand houden noch telewerk mogelijk, dan ben je als bedrijf verplicht te sluiten ten zij je volgens de overheid een essentieel bedrijf bent. De meest recente lijst van essentiële bedrijven vind je hier.


Zo pak je het aan

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg publiceerde op haar website een checklist die u kan overlopen in overleg met uw interne preventieadviseur en/of uw externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.

Om social distancing in de praktijk te brengen zijn er in grote lijnen zijn er drie opties:

1.    Ga digitaal
Zijn er functies waarin medewerkers kunnen telewerken? Dan ben je als werkgever verplicht om dit te organiseren. Bekijk ook of je meetings, opleidingen en ander overleg anders kan aanpakken. Zo zijn er veel digitale mogelijkheden om deze vanop afstand in te richten.

2.    Zorg voor spreiding
Bekijk of je het werk kan spreiden, zodat medewerkers niet allemaal op hetzelfde moment op de werkvloer hoeven te zijn. Is het bovendien mogelijk om pauzes te spreiden? Ook zo creëer je kleinere groepjes, waardoor het voor medewerkers makkelijker is om afstand te houden in pakweg de cafetaria.

3.    Baken af
> Je ziet het al in winkels, maar ook op de werkvloer kunnen tape, lint of andere markeringen helpen om een afstand van 1,5 meter in acht te houden. Zeker bij in- en uitgangen, waar al snel groepjes kunnen ontstaan, is het nuttig om te bekijken of dit mogelijk is.
> Waar dat kan, valt het aan te raden om werkruimtes te compartimenteren. Of misschien is het wel haalbaar om ervoor te zorgen dat in elk kantoor of werkplek maar één persoon aan de slag is?
> Als allerlaatste stap kan het in bepaalde gevallen nodig zijn om een kleine groep medewerkers af te schermen van andere collega’s omdat ze van cruciaal belang zijn voor het bedrijf. Deze verregaande ingreep kan uiteraard enkel in overleg.

Stevige sancties
Bedrijven die zich niet aan de regels houden, riskeren stevige sancties. “Indien de autoriteiten vaststellen dat de social distancing-maatregelen niet worden nageleefd, wordt de onderneming in eerste instantie een zware boete opgelegd; in geval van niet-naleving na de sanctie zal de onderneming moeten sluiten”, waarschuwt de overheid. 

Cruciale sectoren en essentiële diensten wordt gevraagd om ervoor te zorgen “dat de regels over social distancing in de mate van het mogelijke in acht worden genomen”, luidt het vanuit de overheid. Zij riskeren geen boete of sluiting.

Belangrijk tegen besmetting
Waarom social distancing zo belangrijk is? Het coronavirus verspreidt zich van mens op mens via kleine druppeltjes die bij hoesten en niezen vrijkomen. Via die druppeltjes komt het virus terecht in de lucht, op voorwerpen en oppervlakken. 


Het coronavirus overleeft gemiddeld zo’n drie uur op gladde oppervlakken en materialen (zoals deurklinken, leuningen, tafels …). Wie virusdruppeltjes via de handen in de mond, neus of ogen binnenkrijgt, kan besmet raken.

Maak je medewerkers bewust van social distancing door er duidelijk over te communiceren. Voka ontwierp een checklist voor social distancing bij bedrijven. Download de poster hier.

WAT MET VOKA-ACTIVITEITEN?

Voka volgt strikt de maatregelen van de overheid na ivm events en activiteiten. Volg de updates en het aanbod op onze activiteiten-pagina.

 

Voor meer informatie en updates zie ook de coronavirusblog van SD Worx

schema tijdelijke werkloosheid

Stel uw vraag

Hebt u een dringende of praktische vraag over het coronavirus met betrekking tot uw bedrijf of werknemers? U kan terecht bij:

Antwerpen-Waasland
jill.suetens@voka.be

Brusselse metropool
isabelle.meulemeester@voka.be

Limburg
senne.poelmans@voka.be

Mechelen-Kempen
astrid.vanbever@voka.be

Oost-Vlaanderen
viavoka@voka.be

Vlaams-Brabant
isabelle.meulemeester@voka.be

West-Vlaanderen
daphne.renier@voka.be

Nationaal
infocorona@voka.be

Proximus
VZW - Digitaal Dossier - EdTech
CRM Group
Made in Vlaams-Brabant
BMW Brussels
DHL
CapitalAtWork
Deloitte
De Ridder
facilicom
ING
Logo Mensura
Proximus
Recrewtment
Rombit_corporate partner
SD  Worx
Tormans_Corporate partner
Deloitte Private
pfl
Logo KPMG
Logo Federale Verzekering
Logo Premed
Logo Randstad
Varo
Intervest Offices & Warehouses - Greenhouse